Espresso, sushi en een massage van Olga

In zijn laatste column doet Top Gear's Jeremy Clarkson een vroeger-was-alles-betertje door heerlijk uit te halen naar de moderne autoindustrie. Die is oersaai geworden, draait alleen nog maar om computers en wie erin aan het werk wil, dient te beschikken over een aanbevelingsbrief van de NASA. Kan allemaal zijn, maar Jeremy heeft duidelijk nog nooit aan een vooroorlogse auto gesleuteld.

Toen we medio vorig jaar de eerste bout uit de Bugatti Type 57 draaiden; toen mijn leermeester - a.k.a. de alwetende - aanwees op welke manier we de zitpositie konden aanpassen, zodat ik er met mijn 1.97m voortaan in zou kunnen rijden zonder mezelf bij iedere stuurbeweging in het kruis te slaan, dacht ik: over een half jaartje rijden we ermee naar Molsheim. Niet lang daarna besloten we ook de remmen aan te pakken. En de versnellingsbak. En het leer. Alle bedrading; de waterpomp; de carburateur. En hier kan ik nog wel een tijdje mee doorgaan.

We besloten bovendien veel zelf te doen, wat de doorlooptijd van het project ook geen positieve impuls heeft gegeven. En met 'zelf' bedoel ik: onder bezielende leiding van hij over wie vele legenden de ronde doen. Er wordt gezegd dat hij staal met zijn handen smeedt. Dat hij 135 jaar oud is. Dat hij iedere zondag de Mount Everest beklimt zonder jas, maar met een sigaret tussen de lippen. En dat hij ooit een complete Bugatticarrosserie sloeg uit één enkel stuk aluminium. Die man vond het dus een goed idee - en dit lijkt me verreweg zijn meest twijfelachtige actie ooit - dat wij iedere zaterdag in zijn werkplaats aan de slag zouden gaan als zandstralers, polijsters, poetsers, schilders en schuurders. Maar niet nadat we de laatste twintig minuten naar zijn werkplaats geblinddoekt hadden afgelegd. Die moet ergens in de buurt van Zwolle liggen.

Maar niet nadat we de laatste twintig minuten naar zijn werkplaats geblinddoekt hadden afgelegd

Hoewel mijn opleiding tot amateurknutselaar inmiddels zijn vruchten begint af te werpen, moet ik eerlijk toegeven dat ik bij het lezen van Clarksons column in eerste instantie dacht: een auto die je bij het minste probleem via een USB-poort even aan de computer hangt; wat een verádeming. Dat je dealer op een knop drukt en het injectiesysteem van de wagen na een soft reset weer als nieuw is. Een onderdeel kapot? 'Geen probleem meneer, we bestellen het even voor u, komt u aanstaande dinsdag even langs en dan kunt u op uw auto wachten terwijl we hem herstellen. We hebben espresso, wifi, een sushibar, en als u op tijd reserveert, kan Olga u even masseren in onze spa.

Bij vooroorlogse auto's gaat het zo: 'Oei, dit asje is echt versleten. Terwijl jij de versnellingsbak roest- en vetvrij maakt, Niels, hem poetst en polijst, ontwerp ik een machine die een mal kan maken om dit onderdeel opnieuw te gieten.' En dan zijn we een maand verder.

Maar Clarkson heeft natuurlijk gelijk. Er is voor een monteur niets mooiers dan de dagen door te brengen - in de woorden van de opperbrit - 'elbow-deep in a BMW's number-seven cylinder'. Dat is precies wat ik dacht toen ik een paar weken geleden met een rubberen hamer een stuk carrosserie stond uit te kloppen. Het duurt nog wel even voordat we met de Bugatti richting Molsheim rijden, maar de weg er naartoe is minstens even belonend. Nu alleen nog zo'n Olga.

Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.