Privacy en internet gaan al sinds het begin der tijden samen als water en vuur. Niet dus. En daar kunnen we maar beter aan wennen. Gewoon even twee keer nadenken dus, voordat die hilarische foto van Koninginnedag in de cache van Google beland.
Duiken voor de baas
De laatste sociale netwerkrel speelt zich af op Hyves. Leden met een afgeschermd profiel kunnen sinds eind april niet meer bij vreemden rondneuzen. En nu zijn die leden boos, omdat ze natuurlijk een 'goede reden' hebben om hun profielen af te schermen: oftewel, ze willen niet dat de baas kan zien dat ze ook wel eens ontspannen tussen negen en vijf.
Ook de populaire zakelijke site LinkedIn heeft inmiddels een database vol informatie, waar menig recruiter of marketeer zijn beeldscherm bij zou aflikken. Hoewel er ook een hoop pulp bij zit: of er moeten serieus mensen zijn die willen weten hoeveel achtstegraad zakenrelaties ze hebben.
Schizofreen
Maar ook op LinkedIn zitten de klagers vooraan. Hebben ze zich aangemeld voor een netwerksite die op de homepage predikt ‘Discover job & business opportunities’, blijkt uit onderzoek van onze favoriete cijfergoochelaar Maurice de Hond dat ze niet via LinkedIn benaderd willen worden over banen.
Kunnen we onze privacy beschermen?
De Amerikaan Michael Fertik maakt er zijn werk van om persoonsgegevens te verwijderen uit de databases van informatiereuzen. Zijn dienst MyPrivacy belooft klanten digitale anonimiteit. Het enige probleem is dat de dienst vooralsnog niet werkt. Dat toont haarfijn dat het bijna onmogelijk is om zelfs maar een telefoonnummer voor eens en voor altijd van de glasvezel te halen.
Al die flauwekulmaatregelen om de klok terug te draaien, slaan dan ook helemaal nergens op. Als je niet wilt dat je leven op internet terechtkomt, moet je de stekker uit je modem trekken. Maar als je de neiging tot virtueel exhibitionisme niet kunt onderdrukken: accepteer dan dat wat je uitspookt op het internet bewaard blijft en hoop vurig dat het meeste daarvan toch geen Hond interesseert.