Jammer van het gifei en f$#* die legkip, enige manier om hier banen te houden

We hebben het lang niet over plofkippen en kooieieren gehad, laten we dat dan maar weer eens doen. Nederland is bang voor het gifei, al is het onwaarschijnlijk dat u dood zult neervallen van een beetje reinigingsmiddel. Maar onze landbouwsector is ziek en concurreert op het tandvlees. Er is maar één oplossing: bij minimumstandaarden horen minimumprijzen. Of u moet niet zeuren als uw eten een beetje ruikt.

Arme Cees. Slachtoffer van fabel dat je van eieren af zou vallen. Het tegendeel is eerder waar. https://t.co/A1ZEg2iCKD

— Contra Mina (@lecoupdusoleil) August 2, 2017

Besmet
In Nederland is een grote partij eieren ‘besmet’ met reinigingsmiddel Fipronil. Dat ‘besmet’ is een raar woord, want het impliceert een biologische verontreiniging en daar is geen sprake van, maar dat terzijde. Enkele tientallen boerenbedrijven zullen tijdelijk op slot moeten, wat ze niet gaan overleven. Boeren hebben vaak tonnen geïnvesteerd in installaties die een dier- en milieuvriendelijke productie mogelijk maken.

Daar zit een financiering van de bank op, met zogeheten convenanten. Op een euro schuld moet bijvoorbeeld een x bedrag aan eigen vermogen in de onderneming zitten. Gaat een boer over die grens, dan wordt hij geliquideerd door de bank, niet in de meest letterlijke zin van het woord natuurlijk. De getroffen boeren vroegen om steun, maar die gaan ze niet krijgen. Europese regels verbieden dat en wij leven die na. 

Zoals we bij de varkens zagen (wordt een apart topic, wait for it) hebben boeren in Nederland geen reserves. Dat komt door een combinatie van factoren, een dodelijke cocktail. Idealiter staat de boer vroeg op, houdt hij zich aan de regeltjes en verkoopt hij zijn eitjes op de vrije markt. Dat laatste aspect zorgt ervoor dat die boer die overhoudt van de noeste arbeid, hetgeen haar of hem motiveert. U weet wel, het bekende kapitalisme.

Kapitalisme verkeerd begrepen
In werkelijkheid gaat het anders. Er komen meer en meer regels, zoals het verbod op kooieieren, in 2012. Het verdwijen van deze kosteneffectieve maar kiponvriendelijke methode drijft de kostprijs op. Omdat de vraag van de markt gelijk belijft gaat de prijs niet mee omhoog en gaat de boer rode cijfers schrijven, dat is toch logisch.

Om dat te compenseren zal de boer overwerken, een lager salaris aan zichzelf uitkeren, gezinsleden laten meewerken, beknibbelen op de levensstandaard (nooit op vakantie), u bedenkt het maar. Als er dan een schimmig bedrijfje komt dat een goedkoper alternatief heeft om bloedluis te bestrijden, dan moet boer Teun daar ook niet te kritisch op zijn.

'Het is bijna onmogelijk als pluimveehouder te overleven', zegt pluimveehouder Helmus Torsius. Hij moet honderdduizenden eieren vernietigen. pic.twitter.com/fF5azZWLU3

— Nieuwsuur (@Nieuwsuur) August 1, 2017

Zeg, 925, jullie gaan toch niet Oekraïne erbij halen? Jazeker wel. Sinds we een associatieverdrag met dat land hebben gesloten, moeten Nederlandse boeren concurreren met hun Oekraïense collega’s. Dat is het gevolg van het handelsverdrag en ‘Nederland heeft als handelsland belang bij meer handel’, is het credo van ook onze regering. Natuurlijk is dat onzin.

Comparatief voordeel
Een Oekraïense boer kent geen minimumloon, verbod op kinderarbeid, afvalstoffenheffing, klimaatcompensatie, minimumnormen voor dierenwelzijn, of überhaupt zoiets als netjes belasting betalen. Vrijhandel zorgt ervoor dat de prijzen worden gedrukt met als onwenselijk neveneffect dat de landen met de laagste milieunormen de strijd winnen. Dat staat haaks op klassiek liberalisme of kapitalisme.

Neem David Ricardo, de Britse econoom die in 1817 zijn boek Principles of Political Economy and Taxation publiceerde. Daarin schreef hij dat het zinvoller is om goederen te maken in landen waar de omstandigheden beter zijn, het comparatieve voordeel. Zo is het beter om sinaasappelen in Spanje te kweken dan in Noorwegen. Met eenzelfde hoeveelheid arbeid krijgt u in het eerste land het tienvoudige aantal sinaasappelen, want die dingen hebben nu eenmaal zonlicht nodig.

Daarom doen Spanje en Noorwegen er beter aan om alle citrusvruchten in het eerste land te verbouwen en te ruilen met iets wat in Noorwegen voorhanden is. Noorse producenten zullen dat tegen proberen te houden, waarmee ze hun landgenoten opzadelen met dure producten, de enige manier om hun eigen bedrijven in leven te houden. Hoogstwaarschijnlijk zullen ze de eigen regering verzoeken om inkomende sinaasappelen te belasten en zo duurder te maken dan de eigen waar.

