Monetaire gekte, hier en in de VS: geld is niet langer een opslag van waarde

In Europa bereikt de balans van de ECB een omvang van anderhalf duizend miljard. Daarmee is het lastig vol te houden dat de eurozone, met Nederland erin, een liberale en democratische markteconomie is: immers, in zo'n omgeving bestaat er geen ongrijpbaar instituut dat het falen van sommige marktpartijen (en de rest niet) maskeert met monetaire financiering (ofwel, de geldpers aanzetten). 

Het probleem met die geldpers van de ECB, is dat het niet valt in te zien wanneer het ophoudt. Veel landen zijn er nu aan gewend dat er altijd wel iemand is die het begrotingstekort financiert, zodat veel zuidelijke regeringen vervelende maatregelen kunnen uitstellen. Verder heeft het gratis geld voor een nieuwe vastgoedbubbel gezorgd, ook in Nederland maar eigenlijk vooral in Amsterdam: u moet er toch niet aan denken dat die leegloopt.  

Daarom is het meest waarschijnlijke scenario dat het programma nooit afloopt, maar dat de geldpers eeuwigdurend aan zal blijven staan. Anders moeten staatsleningen misschien weer afgelost worden, of in ieder geval verkocht, waarbij we de echte waarde terugzien. Dat moeten we niet willen. Ook kan de vaart dan uit de huizenmarkt in Amsterdam raken waarbij woningen weer onder water komen te staan, iets wat ook niemand wil. Daarom, pappen en nathouden, zo lang als het kan. Als de ECB zo nog acht jaar doorgaat, heeft het een balans die groter is dan de Europese economie. Dan zijn we de facto een technocratie geworden. 

In de VS is het al niet veel beter. Onder Obama is de staatsschuld verdubbeld, wat niet zo gek is gegeven de kredietcrisis waar hij mee mocht aftrappen. Volgens de maandelijkse data (die staan hier op de site van de US Treasury) is er de laatste paar maanden een versnelling waar te nemen. In dit tempo zit de staatsschuld van de VS voor het einde van het jaar op de $ 20 duizend miljard. Dat is een vertienvoudiging in een generatie. Waarschijnlijk snappen maar weinig mensen wat dit precies betekent, zelfs Nout Wellink heeft er moeite mee: hij noemt het dan ook een monetair experiment waar hij niet blij van wordt. 

Het zit er dik in dat het oplossen van de schulden gepaard moet gaan met een onvrijwillige bijdrage, wat neerkomt op het confisceren van spaargeld. Naarmate dat moment dichterbij zal lijken te komen, is dat voor mensen ook weer een reden om het te pinnen en onder de matras te stoppen, dan kan de centrale bank er niet bij. Daarvoor is het wel nodig diezelfde centrale bank meehelpt, door genoeg biljetten te printen. De ECB zou daarom kunnen stoppen met het uitgeven van contant geld om deze mogelijkheid de ruimte tegeven: dat komt dus neer op het geleidelijk afschaffen van contant geld. Grappig genoeg maken de meeste mensen de associatie tussen 'confisceren' en 'spaargeld' al. 

Maar er zit ook een mooie kant aan het verhaal. Zo bekeken is begrotingsdiscipline niet nodig, dus in plaats van dat we de economie afknijpen kunnen ook gewoon lekker uitgeven: iedereen € 1.000 om leuke dingen te kopen. Waarschijnlijk snapt toch maar een op de 100.000 Nederlanders waar dat geld dan precies vandaan komt. Maar dan hangt er wel een nieuwe flatscreen aan de muur, dat dan weer wel.