240 vierkante kilometer, maar wel mét Maserati- en Ferraridealer. Zwitserland was al een fijn land om rijk in te zijn, maar het kleine kanton Zug is helemaal een rich man's haven.
Zug wordt in een fijn stuk in de Wall Street Journal even economisch gefileerd. Het kleine kanton heeft sinds de Tweede Wereldoorlog de belastingen steeds verder omlaag geschroefd, waardoor particulieren nog maar max 22,9 procent betalen, en bedrijven gemiddeld 15,4 procent.
Geen wonder dat het kanton is overspoeld door de hoofdkantoren van grote multinationals (Foster Wheeler, Glencore, Transocean, etc). Nadeel is alleen dat het leven er door al die rijkdom niet goedkoper op is geworden (en dat was het in Zwitserland sowieso al niet). Nu is dat voor baasjes niet zo'n probleem, maar iemand moet ook de jaarrekening doorpluizen en salarisstrookjes optikken.

Middenklasse
Met het salaris van die middle class-baantjes is in heel Zug geen fatsoenlijk huis meer te krijgen; 0,3% van alle woonhuizen staat leeg. Pas met een jaarsalaris vanaf een half miljoen frank - zo'n 420k euro - doet een mensch relevant mee. En ook bedrijven hebben de grootste moeite om kanteur te vinden. Eén bedrijf wilde met 100 man komen, maar houdt het voorlopig bij 25, want weinig ruimte.
De contrasten in het kanton zijn dus groot: 90 procent is bos, landbouwgrond of meer. De rest van de schaarse vierkante meters wordt bezet door commodity traders, private equity en grote multinationals. Maar niet iedereen is voor verdere groei: het kantonbestuur beperkt het aantal nieuwbouwvergunningen drastisch, onder groot protest van ondernemers en vastgoedbaasjes.
En belastingverhogingen voor de rijken, zoals Buffett en zijn Franse vermogensbroeders onlangs voorstelden, daar moet de Zwitser niet aan denken.