Uw plaatselijke Oost-Aziatische restaurateur verplaatste zich altijd al het liefst in een grote Duitser. Nu is er in China kennelijk een boom in dergelijke restaurants, want de BMW’s zijn er niet aan te slepen.
Nummeltje 36
Chinezen bestellen luxewagens alsof het om een afhaalmenuutje gaat. Niet alleen de winsten van BMW en diens kiddo’s Rolls-Royce en Mini, maar ook die van Audi en Mercedes klommen tot over de tien procent.
Een esthetische noot is wel op zijn plaats: onze pseudo-communistische vrienden kopen nu niet echt de mooiste BMW’s. Ze hullen zich ofwel in de anonieme 5-serie of in het tekentafelongelukje dat ze bij BMW de X3 noemen. Je rijdt ze niet omdat ze mooi zijn, maar omdat een drieletterig acroniem de neus siert.
Jan Kees
De overzeese Jan Kezen doen het ook aardig. Rijke Amerikanen hopen nog altijd dat ze de auto’s die ze zelf maken aan arme sloebers of buitenlanders kunnen slijten en rijden het liefst Europese wagens. Ook zij zijn schuldig aan het succes van de van de Fünfer en de X3.
Quid?
Allemaal leuk ende aardig, maar wat leert ons dit? Ten eerste worden wij herinnerd aan de trivialiteit dat China rijker wordt en er dus meer Chinezen in dure Europese auto’s rijden. Dit herbevestigt dat het rijke Westen profiteert van Aziatische tijgers op een dieet van speed en koffie.
Ten tweede, en dat is minstens zo belangrijk, geeft het aan dat de Amerikaanse vraag weer toeneemt. Dit brengt de hoop dat die pruttelende V8 binnenkort soepel stationair loopt. Goed nieuws, want naar het schijnt is Amerika nog altijd de motor van de wereldeconomie.