925 bezoekt... Nick Mason

We gingen op de thee bij de constante factor van Pink Floyd en eigenaar van een waanzinnige vloot prachtige voitures: Nick Mason.

Ferrari’s

We staan op Rendcomb Airfield in de Engelse Cotswolds, voor de deur van een kleine hangar. Ervoor staat een Ferrari 365 GTB/4 Daytona Competizione. Een van slechts een handvol die nog bestaan. Een prijskaartje voor de auto gaat al snel richting de miljoenen euro’s. Worth every penny. Alleen al voor de looks.

We lopen door het kleine deurtje naast de auto en staan plotseling oog in oog met twee grootheden. Nick Mason, legendarisch als drummer van Pink Floyd en onder autoliefhebbers door de waanzinnige collectie die hij heeft. De tweede grootheid is een Ferrari 250 GTO. Volgens experts de duurste auto ter wereld. Prijzen zijn schattingen, want in tegenstelling tot veel dure Ferrari’s wordt de 250 GTO niet geveild. Eigenaren weten wat ze hebben en doen ze niet weg. Het is een van de 39 250 GTO’s wereldwijd. En dan ook nog een van de mooiste exemplaren, met – naar ons idee – de beste kentekenplaat: ‘250 GTO’.

Racen

“Het begon allemaal met een Austin 7 Chummy. Tenminste, autorijden voor mij.” De ogen van de 69-jarige drummer stralen als hij het heeft over zijn Austin, maar hij leeft nog meer op als we hem vragen waar het échte rijden in begon. “Racen, dat begon in een Aston Martin, die auto staat hiernaast, daar lopen we zo wel even heen.” Enthousiast staat Mason naast zijn 250 GTO. Zelf weten we niet goed waar we moeten kijken tijdens het gesprek. Overal om ons heen staan waanzinnige automobielen. Een Jaguar D-Type. Een Maserati Tipo 61 ‘Birdcage’. Een Ferrari 250 GT Lusso. Ze hebben een overeenkomst: bijna allemaal zijn het racewagens. “Als kind racete mijn vader met een klassieke Bentley, dus de interesse in racewagens is er altijd geweest. Die auto staat overigens ook hiernaast.” Even loopt hij naar de GTO en veegt met zijn mouw een vlekje van het kofferdeksel.

Pink Floyd

Mason geeft eerlijk toe dat zijn verzameling zonder de muziek niet mogelijk was geweest. “Soms verklaarden mensen me voor gek dat ik een bepaalde auto kocht. Bijvoorbeeld toen ik de GTO kocht. De laatste jaren heb ik er wel een aantal verkocht. Je kunt niet alles houden.” Pink Floyd kwam in 1965 tot stand en bestond uit vier bandleden: Syd Barrett, Richard Wright, Roger Waters en Nick Mason. Voor als u de muziek niet kent, hier een paar van de grootste hits: The Wall, Comfortably Numb en Wish You Were Here. Met meer dan 200 miljoen verkochte albums was het een bijzonder succesvolle band. Nick Mason drumde en was eigenlijk altijd de constante factor: hij heeft altijd deel uitgemaakt van de band. Mooi detail: toen Mason in de jaren 80 samen met David Gilmour wilde gaan touren onder de naam Pink Floyd, gebruikte hij zijn 250 GTO als onderpand om de tours te regelen.

Klassiekers

Door een kleine workshop waar twee mensen hard aan het sleutelen zijn lopen we door naar de tweede hangar. “Het is er wel een stuk kouder, dus bereid je even voor.” Zelf pakt Mason een kop thee mee naar de ruimte. Bij binnenkomst staan we meteen recht achter een Ferrari 599 GTO. Mason: “Sportief rijden met klassiekers is veel makkelijker. Met een moderne auto liggen de grenzen veel verder weg, maar eenmaal op zijn limiet, is ook de kans op een ongeluk een stuk groter. Met bijvoorbeeld de 250 GTO kun je hem laten uitbreken, flink op het gas gaan en hem een bocht door laten glijden.”

Mason begint erbij te glunderen. Hij racet zelf geregeld en gaat ook naar veel races toe. En hij niet alleen. “Mijn vrouw is net terug van een rally met de 250 en allebei mijn dochters racen regelmatig. Soms ook samen.” In de ruimte staan drie rode Aston Martins op een rij, met in het midden de auto met nummer 21, de auto waar Mason voor het eerst zelf in racete. Zijn naam staat in kleine letters op de zijkant. “Het blijft een fijne auto om in te rijden, maar vooral de herinneringen zijn goed.”

Gebruiken

Praktisch alle auto’s in de verzameling van Mason zijn rijdbaar. “Dat moet ook. Er moeten exemplaren zijn in een museum, waar mensen naartoe kunnen gaan om hem in ‘pristine condition’ te bekijken. Maar ik zie graag dat ze gebruikt worden. En ja, natuurlijk is er soms een ongeluk, maar anders is het alsof je een mooi instrument hebt en je gebruikt het nooit. Puristen zullen misschien naar mijn 250 kijken en zeggen wat er niet origineel aan is, maar dat krijg je nou eenmaal als een auto wordt gebruikt.”

Zijn favoriete auto? Na lang twijfelen zegt hij toch de GTO, omdat hij daar de beste herinneringen aan heeft. “Allebei mijn dochters heb ik weggebracht naar hun bruiloft in de auto. Een keer waren we aan de late kant en moest ik behoorlijk doorrijden. Toen hoorden ze hem van een flinke afstand al aankomen.” Toch kijkt hij nog even naar zijn Maserati Tipo 61. “Ik moet toch kiezen he? Dan de 250 GTO voor op de weg en deze om mee te racen.”

Le Mans

Bijna is het weer tijd om te vertrekken, als we stil gaan staan bij een Ferrari 512. Alweer een auto met een verhaal. Mason drinkt de laatste slok thee uit zijn mok. “Dit is een van de auto’s van de film Le Mans met Steve McQueen. Op de set vloog hij in brand. Jaren later heb ik hem gekocht en laten herstellen en nu is hij weer helemaal goed.”

Om het afscheid minder zwaar te maken start Mason zijn 250 GTO nog even voor ons. “Er zit net een nieuwe racemotor in en hij heeft nog niet gelopen.” Alvast excuses voor als het tegenvalt dus. Hij slaat een hele tijd niet aan, maar dan, gepaard met een enorme hoeveelheid rook, komt hij tot leven. De deuren zijn niet open en langzaam vult de ruimte zich met uitlaatgassen. Het doet ons niets. We hebben even mogen meegenieten.