Afgelopen zondag ging KRO’s Profiel over Theo van Gogh. Vrienden, familieleden en nabestaanden van de cineast en beroepsprovocateur spraken zich uit over Van Gogh’s heftige onvoorspelbare querulantengedrag en de vele ruzies die hij maakte. Fans van Van Gogh, zeker die uit de uiterst rechtse islamofobe hoek, noemen het lijkenpisserij maar Coen Verbraak is er met deze Profiel juist in geslaagd een integer en menselijk portret van Van Gogh neer te zetten.
Thomas Ross, Doesjka van Hoogdalem, Renee Fokker, Jeroen Henneman, Maarten van Rossem, Gijs van de Westelaken, de zusjes Van Gogh: allen deden ze op het eerste gehoor negatieve uitspraken over de voor velen held van het vrije woord. Ross noemde hem iemand “met een duivel in zich”, Henneman citeerde met instemming een stuk van Remco Campert uit de Volkskrant, geschreven een dag na de moord, waarin Campert schrijft dat iemand die ernstige antisemitische dingen zegt geen held genoemd mag worden en de zusjes Van Gogh verhaalden over de immer moeilijke kleine Theo die “als baby al lastig was”.
Actrice Renée Fokker, die zoals de meeste acteurs op een dag in onmin raakte met de eigenzinnige cineast, las voor uit een van de vele hatemailtjes die ze ooit van Theo mocht ontvangen. Dat loog er niet om: “Moge Allah ju behoeden. […] Ik gedenk de dag dat ik niet meer met je samenwerk. […] Ik kan je niet zeggen hoe dankbaar ik nog iedere dag ben nooit meer iets van jou te horen."
Schrijver Justus van Oel doorzag het eeuwige cynisme van Van Gogh en liet duidelijk blijken dat cineasten die zo’n weltschmertz kennen als Van Gogh kende er uiteindelijk nooit in zullen slagen een dergelijk verdriet ook effectief over te brengen. “De beste films over de hel worden gemaakt door de mensen die er niet meer wonen. Theo woonde daar nog steeds”, aldus Van Oel.
Click to play.
Theo de hystericus, Theo de verongelijkte, Theo de man die geen grenzen kende, Theo de naïeve…elk menselijk aspect kwam ter sprake. Noem het gerust negatief, het zijn per definitie menselijke eigenschappen.
Want tegen al die negatieve eigenschappen werden door de geïnterviewden ook de vele positieve Theo van Gogh’s geplaatst. Theo de charmante, Theo de gulle, Theo de attente, Theo de altruïst, Theo de gedrevene, Theo de kwetsbare, Theo de briljante interviewer. Bij het verhalen over deze Theo zag je in de ogen van nabestaanden en achterblijvers het verdriet en het gemis. Hetzelfde verdriet en gemis dat als een asgrijze sluier over de gedachte aan Theo het Monster lag.
De vrienden, de familie, de nabestaanden: ze missen Theo van Gogh. Niet Theo de filmmaker of Theo de schrijver maar Theo van Gogh. Die gedreven man, die na zijn charmante gulle etentjes met de duurste wijnen zijn vrienden de volgende dag zonder enige gêne evengoed kapotschreef met de grofste beledigingen. Die Theo, Theo compleet, Theo van het geluk en het verdriet, met zijn plastic tasje en zijn geldtekort. Die Theo misten ze. Nergens wordt gemis zo invoelbaar als in de verhalen over een overledene die zoveel mensen op alle fronten wist te raken.
Coen Verbraak is er met zijn Profiel op een prachtige, prikkelende wijze in geslaagd het totale verdriet om de mens Theo van Gogh zichtbaar te maken. Dat is geen lijkenpisserij, dat is vakmanschap en passie.
De grap over suikerzieke joden of Monique vd Ven had te maken met kritiek op het onaantastbare grote leed, foute ziektewinst, slachtofferschap als sociale triomf. Ijdelheid waar van Gogh een hekel aan had. Een aspect was erg sneu: de brief aan Renee Fokker was ook naar alle mensen in de filmwereld gestuurd waar ze ooit mee zou kunnen werken.
Het is een beetje een gewoonte om bij bijzondere mensen te doen alsof ze vrij van morele smetten zijn.
Zo wordt de ijdelheid en het narcisme van Fortuin (opzettelijke spelfout!) onder het tapijt geveegd. Wordt van Gene Roddenberry een TV-genie gemaakt zonder te melden dat hij graag krediet stal van zijn schrijvers en alles neukte wat los en vast zat, zelfs met enige dwang er achter.
En zo ook wordt er door de verdedigers van het vrije woord al snel 'demonisering' geroepen als je er op wijst dat van Gogh een extreem aggressieve querulant was.
Ik snap dit niet. Het menselijk falen brengt de positieve kanten juist naar voren:
Fortuijn was een warm en charmant persoon en een scherpe essayist, met een groet gevoel voor rechtvaardigheid.
Roddenberry zette zich over zijn Zuidelijke opvoeding met bijbehorende vooroordelen heen en bleek een goed gevoel te hebben voor wat mensen aansprak.
Van Gogh was een charmante interviewer die interessante gesprekken uit zijn gasten kreeg, en een compromisloos principiele columnist.
Hun fouten zijn slechts tekenen van hun menselijkheid. Hun prestaties laten zien hoever ze boven de grijze massa staan, die zelden echt fout is, maar ook even zelden iets presteert.
Mart
Niet Theo, maar degenen die vinden dat iemand die enkel zijn mening geuit heeft het aan zichzelf te danken heeft om ritueel afgeslacht te worden zijn walgelijk. Schaam u!