Sorry Joris Luyendijk, er klopt niet heel veel van de cijfers in uw Britse afpersverhaal

Antropologen en statistieken, dat kan niet goed aflopen. Hoe moet de EU een Brexit tegenhouden? Simpel, door de Britten te bedreigen. Als ze niet blijven, dan zullen we 'ze zo hard mogelijk raken als we kunnen'. Want eenmaal uit de EU kunnen we ze 'wurgen of verpletteren'. Dat zijn de letterlijke woorden van 's lands beste bancair antropoloog, in een ingezonden brief in The Guardian. Kennelijk is de EU iets waar je met geweld in geramd moet worden, in plaats van dat het uit zichzelf aanlokkelijk is. Laten we, los van de historische context, eens naar de cijfers in de argumentatie kijken. 

‘The best way forward for Europe is to threaten to hit the English as hard as we can.’ Illustration: Robert G Fresson

Luyendijk begint met een kleinerende plaagstoot.

'Why not let them simmer in their splendid irrelevance for a decade or more, and then allow them back in – provided they ask really, really nicely.'

Het bijzondere aan Luyendijk is dat hij de Britten wegzet als 'irrelevant', terwijl hij wel de taal van dit volk nodig heeft om het af te kraken. Als miljarden mensen een taal spreken van een volk dat de op vier na grootste economie (volgens het IMF) draaiende houdt, is 'irrelevant' dan wel de juiste term?

Het VK is economisch groter dan Iran, Turkijke, Mexico en Indonesië bij elkaar. Niet echt een schitterend toonbeeld van irrelevantie, dit eiland met witte wezens dat plek vijf op een lijst met 188 landen bezet houdt. 

'Meanwhile half of British trade is with the EU, but only 11% of EU trade is with Britain...'No prizes for guessing who would have the upper hand in the negotiations.''

Dat zien we wel vaker gebeuren bij debatten over Europese handel. De brutopositie van transacties wordt aangehaald om de toehoorder aan het wankelen te brengen. 'Wist je dat de export van Nederland zeventig procent van het nationaal inkomen bedraagt? Ze-ven-tig procent! Zo veel! En daarvan gaat de helft naar Zuid-Europa. Dus als Griekenland de euro verlaat dan is het afgelopen met ons'. Sorry, ook niet waar. 

Ten eerste kan elke handelaar of barkeeper voorrekenen dat de winstgevendheid van een transactie gelijk staat aan de omzet minus inkoop- en productiekosten gecorrigeerd voor eventuele incidentele lasten als wanbetaling. Een biertje kost € 3 aan de bar, maar na alle kosten eraf getrokken te hebben blijft er hoogstens € 0,20 marge over. Als de kroegbezoeker vervolgens ook een barkruk stukslaat is de statistiek '€ 3' waardeloos. Bij handelslanden moet export gecorrigeerd worden voor import. We kunnen ons blindstaren op de enorme hoeveelheid containers die dagelijks de haven binnenvaren, uiteindelijk is enkel de marge daadwerkelijk te besteden aan primaire levensbehoeften. Zoals we de Nederlandse handel met de Grieken wel eens hebben becijferd; jaarlijks krijgt de overheid zo'n € 70 miljoen aan belasting op toegevoegde waarde uit handel met Grieken binnen, maar de afgelopen vijf jaar zijn we wel mooi ongeveer € 23 miljard kwijt om het land overeind te houden. Solidair is het wel, winstgevend niet. 

Hier gebeurt hetzelfde: ten opzichte van de handel in Europa is de handel van enkel de Britten verwaarloosbaar klein, volgens Luyendijk. Daarom moeten de Britten zich maar in een minderwaardige positie wringen; kijk eens hoe klein we zijn ten opzichte van dat machtige Europa! Een nogal oneerlijke vergelijking; er zijn tien keer zoveel continentale Europeanen als Britten. Eigenlijk doen ze het dan best aardig. Belangrijker, zoals gezegd, is de winstgevendheid van die handel. Als een klant een winkel binnenstapt, dan zal de laatste de klant niet willen 'wurgen of verpletteren', simpelweg omdat de omzet van de winkel waarschijnlijk veel groter is dan het jaarinkomen van de desbetreffende klant. De winkel zal winst willen maken en de klant op zijn wenken bedienen, zodra blijkt dat de omzet groter kan zijn dan de kosten. Laten we de Britten eens zo beschouwen. 

Het Britse Bureau voor de Statistiek is zo vriendelijk om ons inzicht te verschaffen in de Britse handel 'met de EU' en 'met de rest van de wereld' (nogal eurocentrisch, maar dat terzijde). Daaruit blijkt dat de exporten van Europese landen naar het VK € 60 miljard groter zijn dan de omgekeerde handel. Met andere woorden, als deze handel in gevaar zou worden gebracht, dan is het vooral continentaal Europa dat hier wat te verliezen heeft, met welke vergelijkingen Luyendijk ons ook om de oren wil slaan. 

Bovendien is de stijgende handel van de Britten ook helemaal niet te danken aan de EU. De handel met 'de rest van de wereld' (zucht) groeit juist harder. Niet alleen is 'de rest' met een inhaalslag bezig, dankzij versoepelde regelgeving en vrijhandelsakkoorden gaat dit ook makkelijker. Deze transacties door marktpartijen staan los van de vraag of 'Europa verenigd is onder een vlag', of dat soort archaïsche kreten. Als twee mensen vrijgelaten worden zullen ze tot beider voordeel handel proberen te bedrijven, ongeacht huidskleur, nationaliteit, taal, munt, vegetariërschap of politieke affiliatie. Zo werkt economie. Antropologie niet, misschien, maar economie wel. 

'Yes, we would strangle or crush the English in the post-Brexit negotiations, the way any group of nations comprising 450 million people would to an opponent eight times smaller who has just tried to blackmail them.'

Daar is 'ie dan: omdat Europa de Britten kan 'wurgen of verpletteren' moeten ze maar inbinden, die 'opponent'. Maar Europa zal dat niet zomaar doen, zagen we, al was het maar omdat we winst maken op de handel met de Britten. Cijfermatig gezien houdt het betoog geen stand, maar dat mogen we een antropoloog niet kwalijk nemen. Toch is dit een buitengewoon onhandig statement vanuit historisch perspectief: dat had Luyendijk wél mogen begrijpen.

Toen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog de regering van Vichy-Frankrijk installeerden, liet de Franse collaborateur Philippe Pétain optekeken dat de Fransen maar evenzo de Britten net zo goed konden buigen voor Hitler. Pétain nam aan dat capituleren de beste optie was, ook voor de Britten want: 'het duurt drie weken voordat Hitler de Britten zal hebben gewurgd als een kip'. Winston Churchill maakte er dankbaar gebruik van, toen de termijn van drie weken wat optimistisch bleek. 'Some chicken, some neck'. Tenminste, aldus de overlevering. We waren er niet bij. 

Britten dreigen om te buigen voor continentalen die ze anders wel even komen wurgen, dat heeft teveel historische antecedenten om als realistisch perspectief gezien te worden. Helemaal als het gelijk staat aan economische waanzin. Toch is de kans vrij groot dat Brussel zich daar niet door laat tegenhouden; zo heeft Nederland zich immers ook voor € 153,7 miljard euro garant heeft gesteld voor schulden van Zuid-Europa.

Een Europa geregeerd door broederschap en de rekenmachine in plaats van door een filosofie beheerst doodrenkt van angst en minderwaardigheidscomplex, dat zou wat zijn.