Nederlandse advocaten zijn de risée van de internationale juristerij. Dankzij de Orde zijn de uurtarieven belachelijk laag. Maar daarin gaat verandering komen, nu de Ondernemingskamer internationale massaclaims mag gaan behandelen. Third party litigation, komt u maar!
Waarom verdienen NL-advocaten zo weinig?
De tariefstructuur van de Nederlandse advocatuur is in verhouding tot Amerika en Engeland vergelijkbaar met de productiekosten van een onderbroek in Bangladesh: tamelijk laag. Dat komt voornamelijk door het toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Nederlandse advocaten zijn niet alleen gebonden aan de Advocatenwet, maar tevens aan de Gedragsregels 1992. De beperking in 'excessief' declareren is vastgelegd in regel 25 lid 1 van deze Gedragsregels. De Orde verordonneert: 'bij het vaststellen van zijn declaratie behoort de advocaat een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk salaris in rekening te brengen'.
Het tweede lid van artikel 25 voorkomt het no-cure-no-pay declareren. Wij lezen: 'het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat slechts bij het behalen van een bepaald gevolg salaris in rekening wordt gebracht'.
De NOvA denkt hardnekkig dat Calvijns geest ootmoedig is ingebed in de beroepsethiek van iedere advocaat. Nonsens. Voornoemde twee gedragsregels geven de essentie weer waarom veel advocaten gemiddeld zestig uur per week ploeteren voor een vrijstaand herenhuis in Boskoop. Irritant – edoch begrijpelijk - neveneffect is de neiging om ieder telefoontje, elke SMS en iedere Tweet te factureren. Nog vervelender bij-effect: het systeem houdt een surplus aan advocaten in stand. De top is nauwelijks zichtbaar, de onderkant prutst terwijl de middelmaat regeert.
Supreme Court bedankt!
Gelukkig heeft het Amsterdamse Hof genadevol een touw in het moeras van provinciaalse middelmatigheid gegooid waaraan ambitieuze topadvocaten zich kunnen optrekken. De Ondernemingskamer van de rechtbank Amsterdam is namelijk vanaf dit moment bevoegd om internationale massaclaims te behandelen die geen band hebben met Nederland.
U zegt? Het Hof oordeelde dat een schikking tussen verzekeringsmaatschappij Zürich en circa 12.000 Zwitserse beleggers in Nederland verbindend kan worden verklaard. De gedupeerden hadden aanvankelijk in de Verenigde Staten geprocedeerd, maar het Hooggerechtshof weigerde de claim. Alleen procedures die een Amerikaanse component hebben, mogen door een Amerikaanse rechter worden behandeld.
Het Amsterdamse Hof bood uitkomst. De Nederlandse Wet Collectieve Afwikkeling Massaclaims (WCAM) maakt het mogelijk dat massaclaims buitengewoon efficiënt kunnen worden afgewikkeld. Nu de Ondernemingskamer bevoegd is om buitenlandse procedures te behandelen, ontstaat een nieuw fenomeen aan het Nederlandse juridische firmament: de internationale investeerder in juridische procedures.
Investeren in procedures
Sinds 2007 is in de Verenigde Staten het investeren in juridische procedures in toenemende mate big business. Verschillende hedgefondsen, banken en private equity fondsen zoals Burford Capital Ltd en Juridica Investments Ltd investeerden in 2009 circa $ 1 miljard in tientallen juridische procedures, zoals internationale arbitrages en massaclaims.
Third party litigation is daarmee onvermijdelijk in opkomst. Een investeerder beoordeelt zelfstandig de haalbaarheid van de vordering en financiert vervolgens de kosten van de advocaat en deskundigen. Juridische procedures kunnen door investeerders als een tender worden uitgeschreven. Dit houdt in dat advocatenkantoren kunnen bieden op een procedure.
Niet alleen de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade maakt Nederland interessant voor deze investeerders, maar ook de extreem lage uurtarieven van advocaten in verhouding tot de tarieven in Engeland en Amerika. Investeerders zullen daarom in de toekomst vaker hun claims bij de Nederlandse Ondernemingskamer aanbrengen.
Nadelen
Third party litigation heeft als positief effect dat cliënten een betere toegang hebben tot het recht. Een nadeel is dat sommige hedgefondsen prospectussen van beleggingsproducten bestuderen, louter omdat zij op zoek zijn naar fouten. Vervolgens kopen zij deze effecten en starten een juridische procedure.
Interessant is de vraag in hoeverre de advocaat bij third party litigation objectief kan blijven. In de Verenigde Staten hoeft de advocaat zijn cliënt niet te informeren waar hij de fondsen voor de procedure vandaan haalt. In Nederland zwijgen de gedragsregels hierover, maar aangenomen mag worden dat gelet op de verplichte transparantie de cliënt hiervan op de hoogte moet worden gesteld.
Desalniettemin zou de advocaat in theorie zijn cliënt kunnen adviseren om niet met een schikking akkoord te gaan, maar voor een hogere schadevergoeding te procederen vanwege de belangen van de investeerder. Dit soort overwegingen spelen altijd een rol, maar moeten niet alleen vanuit het perspectief van de client worden bekeken. De investeerder heeft immers eveneens een zakelijk belang bij een succesvol afgeronde procedure en/of schikking.
Uurtarief van € 450 naar € 1.500
De uitspraak van het Amsterdamse Hof maakt eindelijk de weg vrij voor no-cure-no-pay en een substantiële verhogen van de uurtarieven. Niet rechtstreeks via de advocaat, maar via third party litigation. De investeerder scheidt het juridische kaf van het koren. De beste advocaat op de grootste claim. Het paternalistische verbod op no-cure-no-pay wordt hiermee een anomalie in de internationale juridische praktijk, een anachronisme en zal snel verdwijnen.
De lage uurtarieven zullen ontegenzeglijk een enorme aanzuigende werking hebben op procedures inzake grote massaclaims. En zelfs al zouden Nederlandse advocaten de uurtarieven verhogen van € 450 naar € 1.500 - en dat gaat gebeuren -, zonder afspraken over een vast percentage van de toegewezen vordering blijft het een schijntje voor de investeerders in verhouding tot de door hen opgestreken winstmarge.
Uurloon topadvocaat = €1500
Uurloon prop trader bij GS = €6700
"greed is good, greed is right, greed works"