CETA is dit weekend getekend: met vrijhandel heeft het niet veel te maken

Dankzij de Waalse actie zou het bijna niet doorgaan: de handelsovereenkomst tussen Canada en de EU genaamd CETA ('comprehensive economic and trade agreement'). Kennelijk is het verdrag de champagne waard, want bij het ondertekenen noemden de partijen het een 'landmark agreement'. Omdat importtarieven verdwijnen groeit de economie. Nu wordt er nog € 500 miljoen per jaar verspild aan deze heffingen en die verdwijnen straks. Door de extra handel komen er vervolgens meer banen bij.

Tenminste, dat is de officiële lezing. De EU 'moet het beter uitleggen', de voordelen van internationale handel voor de gewone man. Dat blijkt ook uit dit vraaggesprek tussen commissaris voor handel Cecilia Malmström, verantwoordelijk voor dit verdrag, en Christiane Amanpour van CNN. 

Het is maar de vraag of die 'gewone man' niet gewoon gelijk heeft met diens scepsis. De impact van de importtarieven (die worden geheven over goederen uit een derde land) wordt in het eerste fimpje genoemd: het gaat om € 500 miljoen op een handelsvolume van € 60 miljard per jaar. Dat is minder dan een procent: dan is de inkomstenbelasting een grotere stoorzender van het economisch verkeer. Malmström noemt in haar interview het voorbeeld van een exporterende ondernemer die met tarieven van dertig procent wordt geconfronteerd, maar die situatie geldt voor praktisch niemand in Europa. Daarom: het allergrootste misverstand over dit verdrag.

CETA is goed voor handel en werkgelegenheid

De impact van die tarieven is zo laag, omdat Canada en de EU al sinds 1976 met succes bezig zijn om die tarieven juist weg te nemen. Inmiddels is de economie van Canada en de EU samen $ 17.862,000 miljard groot. In dollars bedragen de heffingen opgeteld $ 0,548 miljard: dat is een verhouding van 32.587 op 1, letterlijk onmeetbaar klein. Dat was ooit anders, maar een verdrag maken om importheffingen te verlagen is in deze een oplossing voor een probleem dat niet bestaat. De heffingen zijn een overblijfsel uit de negentiende eeuw, toen de opkomende industrieën hun regeringen (soms op dubieuze wijze) overhaalden om buitenlandse competitie buiten de deur te houden. Die houden handelsstromen tegen, maar de Westerse wereld heeft deze de afgelopen decennia bijna allemaal geslecht. Laten we een voorbeeld pakken. 

Stel dat u morgen kleding met het 925-logo erop naar Canada wilt exporteren: daarmee bent u direct een bedreiging voor de Canadese competitie. Die heeft - waarschijnlijk - zo'n tweehonderd jaar geleden bedwongen dat de eigen regering buitenlandse partijen moet wegpesten met flauwe regeltjes, hetgeen natuurlijk handelsbelemmerende represailles oproept. Canada heeft een wet die stelt hoe de import van kleding afgehandeld wordt. Hoofdstuk 52.11 van de douanewet (kunt u hier downloaden) stelt dat de douane-ambtenaar onderscheid moet maken tussen kleding boven en onder de 714,29 decitex. Niet teveel op de details letten, het gaat erom hoe irritant dit voor een ondernemer is. 

Decitex is een meetmethode in de textiewereld, waarbij er rekening wordt gehouden dat sommige producten (zoals een draad) uitgerekt kunnen worden en andere (zoals een tapijt) weer niet. Daar hoeven we niet verder op in te gaan, maar dit soort bureaucratie bij de douane is hinderlijk voor ondernemers en CETA maakt daar een einde aan. De oplettende lezer heeft hopelijk gezien dat dit probleem decennia geleden al werd onderkend: import onder én boven de 714,29 decitex is voor landen in de most favoured nation groep (MFN) was al belastingvrij. Nederland zit in de MFN groep

Dat verklaart ook waarom importheffingen minder dan een procent van het handelsvolume uitmaken: ze waren al geëlimineerd. Het effect van CETA op handel en werkgelegenheid is daarom minimaal. Uit de belangrijkste studie die de EU over het soortgelijke verdrag met de VS, TTIP, liet maken bleek dat de impact op de handel onmeetbaar klein is, het effect op de werkgelegenheid op lange termijn onzeker en op korte termijn misschien negatief is. 

CETA gaat over van alles, maar met meer brood op de plank en banen heeft het niets te maken.