Unilever is mooi wel aan het greenwashen

We dachten al zoiets. Op de suggestie uit het vorige verhaal, dat de 'Green Bonds' slechts een marketingverhaal zouden zijn, kwam een boze reactie van de voedingsmiddelenfabrikant zelf. Hoe durfden we te stellen dat Unilever niet echt, in hart en nieren, groen zou zijn? Nu blijkt wel waarom.

Milieuvriendelijk schuldpapier
Unilever gaf vorige maand ‘milieuvriendelijk schuldpapier’ uit, met een waarde van omgerekend €300 miljoen. Die is niet op gerecycled en chloorvrij papier gedrukt, maar geeft de belegger het gevoel dat die iets goeds voor de aarde doet. Het was een ‘use-of-proceeds-bond’, wat betekent dat de opbrengsten uit de emissie enkel in milieuvriendelijke zaken gestoken zal worden. Kun je moeilijk tegen zijn toch?

Is ook zo. Op zich dan, want er is meer. Unilever wordt zwaar bekritiseerd, omdat het palmolie gebruikt voor in een reeks producten, van frituurvet tot shampoo. Die wordt verbouwd op plantages, die staan op plekken waar voor dat doel oerwoud illegaal gekapt is. Palmolie is een van de grootste oorzaken van ontbossing, met alle gevolgen voor het leefmilieu van dien. Bedreigde dieren bijvoorbeeld, zoals de Orang Utan, verliezen hun laatste beetje leefruimte.


Om de ‘impact’ daarop te verkleinen is Unilever al jaren bezig om het productieproces milieuvriendelijker te maken. Kun je, wederom, moeilijk tegen zijn. Het probleem is dat die paar kleine stapjes in het niet vallen bij de eerder veroorzaakte schade, bovendien zijn die uitgaven toch al om bedrijfseconomische redenen verantwoord.

97% van Unilever is dus niét groen
€300 miljoen klinkt als een boel, maar het is slechts iets meer dan 3% van de financieringsbehoefte van het totale bedrijf. Het geld uit de obligaties wordt vervolgens gebruikt om bestaande productieprocessen efficiënter te maken, en daarmee energiezuiniger. Een voorbeeld is een fabriek waarvan het dak vervangen moet worden. Door er een met zonnepanelen neer te zetten wordt er in ‘iets’ groens geïnvesteerd en tevens geld bespaard. Nu was dat laatste voor een beursgenoteerd bedrijf op zich al een reden dat te doen.

De 2% rente op de bond wordt dus uit bestaande verkopen van de fabriek betaald, waar verder niets groens aan is. Het is niet zo dat er met de opbrengst van de emissie nieuw bos wordt geplant, om maar iets te noemen. Dat blijkt ook uit het laatste persbericht van Unilever, over het succes van het ‘sustainable living plan’.

Plastic flessen beschilderen
De totale kostenbesparing in dat verband is €350 miljoen sinds 2008, oftewel €70 miljoen per jaar. De jaarlijkse rente op de groene obligatie bedraagt slechts €15 miljoen dus Unilever maakt hier gewoon winst op. Niet erg, maar dat was op zich al rechtvaardiging voor die uitgave. Er is geen aap mee gered.

Iets soortgelijks blijkt ook uit het plan om ‘niet dodelijk afval’ te verminderen. Overtollige plastic flessen en ander verpakkingsmateriaal worden niet langer bij het grof vuil gezet, maar aan een lokale basisschool gedoneerd. Kunnen ze er leuke poppetjes op schilderen. Hun bos krijgen ze er niet mee terug.

Het woord ‘non-hazardous’ is in dit filmpje overigens met kleine letters erbij geplakt, op vijf seconden. Mooi hoor. Maar hoe zit het met gif dat wel dodelijk of anderszins schadelijk is? Een green bond is (in het geval van Unilever) een mooie groene marketingtool, cadeaupapier om een gift die je toch zou krijgen. Vooralsnog lijkt de truc te werken, want de een na de ander stinkt erin.