Barrières afbreken
Ricardo begreep dat bedrijfstakken teveel invloed kunnen uitoefenen op een enkele politicus, waarmee ze hun eigen bevolking dus benadelen. Daarom is het voor de samenleving als geheel beter om elke roep om tarieven te negeren en handelsbelemmerende maatregelen tegen te houden. Zo is het idee ontstaan dat vrijhandel altijd en overal tot een efficiëntere, betere oplossing leidt. Dat was in 1817 zo, maar niet in 2017.

Het principe van Ricardo houdt in dat productie zich verplaatst naar plekken waar de klimatologische omstandigheden optimaal zijn, waardoor landen in hun streven naar rijkdom doen alsof ze een grote, open huishouding zijn. Dat is een aanlokkelijker idee een handelsoorlog of erger. Het verschil met 2017 is dat er nu allerlei wetten bestaan die we toen niet kenden, zoals voorschriften met betrekking tot voedselveiligheid maar ook dierenwelzijn, milieu en fiscaliteit.

Het gevaar bestaat dat het land met de laagste normen de concurrentieslag wint maar dat is niet hoe Ricardo het zag: hij wilde enkel dat productie zich verplaatst naar landen met de betere klimatologische omstandigheden, niet de slappe regelgeving of slecht functionerende overheid.

Associatieverdrag
Als gevolg van het associatieverdrag met Oekraïne hebben Nederlandse boeren te maken concurrentie die er eerst niet was. Er bestond een importtarief met dat land waar het agrarische producten betreft, maar die regeling wordt dus afgebouwd. Er is echter geen enkele garantie dat milieunormen, die de Nederlandse overheid aan de eigen producenten oplegt, ook voor hun concurrenten gaan gelden.

MHP | Qualiko Chicken from Igor Ryabchuk on Vimeo.

Zo zijn in Oekraïne plofkip en legbatterij toegstaan, waar die in Nederland verboden zijn. Vrijhandel zonder gelijkschakeling van normen zorgt ervoor dat legbatterijen die hier verboden zijn, naar Oekraïne worden gereden waarna de daar geproduceerde eieren hier de markt overspoelen. Om dat te voorkomen, dáár staat niets over in het verdrag. Dat is geen vrijhandel maar oneerlijke concurrentie.

Bijzonder genoeg zijn zowel PvdA als VVD zich bewust van dit probleem. StaS van Landbouw Sharon Dijksma gaf aan dit ze dit probleem wel in Brussel heeft aangekaard, ‘maar dat ze alleen stond’. Nederland wil graag een nauwere band met Oekraïne, dan gaat dat maar ten koste van de eigen boer.

Er is één VVD’er die onze visie, namelijk Jan Huitema. Drie maal raden wat voor beroep hij eigenlijk heeft. In een interview met BNR sprak hij:  

'In de EU zijn legbatterijen verboden en Nederlandse eierproducenten hebben al volop geïnvesteerd in dierenwelzijn. Door een voorlopig eenzijdig handelsvoordeel voor Oekraïne kunnen goedkope Oekraïense legbatterij-eieren op de Europese markt komen.'

Economische integratie
Precies ons punt dus. Integratie met Oekraïne is belangrijker dan diervriendelijkheid, milieu en voedselveiligheid. Vorig jaar hebben we daarom gesteld dat het assocatieverdrag met dat land heldere regels moet bevatten voor die drie aspecten, of dan maar afgezegd moest worden. De uitkomst is bekend, helaas.

Een ander aspect van open grenzen voor alle producten met Oekraïne is belasting betalen. In Oekraïne bestaat er niet zoiets als winstbelasting. Het recht stamt nog uit de tijd van de Sovjet-Unie en toen waardeerde men daar het begrip winst niet zo. Dat betekent dat een Oekraïense boer wordt aangeslagen voor de grond die hij gebruikt, voor maximaal een paar tienden van procenten van de winst. De Nederlandse boer betaalt de volle 25 procent winstbelasting en rekent die door in het product.

Een van de grootste eierbedrijven uit Oekraïne is Ovostar uit Amsterdam, staat gewoon in het telefoonboek. Dit Oekraïense bedrijf bevindt zich fysiek in Oekraïne, maar door een fiscaal hoofdkantoor in Amsterdam en Cyprus te hebben betaalt het nergens belasting. Uit de jaarrekening van Ovostar blijkt bijvoorbeeld dat brutowinst en nettowinst gelijk zijn aan elkaar, wie heeft dat nou?

Financier uw eigen ondergang
De multimiljonairs die eigenaar zijn van die fabriek vervuilen daar het milieu, betalen werknemers te weinig, sluizen de winsten weg uit dat land waardoor het niets verdient en legt de rekening neer bij Oekraïners die wel zo gek zijn wel belasting te betalen. U ziet waarom dit land zo arm is. Nederland heeft zich bereid verklaard om geld te geven, ook dat staat in het associatieverdrag. Zo financiert de Nederlandse boer die belasting betaalt zijn eigen ondergang.

