Amerika is nog steeds het land der mogelijkheden (of onmogelijkheden)

Onderzoek wijst uit dat de sociale mobiliteit in de Amerikaanse maatschappij niet groter of kleiner is dan een generatie geleden.

Van krantenjongen tot miljonair, dat is allang niet meer mogelijk in wat vroeger het land der mogelijkheden was. Zelfs Republikeinen en Democraten zijn het er gezamenlijk over eens: de Amerikaanse droom moet in ere worden hersteld.

Inkomensongelijkheid
Toch lijkt het er op dat sociale mobiliteit met inkomensongelijkheid wordt verward. Het is waar dat in 2012 de rijkste 1 procent van de bevolking bijna een kwart van alle rijkdom in het land bezitte terwijl dat in 1980 nog maar 10 procent was. Dat wil echter nog niet zeggen dat het voor een Amerikaanse kind van nu moeilijker is om professor of directeur te worden dan voor een dreumes uit 1970. 

Weekblad The Economist haalt een onderzoek aan waarin economen van Harvard en de Universiteit van Califronië meer dan 40 miljoen belastingteruggaves hebben bestudeerd tussen 1971 en 1993. Daaruit blijkt dat een kind uit de laagste van de vijf inkomensschijven net zoveel kans heeft om de top te bereiken als een generatie geleden, namelijk rond de 9%. 

Overigens is 9% in vergelijking met veel West-Europese landen sowieso laag. De kans dat een Deense achterbuurtbewoner (als die er al zijn) iemand met een hoge sociale status wordt, is twee keer zo hoog dan in Amerika. Maar de assumptie dat de sociale mobiliteit in Amerika is verslechterd kan de prullenbak in. 

Joe the Plumber
Reden om nu onder begeleiding van 
Star Sprangled Banner met het Amerikaanse vaandel door de straten te marcheren, is er vooralsnog niet. De weg naar de top is net net zo stijl, maar voor iedereen in de middenklasse is de huidige situatie ronduit beroerd. Hun lonen stijgen al tijden niet. In relatieve zin is het vervelender om anno 2014 een Joe the Plumber te zijn dan in de tijd van Ronald Reagan. 

Een addendum van het Harvard/Californië-onderzoek laat zien dat de sociale mobiliteit bovendien een lokale aangelegenheid is. In San Jose te Californië is de sociale mobiliteit 12,9% - niet veel lager dan in Denemarken, terwijl Charlotte te North-Carolina het moet doen met een schamele 4,4%. 

Minder discriminatie
De stabilisatie van de sociale mobiliteit kan wellicht worden toegeschreven aan de verminderde discriminatie tegen minderheidsgroepen als vrouwen, latino's en afro-Amerikanen. Dat getuigt een donkere president. Maar ook hoe de burger de latin version van het Amerikaanse volkslied van Puerto Ricaan José Feliciano tweemaal verschillend in ontvangst nam.

In 1968 (hoor hoe hij wordt uitgejauwd aan het einde)

In 2012 (hoor hoe hij wordt toegejuicht aan het einde)

Hoe dan ook. The American Dream is nog net zo levend of dood (ligt er aan hoe u het bekijkt) als een generatie geleden. Maar de groeiende inkomensongelijkheid is een hardnekkig probleem. Een putjesschepper mag dan misschien net zoveel kans als vroeger hebben om CEO van JPMorgan te worden, als de CEO van JPMorgan op zijn beurt naar de voedselbank moet omdat hij putjesschepper is geworden, is dat natuurlijk een verschraling van de maatschappij.