Winstuitkering zorg verbieden werkt niet, probleem is onverantwoordelijk gedrag

Geen dag zonder boosmaker, in het nog bijna maagdelijk verse 2017. Managers van zorgverkeraars krijgen bakken met salaris, aandeelhouders worden met winstuitkeringen gefêteerd en de gewone man mag het weer ophoesten middels wettelijk verplichte premie. Er gaan nu stemmen op om de winstuitkering voor zorgverzekeraars te verbieden en de managers moeten ook maar minder verdienen. Daarom, de ideale boosmaker. Maak klopt het ook allemaal een beetje?

Obesitas is pas duur
Laten we dit eens in perspectief zien, met de jaarrekening Achmea in de hand. De grootste verzekeraar van Nederland krijgt elk jaar € 20 miljard aan premie binnen, waarvan drie kwart specifiek voor zorg. De nettowinst is € 400 miljoen, dus het is niet zo dat er na aftrek van betalingen (dus het financieren van zorg) er links en rechts van alles blijft hangen. 

De winst wordt verdeeld in een deel dat naar de aandeelhouders mag gaan, de nu ter discussie gestelde winstuitkering, en het deel dat aan de reserves wordt toegevoegd. In 2015 bedroeg het eerste deel € 63 miljoen. 

Verder is er een vijfkoppige directie ('graaien') die € 4 miljoen mocht verdelen aan salaris, bonus en pensioen. 

Het problematische aan het verbod op winstuitkering is tweeledig. Als we marktwerking in de zorg willen, dan heeft vrije prijsvorming alleen zin als daarmee de capaciteit vergroot kan worden (leest u Adam Smith er maar op na). Dat betekent dat een stijgende prijs van zorgproducten, het gevolg van meer behoefte aan zorg, opgevangen kan worden door meer aanbod. Ondernemers zien dan een kans in de zorgmarkt en nemen geld mee om daarop in te spelen. Dat zullen ze alleen nooit doen, als er een verbod bestaat op het uitkeren van winsten die met eigen risicodragend kapitaal verdiend zijn. 

Marktwerking in de zorg is een halfbakken beestje, altijd. Eigenlijk is het maar de vraag of de zorg überhaupt wel een plek is waar marktwerking op zijn plek is. Als u na een ongeluk met een schedelbasisfractuur op de IC ligt, dan kunnen we toch moeilijk van een kritische zorgconsument met onderhandelingsmacht spreken. Maar als we toch zo nodig marktwerking in de zorg willen toelaten, laat het principe dan ook zijn gang gaan in positieve zin. Dat wil zeggen: uitbreiding van de capaciteit. Dus ofwel marktwerking in de zorg, maar dan volledig, of in zijn geheel niet. Deze tussenoplossing pakt het slechtste van twee werelden: wel hogere zorgpremie door de vrije prijsvorming, maar dat laatste mag niet meer capaciteit tot gevolg hebben als het verbod op winstuitkering blijft bestaan. 

Onder de huidige omstandigheden heeft het schrappen van de winstuitkering verder ook geen meetbaar effect op de hoogte van de premie. Laten we rekenen met de kosten, salarissen en winstuitkering van Achmea. Verder bleek in 2012 dat ongezonde keuzes van mensen zorgen voor € 8 miljard aan zorgkosten die door het gedwongen collectieve karakter op kosten van andere premiebetalers komt te liggen. Gegeven de omvang van Achmea nemen we aan dat een kwart daarvan voor rekening van deze verzekeraar komt. 

De kosten van ongezond leven, vergeleken met winstuikering en 'het gegraai' van de top, staan in geen verhouding tot elkaar. Neem de hoogte van de kosten voor het MT gedeeld door de geïnde premie. Die verhouding is dezelfde als het gewicht van uw Porsche Cayenne staat tot het gewicht van de cavia van uw tienjarige dochtertje, namelijk een kleine vierduizend op een. Dus stel dat u te kampen heeft met ondraaglijk hoge rekening bij de pomp: u besluit daarop uw dochter een stevige reprimande te geven, aangezien ze het durfde de cavia mee te nemen bij de rit voor de dagelijkse boodschappen. Immers, meer gewicht in de auto zorgt voor een hoger benzineverbruik en met zo'n onverantwoordelijk kind staat uw gezin binnen de kortste keren in de rij van de voedselbank. 

Collectief systeem
De hoogte van de fooi voor het management is zo onmeetbaar klein dat deze niet zichtbaar is in de grafiek. Laten we het anders doen. We nemen een persoon die door verstandige keuzes de kans op welvaartsziektes minimaliseert en een zorgpremie van € 110,00 per maand moet betalen. We kijken met hoeveel we deze kunnen verlagen als we 1) het management op bijstandsniveau betalen en het verschil van de kosten aftrekken, 2) winstuitkering verbieden en inzetten voor premieverlaging en 3) de kosten van ongezond leven voor rekening brengen van de veroorzakers van de kosten, bijvoorbeeld een tax op vet eten. De kosten halen we dan van de premie af. 

Het effect van de salarisverlaging is op het geheel wederom onzichtbaar klein. Op bijstandsniveau krijgen we dan alleen wel een minder ervaren management, laten we even aannemen dat dat geen bezwaar is. Het verbod op winstuitkering is ook minimaal. In dit voorbeeld hebben we die trouwens op € 200 miljoen gezet, de score van 2014: anders zet het wederom geen zoden aan de dijk. Het blijkt maar dat de kosten van het MT en de dividenduitkering op geen enkele manier de zorgpremie van gewone gezinnen kan verlagen. 

De enige manier om de zorg betaalbaar te houden, is de consumptie ervan te verkleinen door mensen betere keuzes te laten maken. In een collectief systeem doen mensen domme dingen en wentelen ze de kosten af op anderen, zo zit de soort nu eenmaal in elkaar. Het verplichte karakter maakt eigenlijk dat er van marktwerking helemaal geen sprake is. 

Winstuitkering verbieden, het is een non-discussie.