Iedere verdachte heeft recht op verdediging. Maar sommige verdachten zijn volgens Britta Böhler iets minder 'verdedigingswaardig' dan anderen.
In een interview met De Pers doet de nieuwbakken bijzonder hoogleraar Advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam enkele opmerkelijke uitspraken.
Morele afweging
In de observatie van Böhler moet de advocaat de onafhankelijkheid jegens zijn cliënt bewaren. Nogal wiedes. Geen enkele advocaat betoogt voor een rechtbank dat een roofmoord begrijpelijk is, breekt een lans voor de holocaust of vindt dat een verkrachting is uitgelokt door het oude bejaarde besje. De raadsman hoeft het immers niet eens te zijn met de opvattingen van zijn cliënt. Böhler wijst echter op een onafhankelijkheid in moreel opzicht.
Om die reden kan zij naar eigen zeggen oud-dictator Augusto Pinochet niet verdedigen omdat deze bullebak zijn daden 'noodzakelijk en daarom geoorloofd' acht. Böhler vindt het rechtse regime van Pinochet moreel 'zo onjuist' vanwege haar persoonlijke politieke opvatting. Advocaten zouden vaker dergelijke morele afwegingen moeten maken. Om diezelfde reden heeft de hoogleraar geen moeite met de verdediging van Abdullah Öcalan maar kan zij Wilders niet in goede gemoede verdedigen. Wat Böhler hiermee zegt is dat zodra een advocaat toch besluit Pinochet te verdedigen, dit iets zegt over de persoonlijke morele afweging van de advocaat. En dat is benauwend.
Angst
De vraag is wat de gevolgen van Böhlers’ betoog zijn als dit een negatief effect heeft op de aantrekkelijkheid om cliënts of a lesser God te verdedigen. Zij zijn per definitie slechter af indien de advocaat aarzelt om de verdediging op zich te nemen. Zeker wanneer dit het gevolg is van latente angst om als sympathisant te worden gekwalificeerd door personen als Böhler. 'Vanwege het nemen van onvoldoende morele afstand', heet dat dan.
En precies dit effect verwijt Böhler Geert Corstens, de President van de Hoge Raad. Corstens heeft de kandidatuur van Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, ingetrokken omdat deze in een rapport heeft gesteld dat de rechters bij het proces Wilders onterecht zijn gewraakt. Corstens wilde Aben behoeden voor beschadiging. Böhler verwijt de President te zwichten voor de populistische retoriek van 'rechts'. Volgens haar heeft Corstens een onterechte politieke beslissing genomen. Maar het is juist ook Böhler’s 'moreel appèl' aan de advocatuur dat er aan bijdraagt dat van het juridische bedrijf een politiek geëngageerd circus wordt maakt. De retoriek van Böhler dwingt advocaten namelijk precies dezelfde politieke afwegingen te maken als Corstens. Klassiek geval van the pot calling the kettle black.
Begrijp mij niet verkeerd, wat mij betreft heeft zelfs de grootste boef recht op een goede verdediging, maar deze uispraken van mevrouw Bohler zijn ronduit hypocriet.
Ook begrijp ik werkelijk niet waarom dit soort radicale types benoemt worden tot hoogleraar.
Beter lijkt het mij indien dit effect 'simpelweg' wordt uitgebalanceerd, door CDA/PVV/VVD juristen een plaats binnen het bestel te geven, zoals een Raymond de Roon / Lilianne Helder. Beetje zoals dat je geen objectief journaal kunt verwachten, dus beter zowel het NOS als Pownews kijkt.