'Nee tegen de Nexit'

Op vrijdagavond 7 oktober kruiste ik de degens met journalist Arno Wellens van 925 over de Nexit. Moet Nederland uit de Europese Unie? Of kunnen we beter in de EU blijven?

Constructieve kritiek

Het Nexitdebat was georganiseerd door SGPJ en ROOD, de jongerenorganisaties van SGP en de SP, die allebei nogal kritisch tegenover Europa staan. Ik moest het vraagstuk politiek benaderen, Wellens economisch. Ik trapte af.

Kritiek op Europa en de Europese Unie is volgens mij an sich niet verkeerd. De Europese Unie is een hybride instituut, deels supranationaal en deels intergouvernementeel, dat niet democratisch en niet transparant is en nauwelijks besluitvaardig. Europese burgers hebben geen invloed op de Europese Unie en hebben ook nauwelijks inzicht in hoe de besluitvorming wordt genomen. De grote problemen waarmee Europa kampt, de Eurocrisis en de vluchtelingencrisis, worden bovendien niet opgelost. Eurosceptici hebben daarom wel degelijk een punt. Vraag is echter of een Nexit, een uittreden van Nederland uit de Europese Unie, wel de juiste oplossing is.

Belangrijk voor de Nexitdiscussie is het boekje Aan het Volk van Nederland (2015) van Arjan van Dixhoorn en Pepijn van Houwelingen. Deze Hollandse jongens willen dat Nederland uit de EU moet stappen door middel van een referendum. Ze zijn bovendien, met Thierry Baudet en GeenStijl, de initiatiefnemers van het Oekraïnereferendum van begin dit jaar.

Het nadeel van referenda is echter dat de keuze enorm versimpeld wordt, het is ‘ja’ of ‘nee’, en met de minderheid wordt geen rekening gehouden. 48% van de Britten was tegen de Brexit, maar ze kregen 0% hun zin. Van Dixhoorn en Van Houwelingen hanteren echter een totalitaire opvatting van democratie, waarin het ‘volk’ zogenaamd met één mond spreekt. Afwijkende geluiden worden in hun onliberale democratieopvatting gesmoord. De stem van het volk is volgens hen de meerderheid plus één. De rest doet er niet toe. Tevens zou de politieke elite doelbewust de volksstem negeren en zich schuldig maken aan landverraad, er zit volgens Van Dixhoorn en Van Houwelingen een plan achter.

Behalve moeite met het referendum als middel heb ik ook moeite met het uittreden uit de Europese Unie als doel. De EU heeft mede voor vrede en welvaart gezorgd, handelsbarrières zijn weggenomen en er bestaat een pan-Europees gevoel, we maken deel uit van een gezamenlijke cultuur, onder meer gevormd door de Griekse en Romeinse Oudheid, de Renaissance en de Verlichting. Natuurlijk spelen de afzonderlijke nationale identiteiten van de verschillende EU-burgers nog steeds een grote rol, maar daarnaast ben je ook Europeaan en inwoner van je stad en regio. De nationale identiteit is niet absoluut en zal, in een wereld die meer en meer globaliseert, steeds minder belangrijk worden. Ten slotte kan het uittreden uit de Europese Unie voor negatieve economische gevolgen zorgen. De Brexit zorgde voor een grote onrust op de London Stock Exchange en zal wellicht duizenden banen kosten. Voor Nederland, een land dat vooral afhankelijk is van de handel, zullen de gevolgen van een uittreding mogelijk nog ernstiger zijn.

Hoewel ik dus kritiek heb op het functioneren van de EU in de huidige vorm ben ik tegen radicale oplossingen waarover niet goed is nagedacht. Ik ben voor constructieve kritiek.

Het einde van de Euro?

Arno Wellens is geen Eurofoob. Hoewel hij samenwerkte met Thierry Baudet en ijverde voor de Peuro, een parlementaire enquête naar de invoering van de Euro, wil Wellens niet uit de EU. Nederland moet alleen uit de EU als Brussel dogmatisch blijft vasthouden aan de Euro, die volgens Wellens economisch gezien zeer schadelijk is.

Wellens heeft dus stevige kritiek op de Euro, maar hij is geen conservatieve revolutionair die terugverlangt naar de natiestaat en de Europese Unie wil afschaffen. De EU zorgt ook volgens Wellens voor vrede en welvaart. De Euro is daarentegen een enorme miskleun.

