Spot the bubble. Sinds het uiteenspatten van de subprime luchtbel - en de plotselinge sterrenstatus van een handvol doemeconomen - is dat uitgegroeid tot een favoriet tijdverdrijf van economen en commentatoren. Op dit moment aan kop als kandidaten voor de volgende crash: grondstoffen en staatsschuld.
Nightmare on Commodity Street, heet het recente nachtmerriescenario van Citibank. Aan Freddy Krugers ene hand: vreesachtige beleggers die veiligheid zoeken tegen een dollarcrash, en hoopvolle speculanten die gokken op een razendsnel herstel. Allemaal tot over hun oren in de grondstoffen, met dank aan dirt cheap credit.
Aan Krugers andere hand: overheden die de teugels aanhalen, een baanloos herstel dat overgaat in een nieuwe recessie, een vastlopende wereldwijde vastgoedmarkt, en groei in China die zich ontpopt tot staatsgeleide farce. Resultaat: subprime 2.0.
100.000 jumbojets
De eerste tekenen voor een grondstoffenbel zijn zeker daar. Dat de goudprijs maar blijft stijgen is tot daar aan toe. Maar de 35% prijsstijging van aluminium, bijvoorbeeld, is een heel ander verhaal. De planeet komt om in dat metaal, en bij zulke prijsexplosies laten aluminiumproducenten de zweep gewoon extra hard knallen.
De wereldvoorraad aluminium, toch al op recordniveau, neemt volgend jaar toe met 30%. Rond de 6 miljoen ton is er dan. Genoeg voor een jumbojet of 100.000.
Can't run, can't hide
Met stip op twee voor 'luchtbel 2010' staat de staatsschuld. De Amerikaanse minister van Financien Geithner gaat deze week weer rond met de hoge hoed om een recordbedrag van 118 miljard dollar op te halen. Een goed moment, want de meeste economen denken dat lage inflatieverwachtingen en risicomijdende beleggers de rente de komende tijd blijven drukken.
Bovendien zet diezelfde staat de banken onder druk om een steeds groter deel van de balans te reserveren voor veilige beleggingen. Minder giftige derivaten, meer veilige instrumenten. Staatsobligaties bijvoorbeeld. Die zijn zo veilig dat hun schamele opbrengst ook wel bekendstaat als de risk free-rate. Een premie die de afgelopen tijd soms beneden nul zweefde. Beleggers betalen overheden om ze geld uit te mogen lenen.
Dus geven de overontwikkelde economieen dit jaar meer dan 12 biljoen dollar uit aan staatsobligaties. Een stijging van 30% in twee jaar. Het gevaar is dat kredietdronken politici in slaap worden gesust. Om wakker te worden met de bonkende koppijn van stijgende rentelasten, en een omkerende maag van devaluatie en inflatie.
Beide kandidaten voor de volgende luchtbel hebben trouwens een ding gemeen: ze komen voort uit een zucht naar veiligheid. En dat is lastig indekken. Als de nachtmerrie komt, is er geen ontkomen aan.