De verkiezingsprograms van alle partijen leiden tot armoede en minder democratie in Afrika

Bij de komende verkiezingen is geen enkele politieke partij bereid om de ontwikkelingshulp fundamenteel te herzien.

Return on investment
De PVV en VVD willen beperking van de ontwikkelingssamenwerking terwijl PvdA en Groen Links juist handhaving of uitbreiding van het huidige niveau willen. Geen enkel verkiezingsprogram heeft een doordacht plan voor de ontwikkeling van een duurzame Afrikaanse economie, omvangrijke investeringen in universiteiten en het openstellen van de Afrikaanse markt. 

Vorige week pleitte Henk Bleker voor meer ‘return on investment’. Landen die ontwikkelingshulp geven moeten daarvoor concessies voor het eigen bedrijfsleven terugkrijgen. Dit is exemplarisch voor precies de verkeerde benadering. Het verandert namelijk niets aan de essentie van het probleem dat de Nederlandse  ontwikkelingshulp teveel is gericht op het dumpen van de eigen goederen.

Lange tanden
Neem de voedselhulp. Structureel worden tonnen graan door Westerse landen ingevlogen om de bevolking van voedsel te voorzien. Dit graan wordt onder andere opgekocht bij Westerse boeren of door bij een paar lokale partijen die het tegen woekerprijzen verkopen. Afrikaanse ondernemers blijven zo onmogelijk in staat om graan zelfstandig grootschalig te verbouwen.

De Nederlandse staat zou grote Afrikaanse agrarische ondernemingen kunnen financieren en daarin participeren als aandeelhouder. Hierdoor kunnen tal van problemen worden opgelost. Bijvoorbeeld de houdbaarheidsproblematiek van graan. Als Nederland in staat is om op de Tweede Maasvlakte langdurig graan te bewaren, is die techniek ook in Afrika mogelijk.

University of Ignorance
In geen enkel verkiezingsprogram is een serieuze inverstering in Afrikaans universitair onderwijs te vinden. Terwijl dit veel duurzamer is dan de gefragmenteerde hulp van NGO’s en initatieven in kleine dorpsscholen. Die vorm van hulp leidt nooit tot de schaalvergroting die noodzakelijk is om een economie structureel van de grond te krijgen.

Vreemd genoeg stellen alle verkiezingsprogramma’s in meer of mindere mate democratisering als voorwaarde voor ontwikkelingshulp. Maar democratie is op dit moment in veel Afrikaanse landen geen optie. Dit omdat voor een succesvolle democratie een middenklasse met dito inkomen noodzakelijk is. Alleen dan kan sprake zijn van verdeling. Op dit moment ontbreekt deze middenklasse integraal en is alle rijkdom en macht in handen van een kleine elite. De plannen in verkiezingsprogramma’s doorbreken dit systeem niet.

Goede voorbeeld
China probeert dit systeem te doorbreken en investeert intensief in allerlei grootschalige duurzame infrastructurele projecten. Maar ook grote Nederlandse ondernemingen realiseren zich dat deze vicieuze circel van een falend ontwikkelingshulpbeleid doorbroken moet worden.

De verkiezingsprogramma’s weerhouden Afrikaanse landen een eigen duurzame economie te ontwikkelen. Daar vormt zich geen middenklasse waardoor democratisering onmogelijk blijft. Het gevolg is dat de allerarmsten het krijgen van veel kansloze kinderen als enige pensioenvoorziening blijven zien. Met alle gevolgen van dien.