Dit is frauderen voor gevorderden: geef uw kunstcollectie als onderpand voor een miljoenenlening aan TWEE banken en verkoop vervolgens een topstuk uit die collectie aan een museum. Zonder dat die banken dat weten uiteraard. Dat is wat Louis Reijtenbagh heeft gedaan: hij verkocht 'De Bocht van de Herengracht' aan het Rijks, terwijl het onderpand was voor miljoenenleningen bij JP Morgan én ABN Amro.
Reijtenbagh had volgens Het Financieele Dagblad een lening van €50 miljoen afgesloten bij ABN Amro en daarbij kunst en onroerend goed als onderpand ingebracht, waaronder het topstuk van de 17de eeuwse schilder Gerrit Berckheyde. Reijtenbagh had dit echter ook al gedaan bij JP Morgan voor een lening van $50 miljoen. Vrijdag dient een kort geding door ABN Amro aangespannen om uit te maken wie recht heeft op het schilderij.
Treurig
Voor het Rijksmuseum is het natuurlijk een uitermate treurige kwestie. Reijtenbagh verkocht een jaar geleden het schilderij 'De Bocht van de Herengracht' van Gerrit Adriaensz Berckheyde (1638-1698) aan het museum. Wat het Rijks precies voor het doek heeft betaald, is geheim. Wel is bekend dat het Nationaal Fonds Kunstbezit €1,5 miljoen (die door Shell was gedoneerd) ter beschikking heeft gesteld voor de aankoop. Ook de BankGiro Loterij betaalde mee. De verzekerde waarde is volgens de Volkskrant €4 miljoen.
Het schilderij maakt deel uit van Reijtenbaghs collectie van 27 kunstwerken waaronder een Picasso, Monet en Modigliani. De collectie was getaxeerd op $60 miljoen. Met die taxatie kreeg Reijtenbagh een krediet bij JP Morgan van maximaal $50 miljoen. De voorwaarde was wel dat hij zijn schilderijen in zijn New Yorkse appartement moest bewaren en niet zonder toestemming Amerika uit mocht voeren, laat staan ze verkopen.
De 62-jarige huisarts/superbelegger heeft een schuld van $33 miljoen bij JP Morgan en de bank heeft op 1 april zijn hele kunstcollectie gevorderd. Reijtenbagh heeft naast JP Morgan ook de Belgische fiscus (voor €30 miljoen) achter zich aan. Credit Suisse zoekt nog $340 miljoen.