Bas Kortmann, rector magnificus en hoogleraar burgerlijk recht, vindt jonge advocaten maar niets. In opdracht van de Orde van Advocaten heeft hij de opleiding voor jonge advocaten doorgelicht, en zijn conclusies zijn negatief. Maar het zijn juist de jonge binkies die veel meer snappen van bijvoorbeeld ingewikkelde softwaredeals.
Opoe's tijd
In opoe's tijd was alles nog goed. Rechtenstudenten en advocaat-stagiairs werden wetenschappelijk opgeleid. Nu is de opleiding 'flinterdun'. De Nimwegense éminence grise speelt de academische autoriteitskaart. En die is weerbarstig. Immers, heeft u ook niet veel meer vertrouwen in een gezagvoerder met grijze haren, notenhouten kop en veel vliegjaren in de cockpit dan twee jonge binkies van half de twintig?
Paradoxaal genoeg zijn die twee binkies tegenwoordig vele malen sneller in het analyseren van ingewikkelde technische problemen die optreden. De grijze gezagvoerder is al die computertechniek en toenemend aantal vliegbewegingen niet meer gewend. De passagier heeft slechts de illusie bij hem in veiliger handen te zijn.
Aanmatigend
Zo is het ook met het advies van Kortmann. Als het aan hem ligt, worden stagiairs 'materieelrechtelijk' beter opgeleid. Het is maar zeer de vraag of de overgrote meerderheid van de cliënten hier behoefte aan heeft. Het rapport is ronduit aanmatigend voor zover de behoefte van cliënten wordt genegeerd. Kortmann leidt bij wijze van spreken neurochirurgen op die gebroken neuzen zetten. Verreweg de meeste cliënten willen niet betalen voor een pseudo-Grotius-opgeleide arbeidsrecht advocaat. De meeste casus zijn namelijk heel eenvoudig en vereisen dat expertiseniveau niet. Het enige effect dat Kortmann ressorteert is dat de tariefstructuren exploderen.
Prutsen
Er is behoefte aan advocaten die in staat zijn om snel en praktisch in te spelen op (niet) juridische veranderende complexe omstandigheden. Het zijn juist de advocaat-stagiairs, de jonge binkies, die bijvoorbeeld veel sneller in staat zijn ingewikkelde technische softwaredeals te doorgronden dan 50+ advocaten.
Een voorbeeld: een maand geleden werd een Nederlandse onderneming overgenomen door een Amerikaans bedrijf. Het senior advocatenteam van een groot Zuidaskantoor, alsmede het advocatenteam uit Atlanta, waren prima in staat om een prachtig wetenschappelijk betoog te houden over alle auteursrechtsrechtelijke aspecten van software.
De senior-advocaten bleken echter volstrekt niet in staat de leerboekstof überhaupt om te zetten in een maatwerk SPA-overeenkomst. Het was ronduit lachwekkend - als het niet gelijktijdig deerniswekkend was - dat de cliënt daar meer dan 100k voor betaalde. Na ruim drie maanden prutsen was het uiteindelijk de stagiair die met behulp van de cliënt begreep hoe algoritmen in software werken en daar een zinnige formulering over kon opschrijven. Dat staat niet in de lesstof van Kortmann.
Met mes en vork
De orde doet er verstandig aan meer naar de markt te luisteren en meer nadruk te leggen op de interdisciplinair opgeleide advocaat. Een advocaat die met mes en vork kan eten, die iets begrijpt van boekhouden, over goede onderhandelingsvaardigheden beschikt, vertrouwd is met computertechnologie, psychologie, media. Gezagvoerder Kortmann hoort dus wel een alarm in de cockpit afgaan, maar heeft eigenlijk geen idee waar het probleem zit.