Arme Belgische biggen gemarteld? Slachter kan niet anders, bij zulke stuntprijzen

Voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. You can't have your cake and eat it too. Ertegen hangen als een varken dat geringd wordt. Kiest u hem maar uit, uw favoriete cliché over goedkoop uit willen zijn. Iedereen is boos op de Belgische biggenmartelaar, die wereldberoemd is geworden nadat activisten aantoonden hoe de werknemers van zijn slachterij met dieren omgaan. Alleen is dat laatste volstrekt logisch, als we kijken naar de combinatie van prijs en regeldruk. Als u voor een paar euro een kilo vlees uit de schappen trekt dan kan dat niet op ethisch verantwoorde wijze geproduceerd zijn, dat is het probleem. 

Het Belgische dorp Tielt heeft nog geen vijfduizend inwoners, toch is het sinds gisteren wereldberoemd dankzij de vrij onverkwikkelijke varkensvideo. Elke dag gaan er meer varkens door de lokale slachterij dan het dorp aan inwoners heeft. Dat het daarbinnen geen prettig gezicht is zal niemand verbazen, maar de video laat zien dat de medewerkers van de slachterij een soort sadistisch genoegen scheppen uit het opzettelijk pijn doen van dieren, zoals het veel vaker schoppen of stroomstoten toedienen dan een ander, redelijk ogend doel had kunnen dienen, zoals het beest achter een hek krijgen.

In het filmpje zien we iemand met een stunner ook klappen uitdelen, wat enkel gedrag is van iemand die we liever ook niet op een kinderboerderij zouden laten werken. Wie de sector kent of er zelf in heeft gewerkt - zoals ondergetekende - weet dat dat een terugkerend risico is, een op de zoveel collega's op elke werkvloer is eigenlijk een engerd die extra aandacht nodig heeft.

En anders dan bij een advocatenkantoor, autogarage of groente- en fruithandel heeft de engerd een mikpunt gevonden voor zijn afwijkende wensen, dat verklaart voor een deel wat we hier hebben gezien. Het is evenwel een redelijk te mitigeren risico, middels toezicht, procedures opstellen en naleven en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Wat deze slachterij liet zien is dus excessief geweld, maar geen uitzonderlijk geweld. Dat is een pijnlijk verschil. 

Wie zitten er eigenlijk achter deze kruising tussen Saw en Animal farm? De grote naam in Tielt, 50 kilometer ten westen van Antwerpen, is de De Brauwer Groep, een familiebedrijf in - u raadt het al - varkens. Dit bedrijf plaatste een statement op de website waarin het zegt de gebeurtenissen te betreuren, ook al heeft dit bedrijf er niets mee te maken. Dat is een problematisch statement. 

Als we naar het bedrijfsnummer van de slachterij in Tielt zoeken (die uit het filmpje), dan komen we bij een bedrijf uit met meerdere directeuren die De Brauwer heten. Hoeveel verschillende families zouden er in dit dorp wonen die groot zijn geworden met varkens én De Brauwer heten? 

Uit de jaarrekeningen (mag u zelf downloaden) blijkt dat De Brauwer in bezit was van Julius Brauwer, een lokale ondernemer en boer. Zijn bedrijf is overgenomen door een ander agrarisch bedrijf uit de regio, van Joseph Danis, wederom een boerenzoon. Het bedrijf Danis besloot de oude naam De Brauwer te behouden, omdat die bekend is. Dus er zijn twee families De Brauwer in Tielt, dus de De Brauwer Groep heeft niets te maken met de beruchte slachterij. Het thuisadres de directeur van de slachterij laat ons volgens Google Earth wel terechtkomen bij De Brauwer Groep. Maar goed. Hoe staan die bedrijven er financieel voor?

De Brauwer Groep heeft een omzet die rond de € 150 miljoen schommelt. Alle grafieken zijn keer duizend. 

Slachterij Tielt daarentegen heeft een omzet van ongeveer een tiende daarvan. Wat valt u op?

