Europa fröbelt hoogstpersoonlijk haar eigen kredietcrisis in elkaar. Banken zitten op hun geld en vertrouwen elkaar niet. Dat was op het hoogtepunt van de kredietcrisis ook het geval.
Vuistdiep
Door financiële origami zitten banken voor 300 miljard euro in instabiele collega’s en de Club Med. En dat levert twee grote problemen op. In de eerste plaats hebben banken daardoor ongeveer evenveel kapitaal als de vaste bewoner van ’s lands straatmeubilair. In de tweede plaats zitten banken op dat beetje geld dat ze hebben. Collegabanken genieten evenveel vertrouwen als hun schoonmoeder.
How come? De reden is dezelfde als in 2008; niemand weet van elkaar hoezeer ze getroffen zijn door de eurocrisis. De entree van buurmanbank is nog altijd gelardeerd met zwart marmer, ook al zijn de cijfers zo rood dat ze paars zien. Geen geld uitlenen is dus veilig.
En dat liep in 2008 niet zo goed af. Wereldwijd bevroren geldstromen, uweetzelluf. Maar dramatisch was het niet. Onze hongerbuik is nog altijd de bierbuik. Maar goed, niets is vanzelfsprekend; straks is uw bedrijfskantine de voedselbank en uw vrouw een naaister.
IEEMEF
Het IMF hamert er daarom sinds Lagardes aanstelling voortdurend op dat banken in gevaar zijn. Want niet alleen banken bezien elkaar met argusogen; hun geldschieters doen dat ook. En als ook beleggers hun geldstroom bevriezen, is het snel gedaan met de bank. Zie Lehman – en dat was slechts één bank. Vallende banken hebben de neiging elkaar om te stoten.
Dus als Merkozy willen dat we met zijn allen ondergaan, blijf dan vooral bezig met Griekenland. If not, dan verdienen banken de aandacht. Kapitaalinjectie, iemand?