€150 miljoen aan ontwikkelingshulp voor Sudanese dictator

Logisch. Nederland reserveert € 150 miljoen om ontwikkelingshulp te geven aan de dodelijkste zittende dictator van Afrika, Omar Bashir van Sudan. Zijn leger heeft geld tekort, ook nadat het eerder dit jaar nog voor precies dat bedrag aan Russische gevechtshelikopters bestelde. Bashir is er in het verleden niet van teruggeschrokken om deze tegen (eigen) burgers te gebruiken. De woordvoerder van Buitenlandse Zaken bevestigt desondanks de gang van zaken, hoewel het niet met liefde gaat. Bashir wordt juist gezocht door het Haagse Internationaal Strafhof.

In de zomer 2011 splitste het overwegend Zwart-Afrikaanse zuiden van Sudan zich na een jarenlange oorlog af van het Arabische Noorden, waar Bashir de scepter zwaait. De laatste stond eerder dat jaar een referendum toe onder de zuidelijke bevolking. Toen de overgrote meerderheid van die stemmers onafhankelijk wenste, heeft Bashir dit gerespecteerd. Naar nu blijkt, heeft dat een prijskaartje gehad.

Een groep donorlanden, waaronder Nederland, heeft hem kennelijk een behoorlijke verlichting van de staatsschuld beloofd in ruil voor Zuid-Sudanese onafhankelijkheid; nu maakt de dictator daar aanspraak op. Het Nederlands aandeel daarin bedraagt €150 miljoen. De woordvoerder de Ministers Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken (PvdA) en Lilianne Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) bevestigt het gerucht, en stelt het volgende; 

‘De overeenkomst bestaat inderdaad, en is het gevolg van de Sudanese boedelscheiding. Na diplomatiek overleg heeft een aantal donorlanden deze overeenkomst meegetekend, en beide partijen schuldhulpverlening aangeboden. Daar zijn wel voorwaarden aan gesteld, ten eerste in de zin van financieel goed bestuur, ten tweede met betrekking tot mensenrechten. Aan het laatste houdt Bashir zich niet bepaald. Omdat het een afspraak uit het verleden is, moeten we ons hieraan houden en daarom is het bedrag alvast gereserveerd op de Nederlandse begroting.’

Opmerkelijk is dat de staatsschuld van Sudan met 62% van het BNP lager is dan die van Nederland, van 75% van het BNP. Een paar jaar geleden lag deze verhouding omgekeerd, en de woordvoerder benadrukt dat het een oude afspraak betreft. De kosten voor de hulp zijn daarom al wel in de Nederlandse begrotingscijfers opgenomen, maar de uiteindelijke overboeking kan mogelijk nog worden tegengehouden: dit is nog even onduidelijk. Wordt vervolgd.