Als het sneeuwt in Nederland, kun je van twee dingen zeker zijn: 1. het fileleed is niet te overzien. 2. iedere man gaat met zijn auto glijden. Ik wil het vandaag over punt 2. hebben.
Het blijft nog tot zaterdag vriezen, daarna volgt een dooiaanval (een typisch mediawoord, die proberen zelfs van een paar graden boven nul nog iets sensationeels te maken). Op de eerste hulpposten zien ze het weekend dan ook met afgrijzen tegemoet: als heel Nederland op botte schaatsen en knikkende enkels het ijs opgaat, zullen de brancards niet aan te slepen zijn. Ik reed vorig jaar op het Paterswoldsemeer bij Groningen en zag in drie rondjes twee hersenschuddingen, een diepe vleeswond en een gebroken pols langskomen. Bij de koek en zopie ontmoette ik twee vrouwelijke eerstehulpartsen die me aanspraken op mijn onbeschermde schedel. 'Jaartje of 35?' zei de leukste van de twee. 'Prima donor.'
Sindsdien schaats ik toch een stuk minder lekker rond op natuurijs; iedere scheur is een potentiële schedelbasisfractuur; elke amateur op houtjes zou mijn laatste hindernis kunnen zijn. Maar rondrijden met een helm op m'n kop, dat is me (nog) net iets te veel natuurkundeleraar. De oplossing is even simpel als doeltreffend: komende zaterdag ga ik in een auto het ijs op. Nu ja, de sneeuw dan. Want ook voor driftfans is dit weekend de laatste mogelijkheid om de bolide risicoloos in een pirouette te smijten. BMW-rijders hebben een streepje voor - leve de achterwielaandrijving - maar het is een prettige gedachte dat zij op een doordeweekse sneeuwdag al hun stuurkunst nodig hebben om hun auto recht op de weg te houden.
Is het niet een beetje kinderachtig om meteen te gaan slippen wanneer de eerste sneeuwvlokken op het wegdek blijven plakken? Ja. Volstrekt. Maar iedere man, en dan bedoel ik ook echt iedere man, doet het. We onthouden onszelf na Oud en Nieuw moeiteloos een maand alcohol; we weerstaan de avances van de wulpse secretaresse en beheersen ons als het ettertje in de kroeg de doorgang naar de wc blijft blokkeren; maar zodra er sneeuw ligt, móet er gegleden worden. Even het gas erop, de rem te hard intrappen of een bocht te hard indraaien: we kunnen het niet laten.
Een paar dagen geleden was ik op locatie bezig met het draaien van een bedrijfsfilm. Het pand ligt op een afgelegen terrein, buiten bereik van strooiwagens en sneeuwschuivers. 'Film dit even,' zei de keurige directeur in pak door het open raam van zijn hybride, waarop hij zijn auto op een bocht afstuurde en met zeker 30 km/h de handrem aantrok. Zijn collega's juichten alsof hij zojuist bekend had gemaakt dat het bedrijf de winst had verdubbeld (wat overigens ook zo was). Niets verbindt mensen zoals een goed uitgevoerde sneeuwdrift. Prachtige film geworden.
Mijn mooiste driftervaring had ik in een Mercedes M-klasse. Een beetje valsspelen was het wel, met vierwielaandrijving en traction control kan zelfs Marco Bakker die wagen op de weg houden, maar mijn hemel wat was dat een partij. Ik denk overigens niet dat de directie van de bewuste bloemenveiling de volgende ochtend even enthousiast was over de sporen op hun terrein.
Zo, en dan is het nu tijd om alvast een beetje in te rijden voor zaterdag. Net als bij de legendarische Friese wedstrijd, kun je ook tijdens de Elfparkeerplaatsentocht maar beter goed beslagen ten ijs komen.
Niels Godron is schrijver (onder meer voor 925, als enige blogger van het eerste uur die nog niet bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten), theatermaker en groot autoliefhebber. Als hij niet aan auto's sleutelt of er in rijdt, is hij meestal goed te volgen op Twitter.
Een dag na zijn redding, zag iemand de bumper van een auto drijven in het kanaal.
Die belde wéér de brandweer en politie,... En die begonnen wéér een uitgebreide zoektocht naar slachtoffers van een ongeval. Gelukkig zat zijn nummerbord nog op die bumper, zodat hij nóg een keer mocht betalen. Gerechtigheid bestaat dus nog steeds.