Voetbal is oorlog, Balkanstijl

Supporters van de thuisploeg brengen stenen mee. De bezoekers hebben zuur bij zich om veiligheidshekken door te branden. Ze worden geleid door een crimineel en latere oorlogsmisdadiger. Welkom in Joegoslavië, 13 mei 1990.

Het Kroatische Dinamo Zagreb ontvangt de Servische aartsvijanden Rode Ster Belgrado. Het is geen 'risicowedstrijd' Ajax - FC Utrecht. Het is ook geen derby S.C. Joure tegen Renado. Het is een burgeroorlog in wording.

Etnische zuiveringen
De Servische hooligans staan onder leiding van Arkan. Juwelenrover, oorlogsmisdadiger en poezen­liefhebber, een fraai Balkan-product. Hij vormt de Servische hooligans later om tot een beruchte paramilitaire militie: Arkan's Tijgers. Enthousiaste uitvoerders van etnische zuiveringen.

Ter achtergrond. De Kroaten en Serviërs wonen nog samen in het etnische allegaartje genaamd Joegoslavië. Maar niet lang meer, want de Kroaten willen eigen baas zijn. Bij verkiezingen hebben ze Franjo Tudjman gekozen die Kroatië wil afsplitsen van Groot-Servië Joegoslavië.

In het voetbalstadion explodeert de politieke onrust. De Serviërs roepen leuzen als 'Dood aan Tudjman' en 'Zagreb is Servisch'. Tegenover zich vinden ze de Kroatische Bad Blue Boys, vergelijkbaar tuig. Het wordt natuurlijk een massale knokpartij (beelden). Bijna 140 agenten en supporters raken gewond.

Instant heldendom
Een van de Kroatische Dinamo-spelers maakt zichzelf onsterfelijk. Hij trapt een politieagent neer die een Kroatische fan vasthoudt. Het kost hem zes maanden schorsing, maar krijgt daar instant heldendom in Kroatië voor terug. Het is Zvonimir Boban, die later bij AC Milan speelt.

In de Kroatische geschiedenis start voetballer Boban de onafhankelijkheidsoorlog tegen Servië. Die oorlog begint weliswaar pas een jaar later, maar toch. De Kroatisch-Servische oorlog duurt tot 1995 en kost zo’n 40.000 mensen het leven. Daarna is Kroatië onafhankelijk en mag het meedoen met het WK in 1998. In de troostfinale verslaan Boban en landgenoten Oranje.

Bij het stadion in Zagreb staat een gedenkplaat. 'Aan de fans van de club, die de oorlog met Servië begonnen op dit terrein, 13 mei 1990.'  Overdreven en een tikje dramatisch. Maar het is té verleidelijk: een onafhankelijkheidsoorlog beginnen met een voetbalwedstrijd tegen de bezetter.