Wat er eigenlijk gebeurd is, zo legt Wellens het publiek uit, is dat Zuid-Europa vanaf de invoering van de Euro enorme schulden heeft gemaakt, schulden die ze nooit kunnen afbetalen. Griekenland loog over de begrotingscijfers om aan de Euro mee te kunnen doen. Toen Griekenland eenmaal in de Euro was steeg de consumptie tot enorme hoogten, wat goed was voor de economie van Griekenland en die van de Noord-Europese landen die hun spullen konden exporteren, maar tegelijkertijd met deze groei steeg ook de schuldenlast. De Griekse economie exporteerde zelf namelijk veel minder, wat zorgde voor een negatieve handelsbalans en dus voor meer schulden. Ook in andere Zuid-Europese landen, zoals bijvoorbeeld Portugal, gebeurde hetzelfde.

Omdat de Zuid-Europese economieën ondanks de stijgende schuldenlast maar bleven groeien werden er ook veel nieuwe huizen gebouwd. De hausse in de bouwsector bleek echter een enorme zeepbel, omdat deze huizen natuurlijk niet verkocht konden worden. Toen in 2007-2008 de economische crisis uitbrak kwamen al deze pas gebouwde huizen leeg te staan.

Volgens Wellens is het verkeerd dat de Griekse en andere Zuid-Europese economieën met miljardenleningen worden gesteund. Structurele problemen worden hierdoor niet opgelost. En de schulden zijn bovendien zo hoog dat ze nooit meer kunnen worden teruggedraaid. Wellens denkt ook dat het beter is de schulden kwijt te schelden, zodat de Zuid-Europese landen weer met een schone lei kunnen beginnen. Maar dan moet er ook een einde komen aan de Euro, die voor oneigenlijke economische groei heeft gezorgd.

Wellens wil niet terug naar de gulden, maar dat Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen met een sterke nieuwe munt zullen komen. De Zuid-Europese landen kunnen misschien hun eigen Zuid-Europese Euro krijgen.  Wellens vermoedt dat de overgang pijnlijk zal zijn, maar dat dit op langere termijn veel beter is. De schuldenlast is immers nog steeds niet opgelost, Zuid-Europese economieën presteren ondanks de miljardeninjecties niet beter, we kunnen daarom niet blijven dweilen met de kraan open.

Waardengemeenschap

Het politieke verhaal van mij en het economische verhaal van Wellens sluiten elkaar niet uit.  Je kunt blijven vasthouden aan de EU als waardengemeenschap en aan de economische samenwerking terwijl je toch afscheid neemt van de Euro. Als niet-econoom vond ik het betoog van Wellens een sterke overtuigingskracht hebben, maar ik ben benieuwd wat andere economen hiervan vinden en welke eventuele tegenwerpingen zij hebben. Ik houd dus een slag onder de arm.

Het mooie van dit debat, maar ook van de inbreng vanuit de zaal, was het zoeken naar de waarheid, naar het algemeen belang. Je kunt wel een heel dichtgetimmerde visie hebben – Thierry Baudet, Van Dixhoorn en Van Houwelingen die terug willen naar de natiestaat en de EU willen afschaffen enerzijds, en Sophie in ’t Veld en Guy Verhofstadt en hun EUtopisme anderzijds – maar de werkelijkheid is complexer en vraagt om een niet-ideologische, constructieve oplossing.

Welke politieke partij moet je stemmen op 15 maart voor een goed Eurorealistisch geluid? Arno Wellens is voor de Partij voor de Dieren, die blijkbaar een hele interessante EU-visie heeft. Ik moet me er nog eens in verdiepen, maar het klinkt op zich wel interessant. Ik, gezagsgetrouw en voorzichtig als ik als intellectuele rebel blijkbaar toch ben, denk aan drie partijen: VVD, CDA en D66. Op deze drie partijen kun je uiteraard kritiek hebben maar zij zijn pro-Europa en pro-economie en staan – in tegenstelling tot de Eurofobe fringe – open voor argumenten, VVD en CDA wat meer dan D66 trouwens. De beste manier om een Eurorealistisch geluid te laten horen is mijns inziens niet een nieuwe partij op te richten, maar door via bestaande partijen invloed uit te oefenen. Hou je aan de feiten, wees constructief kritisch en probeer de toekomst realistisch in te schatten.

Wellens benadrukte ten slotte dat je met het kind niet het badwater moest weggooien. De Euro gaat volgens hem voor de bijl, maar economische samenwerking en het idee van Europa als liberale en democratische waardengemeenschap zijn waardevol genoeg om aan vast te blijven houden.