Frankrijk en Italië stagneren hard en dat is geen goed nieuws (1/2)

Met de Franse presidentsverkiezingen in het verschiet (en omdat we een cijfertjeswebsite zijn) gaan we toch nog eens kijken naar hoe het er daar aan toegaat. Wie Frankijk regelmatig bezoekt, ziet een situatie die niet bepaald vrolijk stemt. La Grande Nation heet wel zo maar stagneert en dat geldt ook voor die andere grote mediterrane staat. 

De economie is aan het groeien, horen we overal. Maar wat betekent dat precies? Hoe merkt 'de gewone man' dat dan en is het zoet gelijkelijk verdeeld? De recente groeicijfers zijn volgens ons wat vertekend, in de goede richting. Daar leest u alles over in het kersverse Euro Evangelie deel twee, we komen er in het vervolg van dit artikel nog op terug. De werkloosheid in de Eurozone daalt, daar is men het wel over eens.  

Sinds december vorig jaar is de werkloosheid onder de tien procent van de beroepsbevolking gezajkt, voor het eerst in zeven jaar. Dat is zonder meer goed nieuws. Maar zo'n optelsom verbergt de nuance.

In Frankrijk en Italië is er namelijk geen sprake van een daling, maar van een stijging van het aantal onbezoldigden. Dat komt omdat die landen hun economie, bankwezen en begroting niet hebben willen saneren, wat alles te maken heeft met de politieke status van de nummer twee en drie van de eurozone. Dit zijn geen zwakke broeders die hulp nodig hebben zoals de Grieken, het zijn industriële grootmachten zoals Duitsland. De eurozone rust daarmee op drie even grote stoelpoten en dat maakt het zo'n stabiel geheel, was het idee. Dat is gewoon beleid, weten we sinds 2014: niet te hard mekkeren over de evidente problemen waar Frankrijk en Italië mee kampen, dat is niet goed voor hun status als hoekstenen van de eurozone. 

Intussen verliezen er steeds meer Fransen en Italianen hun baan en dat zijn ook de mensen die zich vervolgens uitleven op de oproerpolitie. Een bevolking pikt het niet als er steeds meer banen verdwijnen terwijl er over herstel moet worden gesproken. Een ander vervelend effect is dat de afname van de werkloosheid afvlakt. Zo gaat het met Spanje beter en beter maar is die afname Griekenland en Cyprus gezakt. In Frankrijk is sinds een half jaar geen afname en in Italië groeit het aantal werklozen. Europa convergeert dus niet, of groeit niet naar elkaar toe, zoals men ooit hoopte: de kloof tussen Nederland en de genoemde landen wordt alleen maar groter. 

Dat komt niet alleen omdat het nu even goed gaat in Nederland, maar omdat Frankrijk en Italië nog steeds boven het niveau van 2009 zitten. Intussen daalt de werkloosheid in Griekenland te traag om de crisis achter zich te laten, want in dit tempo zit dat land over twintig jaar pas op het niveau van 2007. Met het wegwerken van de schulden is ook nog geen begin gemaakt. Zoals een voormalig Minister van Financiën ons recentelijk influisterde: het gevaar bestaat dat een nieuwe Europese recessie zich op korte termijn aandient, dat gebeurt nu eenmaal om de ongeveer zeven jaar. Dan krijgen we nieuwe krimp, bezuinigingen en andere ongein terwijl we nog niet hersteld zijn van de vorige recessie. Misschien zouden we eens moeten nadenken over die mogelijkheid, zodat erop geanticipeerd kan worden. Zomaar een idee, op maandagmorgen.