Iets doen aan die schimmige kapitaalsstromen, dat zit er niet in. De President van Oekraïne heeft Nederland ook ontdekt als belastingparadijs en onze regering weigert deze oneerlijke concurrentie benoemen, laat staan aan te pakken. De Oekraïense boer gaat zijn Nederlandse branchegenoot wegvagen en op een paar steenrijke types na, heeft niemand daar baat bij. Het milieu en de kip al helemaal niet.

No thanks. By the way, I uncovered all your offshore accounts. You taxdodging rascal! pic.twitter.com/VQN4epZ7W8

— Arno Wellens (@ArnoWellens) May 31, 2017

Naarmate Nederlandse boeren kapotgaan en de productie verplaatst naar Oekraïne, zal ons vlees meer en meer naar Oekraïense standaarden geproduceerd gaan worden. Zo is Nederland al de op een na grootste importeur van Oekraïens kippenvlees in de wereld, na Irak en voor Kazachtstan.

Twee extremen
Voor eieren geldt dat ook, in 2005 exporteerde het land tien miljoen eieren, letterlijk een procentje van de een miljard eieren per jaar waar het land nu op zit. Het effect van het assocatieverdrag is zeer helder zichtbaar, blijkens deze gegevens van het landbouwministerie in Kiev.

Er zijn twee extremen denkbaar. Als productie gereguleerd wordt, dan moet dat ook voor handel gelden. Anders verplaatst de illegale productie zich alleen maar, waardoor je het probleem via de achterdeur weer terugkrijgt. Of geen van beiden worden gereguleerd. We moeten de Nederlandse boer weer toestaan om groeihormonen, legbatterijen, plofkippen en zeker ook Fibronil toe te passen. De nadelen voor mens en dier moeten we voor lief nemen.

Als we de Nederlandse boer dit weigeren, verplaatst de productie zich. Dan krijgt u dezelfde groeihormonen binnen, maar zijn ze door een Oekraïense werknemer ingespoten en niet door een Nederlandse. Dat is dan het enige verschil. Een andere optie is dat productie én handel wel allebei worden gereguleerd. Wat hier niet gemaakt mag worden mag ook niet in de schappen liggen, of met een dikke belasting erop.

Eten met een prijskaartje
Als we als Europese Unie zijnde een grote vrije, open markt voor alle goederen en diensten willen vormen, ook voor eten en met Oekraïne erbij, dan is het onzin dat er nog een regering in Den Haag bestaat die sommige boeren wel regeltjes oplegt en een belastingaanslag stuurt, maar de concurrent in Lviv niet. In een open, interne markt is er geen bestaansrecht voor 'Den Haag'.

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van ons eten en aspecten als milieu en dierenwelzijn. Willen we een vleessector die normen op dat gebied kan waarborgen, dan moeten we accepteren dat daar een prijskaartje bij hoort. Dat betekent automatisch dat er minimumprijzen moeten zijn. Want als de boer ziet dat de marktprijs onder de kostprijs daalt, gegeven de genoemde normen, dan zit hij in de knel en gaat hij rare dingen doen, zoals tornen aan die normen. Dat is waar de overduidelijk verziekte landbouwsector in Nederland vandaan komt.

Er zijn twee mogelijkheden. Optie 1: Den Haag legt milieuregels op en leeft ze na, wat neerkomt op controle op de import van eten. Dat staat haaks op het idee van een Europese interne markt, ook met Oekraïne erbij. Of optie 2. We staan toe dat een vrije markt, met een groep landen, inhoudt dat iedereen de normen van de minst strenge overheid mag overnemen, die van Kiev bijvoorbeeld. Het minimumloon kan dan bijvoorbeeld ook afgeschaft worden. Anders doet de vrije markt iets waar Ricardo niet zo voor is, namelijk een race to the bottom.

A time for choosing
Als we op Europese schaal dezelfde normen opleggen, wat het meest logisch als we zo graag Europees willen integreren, dan is er geen behoefte meer aan politiek Den Haag en kunnen we daar iedereen ontslaan. Dan bepaalt iemand in Brussel wel hoeveel vierkante centimeter een kip moet hebben, waar elke Europese boer zich dan aan moet houden. Zo voorkom je dat degene die het meest bereid is de kip te martelen, er met alle omzet vandoor gaat.

In beide gevallen moeten we ons realiseren dat beter, gezonder en diervriendelijker eten een prijs heeft. Zijn we niet bereid die te betalen, dan mogen er ook niet op rekenen. 

Als we niet durven te kiezen, maakt de realiteit de keuze voor ons. Dan verlagen de productiestandaarden voor ons eten naar het laagste niveau, dat van Oekraïne. Alleen is de werkgelenheid dan wel uit ons land verdwenen, met de inkomsten die daarbij horen. Dat is zeer schadelijk voor ons land. Niet kiezen tussen optie 1 en optie 2 is dus het slechtste wat we kunnen doen, maar het is op korte termijn wel de weg van de minste weerstand dus daar stevenen we op af.

Ronald Reagan zei het eens. De keuze is misschien niet makkelijk, simpel is hij wel.