Wie is er zo naïef om te denken dat doping of EPO gebruik alleen bij wielrennen voorkomt?
Jean Nellissen schreef in zijn boek in 1989 al over het wondermiddel EPO. Het was het bewijs van de high-tech medische begeleiding die topsporters ook in die tijd al genoten.
Antidoping-instituten zijn traag
Doordat vanaf 1987 in Europa de recombinant-technologie beschikbaar kwam, verscheen er vanaf 1988 kunstmatige EPO op de markt. Vanwege het vermogen van dit middel om zuurstoftransport in het bloed te vergroten besloot de medische commissie van het IOC hierop dit middel in 1990 aan de internationale dopinglijst toe te voegen. Iets tot doping verklaren en het vervolgens ook vaststellen, bleken echter twee verschillende werelden.
Inmiddels is gebleken dat mede door de doorontwikkeling van EPO in volgende generaties de internationale dopingautoriteit (WADA) voortdurend achter de feiten aanliep. Formeel kan EPO op enigszins betrouwbare basis pas sinds 2001 worden opgespoord. Een BBC-documentaire uit 2008 toonde aan dat de WADA (op dat moment) echter minder streng op EPO controleerde in verband met een aantal dure rechtszaken dat op dat moment speelde. In deze zaken werd de geloofwaardigheid en juistheid van de uitslag van de WADA-tests aan de orde gesteld omdat EPO (een lichaamseigen hormoon) ook in afwijkende hoeveelheden bij sporters van nature kon voorkomen. Dit aangevuld met de ook door deze documentaire aan het licht gebrachte financiële en organisatorische problemen, liet WADA besluiten haar criteria voor het opsporen van doping met EPO te versoepelen.
EPO pas recent te traceren
Dit verklaart voor een groot deel het feit dat in de periode 2000 tot 2010 maar op zeer beperkte schaal sporters daadwerkelijk positief zijn bevonden en ook dat bijvoorbeeld de UCI nu stelt slechts waarschuwingen te hebben uitgedeeld naar aanleiding van “verdachte uitslagen”. Pas in de afgelopen jaren, met de medewerking van de farmaceutische industrie die de doping-autoriteiten heeft voorzien van vertrouwelijke informatie omtrent de detectie van EPO, is de pakkans sterk verhoogd. Hier hebben ook het zogenaamde biologisch paspoort en de “out of competition” controles aan bijgedragen. Dit alles leidde tot de volstrekte teloorgang van het professionele wielrennen. Met recentelijk Lance Amstrong als vaandeldrager en beul.
Doping is wijdverspreid
Dat de (internationale) sportpers daarbij krokodillentranen plengt is echter volstrekt ongeloofwaardig. Dat het publiek het wielrennen hierop afrekent nog meer. Langzaam wordt namelijk de totale omvang van dit “dopingschandaal” bekend.
Wie is er zo naïef om te denken dat doping of EPO gebruik alleen bij wielrennen voorkomt? Het is toch werkelijk absurd om aan te nemen dat de sociale druk om te gebruiken zoals Lance Amstrong deze heeft beschreven (en recentelijk diverse Nederlandse wielrenners) beperkt zou zijn tot wielrennen?
Maar het is in beweging. Elsevier schreef op 29 november 2012 dat “systematisch dopinggebruik van profvoetballers en het verkopen van wedstrijden op het hoogste niveau zullen de voetbalwereld de komende 10 jaar doen afbreken tot de basis”. Een paar dagen geleden kwam I. Badiola naar buiten met zijn verhaal dat er door de voetbalclub Reaal Sociedad tot 2008 grote sommen geld aan doping zijn besteed. Waarschijnlijk verkregen van de beruchte dopingarts E. Fuentes (die we ook al uit het wielrennen kennen…).
Georganiseerde topsport aan de doping
Het wielrennen was in de periode 1990 – 2008 een zeer professioneel georganiseerde sport. Net als voetbal maar ook zoals andere sporten als zwemmen, atletiek, skiën, schaatsen etc. Gaan we nu werkelijk geloven dat in die periode 80% van de topwielrenners doping gebruikte maar het hooguit in het voetballen incidenteel voorkwam? Of gaan we de realiteit onder ogen zijn dat 80% van alle goed georganiseerde topsporters in die periode waarschijnlijk op één of andere manier betrokken was bij doping?
Dan moeten we vraagtekens gaan stellen bij alle Nederlandse topsport succes in die periode; van de Olympische schaatsers tot de Olympische zwemmers etc. Maar we kunnen ook accepteren zoals Lance Armstrong het aangaf dat hij deed zodat er een level playing field was en dan hebben toch uiteindelijk de beste sporters gewonnen?
En dan Nadal die Roland Garros wint en daarna zomaar geblesseerd uitvalt? Dan hoor je op de radio dat in de tennis niet bekend wordt gemaakt wie men na betrapt te zijn straft ... Nadal boos, maar hoe terecht?
Lance Armstrong kon winnen door zijn talent, tactisch koesinzicht en het teammanagement. Maar bovenal zijn toewijding, 40.000 kilometer per jaar op de fiets ... laten we inderdaad begrijpen dat je die inspanning op dat niveau alleen kunt volbrengen met een goede medische begeleiding. En ja, zijn mentaliteit is hard, maar heb je dat niet nodig om een winnaar te zijn? Geef die man z'n titels terug, roem en en andere "gevallen" helden om de mooie sportmomenten en bezie hoe je de professionele sport in de toekomst wilt organiseren. Accepteer en faciliteer enige medische begeleiding om ook die helden verantwoordt hun sport te laten doen, dan blijven wij genieten van de heroiek, dramatiek en echte kampioenen.