Het stabiliteitspact staat op ontploffen. Griekenland mag als eerste land grote schoonmaak gaan houden in de staatsfinanciën, maar er is inmiddels geen enkel lid van de eurozone meer dat zich weet te houden aan de voorwaarden die de noordelijke landen indertijd stelden om de plaag van fiscale incontinentie in mediterraan Europa te beteugelen.
Griekenland is sowieso toast. Speculanten zijn de afgelopen weken massaal short gegaan op de Griekse overheid, die tot overmaat van ramp jarenlang valse cijfers blijkt te hebben geleverd. Nu dreigt een tsunami van verborgen schulden.
Volgens het stabiliteitspact mogen eurolanden een begrotingstekort van maximaal 3 procent, en een staatsschuld van maximaal 60 procent van het BNP oplopen. De Grieken hebben beide grenzen ruimschoots overschreden (12,5 en 112 procent).
Spanje en Ierland staan er iets beter voor, niet in de laatste plaats vanwege de vastgoedzeepbel van de afgelopen jaren, maar met dubbelcijferige tekorten gaan ook zij snel in de richting van Griekse toestanden. Ierland grijpt serieus in, voor de Spanjaarden lijkt er no way out.
Italie heeft een torenhoge schuld, nog groter dan Griekenland (114 procent), maar rapporteert een relatief bescheiden begrotingstekort. Al zou het verrassend zijn als met die cijfers niet geknoeid zal blijken te zijn. De Fransen, niet in deze grafiek, zeggen zelf in 2010 boven de 8 procent tekort en rond de 83 procent schuld uit te komen.
Zelfs de Duitsers en Nederlanders, de drijvende kracht achter het pact, halen hun zelfopgelegde doelstellingen niet. Het is dat de angelsaksische wereld de zaken niet veel beter op orde heeft. Maar de kansen voor de euro als wereldreservemunt - en alternatief voor de dollar - lijken voorlopig verkeken.