Is Unilever ook al aan het greenwashen?

Het klinkt charmant: Unilever geeft voor £250 miljoen ’groene obligaties’ uit met een rente van 2%, oftewel green bonds. Daarmee geeft het voedingsmiddelenconcern opvolging aan de wens om duurzamer te produceren. Gezien het verleden van Unilever lijken dat een beetje krokodillentranen. Er wordt een klein groen dingetje gedaan om een massa aan milieuschade te maskeren, het zogeten greenwashing. Het bedrijf ziet het zelf absoluut niet zo.

Palmolie
De pijn bij Unilever zit hem in de palmolieplantages in Azië. Uit de vruchten van die plant wordt eetbare olie gewonnen. Die zitten in een reeks voedingsmiddelen, zoals margarine en soepen, maar ook in shampoo. De grootste exporteurs zijn Indonesië en Malesië, de grootste importeur in de EU is Nederland.

Dat komt dus voor een groot gedeelte door Unilever. Om grond vrij te maken voor het verbouwen van de palmplanten werden en worden grote stukken oerwoud platgebrand, met name op Sumatra en Borneo. Dat wordt als een van de grootste bedreigingen gezien voor het voortbestaan van een reeks aan beesten als de Orang Utan en de Sumatraanse tijger. Unilever schermt dus met een ’groene’ bedrijfsvoering maar het is niet moeilijk om activisten te vinden die zich daar niet in kunnen vinden.

Vanaf ongeveer 2007 klinkt er steeds meer kritiek vanuit de milieubeweging aan het adres van grote multinationals zoals Unilever. Dat bedrijf antwoordde onder meer met het Unilever Sustainable Living Plan, voornamelijk gericht op een milieuvriendelijker productie. En vorige maand werd er dus ook nog eens een ’groene’ obligatie uitgegeven van omgerekend €300 miljoen. Maar zijn die wel zo groen?

Groen schuldpapier
Het probleem zit hem in de definitie. De financiële sector heeft richtlijnen vastgelegd, waarin staat dat een obligatie groen als het om ’nieuwe en bestaande activiteiten gaat met voordelen voor het mileu’. Het is alleen niet duidelijk wanneer daar sprake van is. Het bedrag van €300 miljoen valt ook in het niet bij de complete uitstaande obligatieportefeuille van Unilever ter grootte van €9,5 miljard. Het gaat dus om een paar procent die ’groen’ is gefinancierd. Is de rest van het bedrijf dan niet per definitie niet milieuvriendelijk?

De toevoeging ’groen’ geeft ook de indruk dat de opbrengst van de overigens zeer succesvolle emissie gescheiden wordt van de rest van het bedrijf. Wie een groene obligatie koopt, weet dan zeker dat de herkomst van de rente volledig duurzaam is. Nu scheppen de green brond principles daar zelf al onduidelijkeid over. De richtlijn noemt een een groep van vier soorten obligaties die allemaal groen zijn.

Daartussen vinden we ’green use of proceeds bonds’, waarvan de opbrengst in zaken als isolatie en waterzuivering wordt gestopt: de ’green project bonds’ daarentegen worden gebruikt om enkel groene projecten te financieren en zijn dus wat men in normaal spraakgebruik als milieuvriendelijk ervaart. De koper van zo'n obligatie weet dan zeker dat zijn rente niet van uit een milieuvernietigende activiteit komt. Onder de vier categorieën vinden we dus bonds die een beetje groen, of heel groen zijn, maar ze krijgen allemaal hetzelfde groene etiket.

Gescheiden cashflow
Een rente van 2% ligt beneden het gemiddelde dat Unilever op schuld betaalt. Het is dus niet waarschijnlijk dat we hier met enkel groene projecten te maken hebben, die volledig zijn afgeschermd van de minder milieuvriendelijke. Woordvoerder Marc Potma bevestigt dat desgevraagd

’De opbrengst van de emissie gaat enkel naar milieuvriendelijke zaken, maar de rente wordt betaald uit de verkopen die de fabrieken realiseren. We kunnen dus een dak van een fabriek vervangen door een met zonnepanelen, die absoluut het predikaat ’groen' verdienen. De rente die investeerders vervolgens ontvangen staat daar los van. Er is dus geen sprake van gescheiden kasstromen. Deze obligatie moet dan ook vooral als signaal worden gezien.’

De gedachte dat Unilever geen groen bedrijf zou zijn stuit mij tegen de borst.
Marc Potma, Unilever
Daarmee komt het groene verhaal een beetje in het gedrang. Het illegaal gekapte oerwoud is voorgoed weg en de grond blijft gebruikt worden voor de productie van palmolie voor de Nederlandse markt. Dat de logistiek die dit mogelijk maakt nu iets energie-efficiënter wordt (wat ook om bedrijfseconomische redenen verstandig kan zijn) verandert daar niets aan: een paar procent aan groene obligaties of niet.

Potma kan zich niet in die conclusie vinden. 'Unilever loopt juist voorop in het verduurzamen van de keten. Dat doen we bij voorkeur in overleg met NGO's met wie we goed samenwerken. De gedachte dat Unilever geen groen bedrijf zou zijn stuit mij dan ook tegen de borst. Gezien ons track record van de afgelopen jaren is het ook ver bezijden de waarheid. Het gebrek aan gescheiden kasstromen doet daar niets aan af'.

'Unilever is voortrekker'
Die lezing klopt met de uitleg die de green bond desk van een zeer grote Nederlandse bank ons geeft. Deze is overigens niet bij de emissie betrokken.

'Het klopt dat er geen harde wettelijke eisen zijn over wanneer iets een groene obligatie is. Er is bijvoorbeeld geen wet voor gemaakt. Het is bovendien ook erg lastig om een afgescheiden kasstroom te hebben. De obligatie zou dan een project financieren en niet het bedrijf, daar is in dit voorbeeld inderdaad geen sprake van. Desondanks verdient Unilever alle lof. Binnen de grenzen van wat mogelijk is doet het veel om duurzamer te produceren. Ook deze bond is daar een voorbeeld van.'

'De markt voor green bonds is slechts een fractie van de totale obligatiemarkt maar het product zit in de lift. Er zijn meer kopers dan verkopers van dit type belegging. Unilever is hierin een voortrekker. Daarom is het een van de bedrijven die als eerste tegen de onduidelijkheden van de richtlijnen aanloopt, maar dat doet niets af aan hun inspanningen.'