Was 2007 nog een absoluut topjaar voor de kunsthandel, 2009 was een dieptepunt. De wereldwijde omzet duikelde van $42 miljard naar zo’n $30 miljard. Veilingmeester Job Ubbens van Christie’s en directeur van het van Gogh museum, Axel Rüger waren het gisteren eens: kunst moet niet als investering gezien worden. De waarde van kunst voor de economie is niet in geld uit te drukken. Maar de nieuwe rijken dachten daar heel anders over. ‘Het ging er toch om of jouw van Gogh groter was dan mijn Picasso.’
Kunstliefhebber terug
En die periode is nu toch wel over, vertelde Job Ubbens bij Room for Discussion, het economisch discussieplatform van de UvA. De rijke gekken die astronomische bedragen neerlegden voor een Warhol of een Picasso, zijn net zo snel verdwenen als het geld waarmee ze de kunstmarkt overspoelden.
‘Kwaliteit is het enige wat telt nu, goede schilderijen, die behoorlijk getaxeerd zijn. Mensen willen geen werken meer van nieuwe experimentele moderne kunstenaars,’ legt Ubbens uit.‘ Veel teveel risico. Alles is nu antistatus en antirisico. De kunstliefhebber is weer terug.’

Hedonistisch rendement
Maar dan de vraag waar we eigenlijk in geinteresseerd zijn: is kunst een goede belegging? Ubbens:”Kunst is economisch gezien totaal nutteloos, je weet niet hoe de waarde zich ontwikkeld. Ik spreek liever van hedonistisch rendement. Van kunst en schoonheid krijg je een goed humeur. Dat is veel waard.’
Wij combineren hedonistisch rendement echter graag met economisch rendement. Niemand kan toch ontkennen dat een in 1950 gekochte van Gogh nu tientallen, zoniet honderden malen over de kop is gegaan, of wel meneer Rüger? “De aankoop van de van Gogh collectie was waarschijnlijk de beste investering die de Nederlandse staat ooit heeft gedaan. Maar als mensen mij vragen of ze in kunst moeten investeren, dan zeg ik nee. Veel te onzeker. Je kan miljoenen verdienen maar ook niets overhouden. En dat laatste hoor je eigenlijk nooit.’
Noodscenarios van Gogh
De leiding van het van Gogh museum schrok zich vorig jaar helemaal rot toen de financiele crisis uitbrak. De toeristen, 80% van de bezoekers, bleven weg. Aangezien de kaartverkoop in meer dan 55% van de inkomsten van het museum voorzien, was er een groot probleem. De overige inkomsten krijgt het museum voor 25% uit merchandise, petjes, mokken en posters, en 20% komt van de overheid.
Er werden dan ook verschillende noodsnenarios opgesteld. Ook corporate sponsors besteedden hun geld immers liever aan het opschonen van de balans. Maar na een paar maanden kwamen de culturele toeristen toch weer terug, tot vreugd van de museum directeur. ‘De voetbalhooligans bleven weg, maar de echte liefhebbers laten zich hun culturele uitstapjes niet afnemen.’
En als het Stedelijk en het Rijksmuseum eindelijk weer eens hun deuren openen, kan dat alleen nog maar beter worden. ‘Zie het museumplein als een meubelboulevard,’ legt Rüger uit.’Ik wil graag weer eens meeprofiteren van de marketingbudgetten van het Rijksmuseum voor een nieuwe tentoonstelling. Die bezoekers komen dan ook wel naar ons.’
Dit stuk kwam tot stand in een samenwerking van 925.nl met NUzakelijk.nl.