Het interbellum tussen kerst en oud en nieuw bracht ik dit jaar door in één van de kleinste dorpen van Zeeuws-Vlaanderen. Op de kleine markt van Groede - nog helemaal intact omdat het in de Tweede Wereldoorlog als Rode Kruisdorp diende en daarom door de strijdende partijen werd ontzien - sloeg de regen op het dak van een voor de gelegenheid opgetrokken kerststal.
Voor het huis stond mijn Scandinaviër nog na te hijgen, de carrosserie bedekt met een dikke laag moddersporen van het veelvuldig door zachte bermen ploegen op te smalle wegen. Een zachte berm is dat ding waar je in terechtkomt als de lokale aannemer besluit niet te stoppen op de daartoe ingerichte verbreding in de weg. Hij gaat ook niet aan de kant voor toeristen, waardoor ik plotseling ongewild meedeed aan een spelletje 'chicken': degene die het eerst zou uitwijken, was het watje.
Ik dacht aan mijn vader, die dit spelletje tot in de perfectie beheerst. Zijn redenering: mensen die niet voor je aan de kant gaan zijn a. macho's met hele dure auto's waar ze heel zuinig op zijn, of b. gehaaste werknemers die geen zin hebben om de baas uit te leggen waarom zijn bestelbus schade heeft. Ik probeerde moed te putten uit zijn woorden. Daarna stuurde ik mijn auto de naastgelegen akker in.
En toch ben ik aannemer Barends* uit Oostburg dankbaar voor dit lesje in nederigheid. Want als ik iets mooi vind, dan is het wel een auto waaraan je kunt zien dat er mee gereden wordt. De uitgeharde modder die vanuit de wielkasten tot aan de zijspiegels op de carrosserie is geslagen; lichtbruine vegen op velgen en banden: I'm loving it.
De edele kunst van het auto-viesmaken mag overigens niet worden verward met mensen die hun auto nooit wassen. Niet bang zijn om je bolide vies te maken, heeft niks te maken met de ellende die je deze maanden op de Nederlandse wegen tegenkomt. Ik werd gisteren ingehaald door een witte BMW die van achteren zwart leek. Vlak boven de onleesbare kentekenplaat had iemand het woord 'VIES' in de pekelresten geschreven. Er had van mij ook 'VERLOS MIJ' mogen staan.
De inwoners van Groede lijken het auto-viesmaken te hebben uitgevonden. Dit zijn mensen die weten wat het is om tijdens een noordwesterstorm in hun 4x4 te stappen en met een ketting de omgevallen eik bij boer Cornelisse van de weg te trekken. Die 4x4 is dan uiteraard een Land Rover; zelden een dorp gezien waar de Defender-dichtheid zó hoog is.
Hoe dan ook, morgenmiddag heb ik een afspraak met de autowasstraat. Het zal me niet gemakkelijk vallen om de zichtbare sporen van mijn Zeeuwse dagen van de auto te spoelen. Maar om te voorkomen dat ik al te lang met zo'n showroom-look over straat moet, rij ik meteen daarna door naar het kleinste weggetje dat ik kan vinden. Ik hoop op een boterzachte berm.
*De naam van aannemer Barends is om veiligheidsredenen gefingeerd.
Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.