Scheefhuurders? Hoog tijd dat we de 'scheefrijders' aanpakken

Het lijkt erop dat de Nederlandse overheid scheefhuur definitief gaat aanpakken. Slechte keuze: je moet de scheefrijders hebben.

Zolang ik rijd, heb ik auto's boven mijn stand gekocht. Ze waren te groot, te onzuinig en te duur. Bovendien gingen ze, op één uitzondering na, binnen twee jaar door naar een andere eigenaar. Goed voor de economie (mensen die mij hun tweedehands auto verkochten, kochten op hun beurt een nieuwe auto) én de schatkist: van het geld dat ik de afgelopen jaren aan wegenbelasting betaalde en in een benzinetank gutste, kun je nu een vakantiehuisje in Griekenland of Spanje kopen. Toegegeven, ook slecht voor het milieu, maar dit blijft wel een autocolumn van een petrolhead, dus als u op de dieren stemt is dit misschien een goed moment om iets anders te gaan doen.

Scheefrijders (niet te verwarren met scheefhangers; petjes die in hun getunede Honda Civic boven de versnellingspook hangen) doen het tegenovergestelde. Ze rijden jarenlang rond in een Volkswagen Polo 1.1 uit 1991, waarvan de linker deurstijl op het punt van doorroesten staat en de achterbank al in 2004 is doorgezakt tijdens een vakantie in Tjechië. En dat terwijl hun inkomen inmiddels de Balkendendenorm nadert.

'Niet te verwarren met scheefhangers; petjes die in hun getunede Honda Civic boven de versnellingspook hangen'

Scheefrijders houden er in het algemeen dezelfde opvatting over auto's op na als salonautohaters: 'Als-ie me maar van A naar B brengt'. Maar het verschil met de salonautohater is dat scheefrijders écht niet van auto's houden en ze hun overvloedige euro's er in buitenlandse economieën doorheen jagen. Ze rijden zó weinig, dat in de benzinetank nog steeds resten van die allereerste brandstof uit 1991 aanwezig zijn. Wegenbelasting betalen ze nauwelijks, want dat 58 pk sterke blikje weegt 541 kilo; en dan heb ik nog niet eens over de schade die ze de Nederlandse autoverkopen toebrengen. Nee, doe mij dan de salonautohater maar.

Om deze grove misstanden te bestrijden, en omdat we van een demissionair kabinet voorlopig niets hoeven te verwachten, ben ik in de nachtelijke uren een geheime campagne gestart. Writer by day, car vigilante by night, zeg maar. Concreet komt het er op neer dat ik scheefrijders naar hun huis volg (wat ineens minder onschuldig klinkt nu ik het opschrijf) en hun geparkeerde auto in het holst van de nacht, tja hoe zal ik het zeggen, herdistribueer. Dat is overigens niet zo moeilijk, de meeste auto's uit 1991 kun je met een willekeurige huissleutel starten. In mijn geheime grot (vigilantes hebben altijd een grot) wordt de auto vervolgens door een klein team van monteurs helemaal opgeknapt en afgeleverd bij een willekeurige startende automobilist met een minimaal inkomen.

Laat dat een waarschuwing zijn voor alle scheefrijders in dit land. En als u vanmiddag in uw Suzuki Alto 1.0 in maatpak op weg bent naar de Raad van Bestuur van Ahold, en er komt een dikke V70 naast u rijden met een chauffeur die net iets te lang bij u naar binnen kijkt; dan zou ik op de terugweg even een stuurslot gaan halen.

Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.