Na de olieramp in de Golf van Mexico stelt BP zich geheel altruïstisch op om gedupeerden te compenseren. Maar meer dan 7.000 claims zouden wel eens nep kunnen zijn. Ja, dan niet. Aangifte!
Donderdag was een Senaatshoorzitting rond de Gulf Coast Claims Facility. Dat is het fonds waarin BP geleidelijk $20 miljard stort om de slachtoffers van het olielek te helpen. Kenneth Feinberg, Amerika’s nummer één mediator, mag het uitdelen.
Paarse krokodil
Claims konden gedupeerden indienen tot medio augustus 2010. En er kwamen 481.000 binnen. Maar wat blijkt nu? 7.575 doen nogal frauduleus aan. Van acht is het al zeker dat het om pogingen tot fraude gaat. Schande!
Die paar honderdduizend vissers, ondernemers en bewoners van de oil spill-regio moeten daarom wat langer wachten op hun uitkeringen. Misschien toch niet zo heel sympathiek, vindt de Senaat. Terwijl Feinberg’s advocatenbureau $850.000 per maand opstrijkt voor z’n werkzaamheden, vraagt één senator zich af waar de compensatie blijft voor 38.604 bewoners van zijn staat Alabama.
Gaat lekker zo, BP
Feinberg zelf vind het fonds wel een succes. Tot nu toe is er $3,3 miljard uitgekeerd aan 168.000 gedupeerden. De helft van alle claimindieners krijgt echter waarschijnlijk niks, vanwege een gebrek een bewijslast. Bezwaar daartegen kunnen zij weer indienen bij de U.S. Coast Guard…
Het fonds blijft tot 2013 bestaan. Tot die tijd kunnen gedupeerden nadenken of en hoe ze hun compensatie willen ontvangen, of toch BP gewoon voor de rechter slepen. Moraal van het verhaal: het blijft een pr-nachtmerrie voor BP.