Foto's van auto-ongelukken in de jaren '30

Eerder deze week werd ik uitgenodigd door een niet nader te noemen luxe automerk, om hun nieuwste model te komen testen op een niet nader te noemen eiland naast de Spaanse kust.

Schitterend aanbod natuurlijk, en niemand weet waarom ik op dit moment op een column zwoeg in een veel te warm kantoor en niet met een mojito in de hand op het strand l… ahum, ik bedoel in een met leer beklede autostoel zit.

Maar ergens ben ik wel blij dat ik nu tenminste niets verstandigs hoef te roepen over de rijkwaliteiten van dat model. Want die zijn met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heel goed. Zoals de meeste auto's die tegenwoordig uit fabrieken rollen. Ze hebben een wegligging als een trein op rails, barsten van het vermogen (geen idee hoe ze het doen, maar ik moet bij stoplichten tegenwoordig vol op het gas om een 1.4'tje voor te blijven) en zijn allemaal zó veilig dat je zelfs met de beste wil van de wereld niet meer uit een bocht kunt vliegen; daar zorgen ESP, ABS en ASR wel voor. Dat zijn auto's anno 2012: goed, maar op het saaie af.

Al die veiligheid en degelijkheid is het resultaat van de evolutie van de auto, een proces dat meer dan een eeuw geleden begon met gemotoriseerde koetsen waarin je heel hard werd uitgelachen door mensen op paarden. Het is goed dat we zo ver zijn gekomen hoor; ik zag vandaag een serie foto's met de veelbelovende titel 'Boston Car Crashes in the 30s'. Laat ik het zo samenvatten: auto's konden in de jaren '30 heel slecht tegen ontmoetingen met andere auto's. Of lantaarnpalen. Of winkelgevels. Vraag maar aan de nabestaanden van de chauffeurs.

'Ik moet bij stoplichten tegenwoordig vol op het gas om een 1.4'tje voor te blijven'

Maar wat, ondanks alle nadelen, gewoon geniaal blijft aan die tijd, is de enorme diversiteit aan automerken en de manier waarop fans van die merken het rijden beleefden (Bentley's zijn de snelste vrachtwagens ter wereld, zei Ettore Bugatti ooit). Wie in de jaren '20 en 30' leefde - en genoeg geld had - reed in 1917 nog 60 km/h in een Peugeot Bébé en in 1937 ruim 200 km/h in een Bugatti 57SC Atlantic. Als je de andere weggebruikers tenminste kon ontwijken. Bovendien is het werken geblazen in die auto's. Niks tractiecontrole of stuurbekrachtiging; maar met je spierballen aan een rank houten stuur trekken en proberen te schakelen zonder kraken.

Twee mannen die zich niet neerleggen bij de eenheidsworst van deze tijd, zijn de broers Huet. Ik ontmoette ze een paar jaar geleden op de AutoRai. Zij ontwierpen en bouwden een sportwagen in jaren '50 stijl. Volgens mij is hun HB Special inmiddels ook te koop, maar de eerste jaren verhuurden ze hem uitsluitend met bijpassende outfit en helm. Voor fans van het échte rijden organiseren ze tourtochten in de Alpen. Man man, wat een schoonheid: een hele week lang net doen of je een coureur uit de jaren '50 bent. Kijk, als zij mij volgende week bellen om hun nieuwste model te komen proberen, dan zult u het een weekje zonder mijn column moeten doen.

Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.