Krapte doorstaan is een kwestie van volhouden. Of het nu om een recessie, een kille wintertijd of een dure decembermaand gaat: uw lichaamscellen geven het goede voorbeeld om het einde van de tunnel levend te halen.
Ook de kleinste units van uw lichaam hebben wel eens crisis. Net als voor Griekenland en Italië geldt voor cellen evenzeer dat hun biologische koopkracht een resultaat is van wat er binnen komt en wat er uitgaat, en als die balans doorslaat ontstaat in zo'n staatje van tien micrometer diameter een keihard begrotingstekort.
Anders dan Berlusconi of de Belgen weten cellen dat ze geen gratis bailout van de Duitsers gaan krijgen, noch kunnen ze hopen op het uitgeven van lichaamsbrede bodybonds waarmee ze gatvulling voor hun begroting kunnen bijlenen. Cellen hebben twee opties, en beide zijn pijnlijk.
Natuurlijk kan een uitgehongerde cel kiezen voor een roemloos einde, maar om korte tekorten op de grondstofbalans te overbruggen kiezen ze liever ervoor aan hun eigen lichaam te knabbelen. Net zoals een mens in tijden van honger zijn eigen vet- en spierweefsel verteert om het calorie-huishoudboekje rond te krijgen vreet een uitgemergelde cel gewoon een paar stukken van zichzelf op.
Autovoor
In goed Grieks heet dit autofagie: eet u zelve. Om een dof, futloos einde af te wenden vormen hongerige cellen in hun binnenste een soort blaasjes, die op hun beurt weer hele celonderdelen omhullen.
Een cel is immers te vergelijken met een flink industriegebied, waarop allerlei verschillende structuren staan die de afzonderlijke taken die nodig zijn om de cel als geheel te laten functioneren moeten uitvoeren. Deze onderdelen, die organellen heten, zijn met een microscoop zichtbaar en zijn net afzonderlijke fabriekjes: sommige produceren als een ware nutsvoorziening vooral energiehoudende moleculen, andere houden zich bezig met het vertalen van genetische informatie tot bruikbare eiwitten en weer andere hebben een rol als afvalverwerkingscentrale.
Natuurlijk is het voor een cel zonde om zo'n met moeite in elkaar geschroefde fabriek te moeten ontmantelen om de onderdelen om te zetten in energie waarmee de kortetermijntekorten kunnen worden aangezuiverd. Toch heeft zo'n autofagische actie ook een voordeel, want het zo nu en dan leeggrazen van de eigen onderbuik maakt het onwaarschijnlijk dat het fabrieksterrein vol komt te staan met verouderde machines – een aanblik waarbij fotografisch ingestelde figuren automatisch over de industriële roesthopen op de stadsranden in landen als Italië en Frankrijk gaan zitten mijmeren.
Gestoorde eetcultuur
Autofagie is daarmee een essentieel verschijnsel in het leven van een cel. Wanneer de zelfverterende machine van cellen vastloopt of minder effectief wordt ontstaan al snel problemen: het gebrek aan vernieuwingsdrang lijkt minstens deels verantwoordelijk voor ellende als Alzheimer, de spierziekte van Huntington en wellicht zelfs suikerziekte.
Een cel met de ambitie om zichzelf jong te houden moet dus de pijnlijke keuze maken om zo nu en dan een paar onderdelen van zichzelf kapot te knagen, niet alleen om daarmee de krapte te doorstaan maar ook om te voorkomen dat z'n interieur vol oubollige meuk komt te staan. Het zou fijn zijn als in eventueel te vormen zakenkabinetten ook voor in autofagie geïnteresseerde biologen plaats zou worden gemaakt: bijlenen tegen zes procent klinkt best prima, maar voor een gezonde balans kun je beter beginnen je eigen rommel op te ruimen.