Adriaan Straathof flambeert biggen, is al failliet, ING mag tot € 11.903.429,00 aftikken [1/2]

Ben u ook zo boos op Adriaan Straathof, die biggen kant-en-klaar gebraden aflevert nog voordat ze geslacht zijn? Dat hoeft niet. Ten eerste is het uw eigen schuld, die kiloknaller knalt zo hard omdat er ergens op beknibbeld wordt. Twaalf maal raden wat dat is. Petities of beroepsverboden zijn ook niet nodig want zijn bedrijf is toch al kapot. Wel vervelend voor ING overigens, die hebben nog een kredietje uitstaan met zo'n gekke swap erop. En schrikt u niet als we gaan het voor de beste man gaan opnemen. Want parlementariërs moeten niet persoonlijk worden, maar echt ingrijpen. Iets minder symbolisch reageren is constructiever, maar ook een stuk moeilijker. 

Dat van die 20.000 verbrande varkens kan u niet ontgaan zijn. Het is een tweede schandaal in de varkenssector, na de horrorbeelden uit België. Leest u dat stuk vooral, het komt op hetzelfde neer: er is onder de huidige omstandigheden geen tegelijkertijd financiëel, ecologisch en ethisch bedrijfsmodel mogelijk in de varkenshouderij. Dat gaat dus ergens wringen. 

Beroepsverbod
PVV en PvdD willen een beroepsverbod voor Adriaan Straathof. Dat had de beste man al in Duitsland, nu Nederland nog. Als we naar zijn jaarcijfers kijken, dan blijkt dat dat niet nodig is. Stoppen met varkens houden zal hij toch. Maar waar komt uw speklapje dán vandaan?

Laten we zijn jaarcijfers er eens bijpakken. Straathof heeft een netto-omzet van ongeveer € 30 miljoen op jaarbasis, met die handel in varkens. Dat zijn miljoenen varkens die ofwel geslacht, ofwel verhandeld worden. De laatste omzetcijfers dateren van 2013, de breakdown ontbreekt daarna. Een zevende van de verkoop vindt bij de Nederlandse consument plaats, de rest zit ergens tussen Polen en China. Het is dus vooral fokken en slachten voor de export. 

Na aftrek van verkoopkosten (bijvoorbeeld inkoop van jonge biggetjes, voer en energie, de basisingrediënten van een slachtvarken) blijft er een marge over, waar vervolgens personeel en rente aan de bank mee worden betaald. Slachtvarkens worden ontdaan van hoeven, hoofd en ingewanden, waarna er ongeveer 100 kilo uit te benen vlees overblijft. Dat kunt verhandelen op internationale beurzen, zeg dat u voor grofweg € 100 klaar bent voor een barbecue met een klein bataljon aan soldaten. 

Oordeelsonthouding
Die prijs is zeer veranderlijk, een van de oorzaken van de problemen. Komen we op. Maar dit is grofweg het input-outputmodel van een varkensboer. De jaarrekening van Straathof is opmerkelijk. Ten eerste is het nettoverlies, het laatste bedrag onder de streep, maar liefst € 6,7 miljoen groot (1). Het verlies herhaalt zich overigens, dat is zorgwekkend. Die komt voor een groot gedeelte uit een incidentele waardeverandering (2) van € 4,5 miljoen maar ook zonder die post zou er een verlies zijn geweest. Dat incidentele verlies heeft overigens te maken met een onduidelijke waardering van een fabriek in Hongarije, reden waarom de accountant ook geen oordeel over de cijfers kan vellen. 

Straathof zit namelijk met een scherpe daling van de inkomsten in zijn maag, de recente sluiting van zijn fabrieken in Duitsland door het beroepsverbod is hier nog niet eens in verwerkt (3). Dat betekent dat zijn varkensfabrieken in de hele keten verlieslatend zijn, want nog voordat de bank en de fiscus komen kijken is er een verlies op het slachtvarken genomen dat net zo hoog is als de prijs van zo'n homp vlees. Waar komt dat door?