Het winstcijfer is wel ingevoerd maar u ziet het niet. De winstmarge is letterlijk zo laag dat deze in de grafiek niet meer zichtbaar is. In een gemiddeld jaar maakt de slachterij 2,5 miljoen biggen dood met 250 medewerkers. De winstmarge is gemiddeld € 21.000 per jaar, € 0,008 per varken: minder dan een cent dus. Om deze zichtbaar te maken moeten we omzet uit de grafiek halen.

Laat dat cijfer nu eens tot u doordringen. Elke keer als een varken een spijker tussen de ogen krijgt (of in een bad met desinfecterende middelen stikt omdat het slachthuis slecht werk aflevert), dan levert dat de boer een winstmarge op € 0,008. Als dat de prijs van een dierenleven is, dan is het inderdaad niet veel waard en zou het gebrek aan respect ervoor ons ook niet mogen verbazen. 

De marge is dus bijzonder laag en ook nog eens vaak negatief. Dat betekent dat dit soort bedrijven geen spek op de botten hebben in de vorm van reserves, zijnde opgepotte winst. Dat is problematisch, omdat ze vaak zwaar gefinancierd zijn. De balans is ook vrij kort in vergelijking met de omzet. De Brauwer heeft een enorme doorstroom met al die massa's varkens, waardoor de omzet tien keer zo groot is als het balanstotaal, een uitzonderlijke verhouding. Dat betekent dat er per jaar een krankzinnig aantal varkens door gebouwen heen gaan die zelf verder weinig waarde vertegenwoordigen. Omdat er wel leningen op zitten, moet het bedrijf solvabiliteitsratio's in acht nemen (zogeheten convenanten) zodat er nooit teveel bankschuld is bij een bepaalde financiering. Normaal gesproken zou dat moeten lukken, maar de marges in de varkenssector zijn zo laag dat zelfs dat problematisch is. Daarom wordt er ergens op beknibbeld, om onder de streep toch nog iets over te houden. Wat denkt u dat dat is?

Varkensboeren moeten aan enorm veel regels voldoen en verkopen hun vlees vervolgens aan een markt die gedomineerd wordt door Albert Heijn/Delhaize. Die drukt de inkoopprijzen omlaag terwijl de vereiste milieustandaarden de kosten alleen maar opvoeren. Immers, als door marktfluctuaties de prijs zakt, dan bewegen de milieunormen en bijbehorende productiekosten niet mee naar beneden. De boer en de slachter opereren dan op het tandvlees om ergens wat te bezuinigen en dat redden ze elk jaar maar net, getuige de welhaast onzichtbare winstmarges (groene streepjes, hierboven). Fokkers en slachters bezuinigen dan maar op personeel, waardoor mensen die toch al kwetsbaar waren ineens een veel te hoge werkdruk krijgen en dan gaan ze bepaald gedrag vertonen. Gek hè?

De oplossing? Simpel. Ofwel we stoppen met grootschalige, gemechaniseerde landbouw. In dat geval is het huidige consumptieniveau van vlees tegen de bestaande lage prijzen niet vol te houden, wat betekent dat we dus minder vlees moeten gaan eten dat wel beter is. Ofwel we accepteren dat de combinatie van een sterk geconcentreerde afzetmarkt voor de boeren en slachters (de prijsstuntende supermarkten) met vaste milieunormen en productiekosten een situatie creëert waarin ook de welwillende boer het allemaal niet meer kan bijbenen. Dat laatste impliceert dat de overheid, die normen voor productie oplegt, ook normen voor afzet zijnde minimale prijzen moet instellen. 

In beide gevallen stijgt de prijs van een karbonade naar een gezonder niveau en zullen we minder vlees gaan eten, de onvermijdelijke uitkomst. Totdat we daar zijn aangekomen is er maar een schuldige aan het getoonde dierenleed en dat is de pauperconsument die een kiloknaller in het winkelwagentje schuift, om zich vervolgens te verbazen over de slechte omstandigheden waaronder dat vlees gemaakt wordt. Daarom, niet boos worden op de boer en de slachter maar uw koopgedrag veranderen. Koop nooit meer vlees in een supermarkt zoals de Albert Heijn maar ga enkel nog naar de ambachtelijke slager die wel weet waar zijn vlees vandaan komt. Die is alleen wel twee keer zo duur, maar dan heeft u voortaan wél het recht om emotioneel op dit soort filmpjes te reageren. Anders niet.