Nipkowschijven, gouden ringen, Talent Awards, Oscars, juryprijzen… Het briljante TROS-programma Ik Vertrek is in de vier jaar dat het bestaat nog geeneens genomineerd voor zo’n prijs. Wat een schande is. Ik Vertrek is namelijk een zeldzame parel op de televisie en ook nog eens crossmediaal zoals het hoort.
Ondanks het feit dat wekelijks anderhalf miljoen mensen naar Ik Vertrek kijken, leg ik toch nog even uit waar het over gaat: in Ik Vertrek worden mensen gevolgd die uit Nederland vertrekken (hence the title) om zich permanent in een buitenland (bij voorkeur een land met een moeilijk te leren taal) te gaan vestigen. Meestal denken ze daar rijk en gelukkig te worden door het opstarten van een camping of Bed & Breakfast.
Op zich is dat geen grappig gegeven, al helemaal niet vijf seizoenen lang. Maar de kracht van Ik Vertrek zit hem in het vermogen van de redactie om mensen te vinden die nét niet alles snappen. De vertrekkers zijn vaak laagopgeleide maar zeer positief ingestelde gezinnen die, aangespoord door een soort van “als je maar wilt lukt het ook heus wel” mentaliteit, nogal onbezonnen te werk gaan. Problemen en beren op de weg worden weggewuifd met een “ach dat zien we daar wel” en eerst de taal machtig worden is natuurlijk niet nodig: “Als je eenmaal daar woont spreek je binnen vier dagen vloeiend Roemeens”.
Wat volgt is bijna altijd een tragische soap met onbeholpen Nederlanders die echt heel graag willen maar terecht komen in de ondoordringbare democratische wouden van de Spaanse bureaucratie, kennis maken met de Italiaanse manier van huizen verbouwen (en aannemers afkopen) of pas nadat ze zich voor drie ton in de schulden hebben gestoken tot de conclusie komen dat het opzetten van een zaak een stuk makkelijk gaat als je wél Portugees spreekt. Of ten minste Engels.
Is het leedvermaak? Nee, net niet. En dat is ook het knappe aan Ik Vertrek: de wekelijkse minidocumentaires, die in de verte aan Frans Bromet-producties doen denken, zijn met liefde en voldoende afstand gemaakt. De voice over is onderkoeld genoeg om nét niet ironisch te zijn en de gezinnen krijgen genoeg ruimte om behalve hun frustraties ook hun geluk te uiten. Het leedvermaak is derhalve slechts zichtbaar voor wie het graag wíl zien (zoals ondergetekende, maar dat terzijde.
Dat neemt niet weg dat sommige van de emigratiesoaps ronduit tragisch zijn. Elders heb ik al eens een samenvatting gemaakt van uitzendingen die je, qua leedvermaak, echt niet mag missen maar ook in het huidige seizoen passeerden de nodige tenenkrommers en plaatsvervangendeschaamte-opwekkers al de revue.
Gelukkig blijken zowel de TROS als producent Stokvis Producties al enige tijd te beseffen dat er zoiets bestaat als een internet en een 2.0 generatie, dus alle uitzendingen staan keurig online op een overzichtelijke site, en dat alles netjes embeddable. Daarvan zouden een hoop producenten en omroepen nog wat kunnen leren.
Ik Vertrek mag wat mij betreft mee in de volgende nominatieronde voor de Gouden Televizierring. Het biedt oer-Hollands TROS-vermaak op het niveau van Boer Zoekt Vrouw inclusief het schaamteloze voyeurisme van Big Brother of Frans Bromet’s Buren. Een gouden combinatie. En aangezien Ik Vertrek nu alweer in het vijfde seizoen zit, is het de hoogste tijd voor wat meer aandacht.
Anderhalf miljoen kijkers zullen zich toch werkelijk niet wekelijks vergissen…
Vul die top 3 maar aan met André en Henka Vol. 2. (26-4-2007)
Met het legendarische advies van Henks meest verstandige collega: "je mot gewoon kaasfondue doen, de kenne ze nie".
Of iets in die strekking.
Je zou een top 50 kunnen maken zelfs, denk ik en dan nog blijven aanvullen.