In het volgende plaatje zetten we bedrijfsresultaat, nettowinst en het eigen vermogen onder elkaar. De blauwe staafjes laten het bedrijfsresultaat zien, wat een gewoon dagje draaien oplevert en dat een jaar lang. Dat bedrag is niet even groot als de groene nettowinst: daar zitten immers eenmalige posten in, zoals de afboeking in Hongarije. 

Altijd verlies op een varken
Het eigen vermogen is de spaarpot van de varkensboer. Dat is niet helemaal correct om het zo te noemen, maar voor het begrip is het even makkelijk. Straathof had in 2015 dus een eenmalig Hongaars probleem van € 4,5 miljoen. Maar bij punt (4) hierboven zag u hem ook nog eens € 2,5 miljoen operationeel verlies maken, eigenlijk kan hij beter in zijn bed blijven liggen dan aan het werk gaan. Dat is samen € 7 miljoen verlies, in een enkel jaar. 

In 2014 was het eigen vermogen € 10 miljoen. Daar moet dus € 7 miljoen aan verlies vanaf, zo komen we op een nieuw eigen vermogen van € 3 miljoen. Het laatste negatieve groene balkje van € 7 miljoen correspondeert met een nieuw eigen vermogen van € 3 miljoen. Die krijgt even een rode vlek, dan raakt u hem straks niet kwijt. 

De daling van de bedrijfsopbrengsten (dus na verkoopkosten, maar voor overige kosten) komt opmerkelijk dicht in de buurt bij de daling in de prijs van varkensvlees die het IMF signaleert. In deze tabel is de prijs van een kilo varkensvlees geïndexeerd, deze daalt van 2014 op 2015 met een derde. Daar gaan Straathof zijn inkomsten. Overigens, overal kunt u klikken voor een groot plaatje. Dat dan weer wel. 

Varkensfabriek
De blauwe staafjes laten een zorgwekkende trend zien. Door dalende prijzen zal Straathof altijd een operationeel verlies maken. Als we deze boer hard aanpakken en de vraag verplaatst zich vervolgens naar zijn concurrenten, dan zitten die nog steeds in een verlieslatende sector. 

Het probleem bij Straathof is namelijk dat zijn verkoopopbrengsten wel dalen, maar zijn kosten niet. Als hij een fabriek koopt met bankkrediet en die in twintig jaar aflost en afschrijft, dan blijven zijn jaarlijkse kosten precies gelijk. Dat geldt ook voor personeelslasten. Omdat al die kosten niet meebewegen met dalende opbrengsten, kan het niet anders dan dat er een structureel verlies zal zijn. 

Als we rekenen met het eigen vermogen van € 3 miljoen en we nemen aan dat er geen incidentele verliezen zijn, dan heeft Straathof nu een negatief eigen vermogen. Als hij het einde van het jaar nog haalt is dat een wonder.

De specifieke varkensboer waar we nu allemaal zo boos op zijn, zit dan in de bijstand. Maar de sector blijft nog steeds ongezond en dat is het gevolg van tegenstrijdig beleid. Aan de ene kant willen we dat de boer zich aan steeds strengere normen voor dierenwelzijn houdt. Die kosten geld, maar dát willen we niet horen. De verkoopprijs van een kilo varkensvlees wordt bepaald door een grillige markt, die een dalende trend kent. Een milieu-investering die over twintig jaar wordt afgeschreven zal een vaste jaarlijkse kostenpost vormen en daar wordt de boer gemangeld, wat hij ook doet.

Geen marktwerking
Als we het aanbod van vlees reguleren, dan moeten we de vraag niet volledig aan de markt overlaten. Ook moet de import en export van vlees in de gaten worden gehouden. Wat hier niet gemaakt mag worden, zou hier ook niet gegeten mogen worden, anders ontstaat er een race to the bottom. Bij een sector die zo zwaar gereguleerd is (en met reden) is er geen sprake van zuivere, volledige marktwerking.

Een beest een fatsoenlijk en veilig leven geven, waarbij de boer ook iets mag verdienen, zorgt voor een minimale kostprijs per kilo vlees. Willen we die niet betalen, omdat we tegelijkertijd voor de goedkope kiloknaller gaan, dan krijg je ongelukken. 

Maar wat heeft ING ermee te maken? Tot morgen, oink oink!