Directeur Egbert Fransen van Pakhuis de Zwijger pakt € 2.549.375,00 met slavernij en kunstsubsidie

Links löllen, rechts völlen. Met dat laatste is niks mis, au contraire. Maar laat dat eerste dan achterwege. Pakhuis De Zwijger (PDZ) is een 'non-profit instelling' die zwaar op subsidie draait. Daarom zijn de stages onbetaald, daar moeten we begrip voor hebben. Maar de directeur van deze ideële culture stichting harkt persoonlijk miljoenen bij elkaar. Dan kan deze gierigaard niet een fractie van zijn rijkdom afstaan om tenminste de reiskostenvergoeding van zijn stagiaires te dekken? En hoe gaat dat harken precies?

Heel simpel. Subsidie aanvragen, mensen gratis laten werken (dat heet slavernij) en dan een slimme constructie met wat vennootschapjes, u kent het principe. 

We beginnen met het middelste. Om mensen werkervaring op te laten doen kunnen ze stage lopen. Daar krijgen ze geen vergoeding voor, wel een 'unieke ervaring'. Problematisch, want hoe kan een sollicitant straks dan in zijn levensonderhoud voorzien? Dat is hun eigen kopzorg, PDZ is een club met een ideaal en niet met een streven naar winst. Dat wil niet zeggen dat daar geen sprake van is.

Met datzelfde argument krijgt PDZ overigens subsidie van de Gemeente Amsterdam, meer gratis geld van een ander fonds werd uiteindelijk afgewezen. 

Ondanks die subsidie en het kennelijk onbaatzuchtige karakter van PDZ is er geen jaarrekening te vinden. Geen probleem. Zoeken we in Company.info op de directeur zoals die zichzelf voorstelt op de site van PDZ: Egbert Fransen.

Het blijkt dat er vier rechtspersonen rondom PDZ hangen. Ten eerste is er de zielige stichting, waar mensen gratis voor moeten werken en waar veel subsidie heen moet. De exploitatie van de zalen en de horeca hebben elk een eigen bv. Dat kan logisch zijn om het risico te verminderen. Maar in dat geval zou verwachten we dat deze wel worden aangestuurd door de stichting en dat is niet zo. 

Er is namelijk een derde vennootschap, namelijk 'bv Egbert Fransen Holding'. Wie zou daar de directeur en aandeelhouder van zijn?

Verrassend. Deze holding is van de directeur van de stichting PDZ. Uit de jaarrekening blijkt iets bijzonders. De winsten uit zalen en horeca wordt afgeroomd naar de privévennootschap van Fransen zelf. Dat is flauw, want volgens de eerder genoemde aanvraag voor nog meer subsidie zijn het verbonden partijen, die samen winst maken. Er zou een geconsolideerde jaarrekening bestaan die niet wordt vrijgegeven. 

Er is veel voor te zeggen dat 'Zalen' en 'Horeca' een forse donatie doen aan de zielige stichting. Want zonder het algemeen nut beogende karakter is het aannelijk dat de twee bv's minder winst zouden maken en er ook niet gedoneerd wordt voor events waar mensen bier drinken bij de horeca-bv. PDZ heeft het imago van een non-profit instelling die tegen kostprijs culturele activiteiten organiseert en wekt sympathie op.

Maar goed, misschien mag Fransen wel iets van het deel van de winst van de stichting in zijn zak steken. Op hoeveel zit hij?

Opgeteld meer dan een niet onverdienstelijke € 2,5 miljoen. Het is minstens dat bedrag omdat dit de ingehouden winst is. Naast zijn salaris bij PDZ en de winsten die hij niet heeft uitgekeerd, bestaan er ook nog dividenden die wel naar de privé van de Fransens zijn overgeboekt. Een kleine rechtspersoon hoeft dat bedrag niet kenbaar te maken maar het is minstens € 0.

Hoe weten we nu zeker dat Fransen niet al vermogend was en geen substantieel deel van zijn vermogen uit PDZ haalt, omdat hij dat elders al heeft vergaard? Simpel. U ziet in de post 'overige reserves' de ingehouden winst. Die neemt op jaarbasis toe met € 300.000. Sinds 2008 ligt dat bedrag lager, dan gaat het om gemiddeld € 200.000 per jaar. 

Dat betekent dat deze subsidiemeneer per jaar meer verdient dan de Minister-President, voor een belangrijk deel te betalen door de niet geconsulteerde belastingbetaler. Helemaal mooi, niks mis mee. Maar ga dan niet je arme stagiaires een minimale vergoeding onthouden.