Dat de euro de currency of choice is voor drugsdealers, witwassers en andere liefhebbers van grote hoeveelheden contanten, is bekend. Een miljoen dollar cash weegt minimaal 10 kilo, een equivalent bedrag in euro's nog geen twee. Waarom die exotische 200 en 500-euro biljetten dan toch bestaan? De ECB verdient er tientallen miljarden aan.
Meer dan eenderde van de waarde van alle eurobriefjes in omloop bestaat uit biljetten die de gemiddelde loonslaaf zelden te zien krijgt: die mooie flappen van 200 en 500 euro. Bij de invoering in 2002 was er zo'n 30 miljard aan 500-eurobiljetten in omloop. Inmiddels is dat meer dan 100 miljard.
Het is geen geheim dat de vraag naar eurocontanten voornamelijk komt uit criminele hoek. Om die reden verkopen Britse geldwisselkantoren sinds afgelopen mei geen 500 euro-biljetten meer. Voor het 200-biljet dreigt eenzelfde lot.
Toch gaat de ECB onverstoorbaar door met het drukken van zwart geld. Omdat er vraag naar is, aldus de bank, en omdat hun vervanging veel geld zou kosten. Maar ex-maverick Willem Buiter, nu hoofdeconoom van Citigroup, signaleert plausibeler motieven: de ECB verdient er grof geld aan. Genoeg om de door de kredietcrisis beschadigde balans te herstellen.
Centrale banken verdienen altijd aan de uitgifte van contanten. Hoe hoger de denominatie, hoe meer winst - de drukkosten zijn vrijwel nihil. In 2008 verdiende de ECB nog 80 miljard aan de geldpers, vorig jaar was dat 50 miljard.
Met een kapitaal van 78 miljard en een balans van 2 biljoen zou de ECB geen stresstest overleven, maar dankzij het drukwerk blijft de bank solvent. Buiter schat de toekomstige inkomsten in de biljoenen. Criminelen, bedankt!