Nederland heeft regie immigratie in 1992 opgegeven, fout maar geen complot [2/4]

Terug naar het migrantentopic want oh oh oh, wat zijn het er toch veel en wat koken ze toch anders. Na gluten en transgenders is er weinig dat u meer bezighoudt dan de pigmentaire samenstelling van 's lands bevolking. Zorgen maken is altijd prima (of niet), maar laten we het debat wel met de juiste cijfertjens voeren. Daarom deel twee in de grote 925-migratie-cijferbrij-topic-reeks. Waarom lijkt het zo/is het zo dat Nederland geen grip op de situatie heeft? Gaan we het vandaag over hebben.

'Schrijnend dat terugkeerders in deel EU-landen niet worden vervolgd' @PieterOmtzigt #Justitie #EU #Jihadisme https://t.co/Gwy0WEZ3Va

— ShantyRuby (@Shamayim2) August 9, 2017

Testosteron
Mensen over een kam scheren, dat doen we hier niet. Ten eerste is het niet sjiek en ten tweede heeft een grove, ongenuanceerde testosteronaanpak nooit nuttig beleid tot gevolg en dat is wel wat Nederland nodig heeft. Na voetbalrellen gaan we ook niet alle balsporten van kogelstoten tot korfbal verbieden. Aan de andere kant hebben we ook niets aan mierzoete goedpraterij ('we hebben ze nodig', 'ze koken zo lekker'). Dat is een omgekeerde gevolgtrekking op basis van dezelfde gebrekkige analyse. Daarom, wie zijn al die migranten en waar komen ze vandaan? 

Er zijn Nieuwe Nederlanders die een direct gevolg zijn van de geschiedenis, arbeidsmigranten die hun retourticket kwijt zijn, EU-burgers die (tijdelijk) komen werken, expats uit andere landen, terechte en onterechte asielzoekers, zag u de vorige keer. De eerste groep laten we, want dat zijn historisch gezien Nederlanders. Arbeidsmigranten bewaren we voor het volgende deel. 

Vergeet u bij een discussie vooral niet de netto-migratie erbij te pakken, het verschil tussen immigratie en emigratie. Er zijn immers ook terugkeerders, zoals een Amerikaanse expat die na een paar jaar op de Zuidas vervangen wordt door een andere Amerikaan. De aanwas is het verschil. Dan zien we drie opvallende trends in het saldo: de daling aan het begin van de eeuw (voor het volgende topic), de toename na 2004 en de piek van 2014. 

De nuance zit hem in het uitsplitsen naar herkomstlanden. Traditioneel zijn de Duitsers zo ongeveer de grootste groep immigranten, maar ze keren vaak ook weer terug: net als Nederlanders dat andersom doen. De economische banden zijn innig, dat wist u al. Vlak na 2009 kwamen er 4.000 Somaliërs, wat we makkelijk kunnen koppelen aan een verslechterende veiligheidssituatie daar: nadat die veranderde, droogde de immigratie ook weer op. Geen onomkeerbare tsunami dus.

Beschaving
De derde piek heeft te maken met de oorlog in Syrië. De kans is groot dat als we hier na twee jaar op terugkomen, er sprake is van een 'Somalische daling', net als ook bij de groei en krimp van de Bosnische asielzoekers in de jaren '90. Maar wat verklaart de piek bij punt 2, vlak na 2004?

Dat zijn vooral Polen. In 2004 nam de EU een hele bups landen uit het voormalige Oostblok in zich op, wat inhoudt dat onder andere Polen vrij in de hele EU kunnen bewegen, om te werken, te wonen, of goederen en diensten te verkopen. Het vrije verkeer van personen had een aantal negatieve gevolgen, zoals verdringing op de arbeidsmarkt. Dat hadden we kunnen zien aankomen, maar het is hier wijs om even te noemen dat individuele Polen pakken een teken van een gebrek aan beschaving is, het is maar gezegd.

De EU heeft de neiging om onstuimig te groeien, met allerlei nare neveneffecten tot gevolg. Het is een trend dat er op een bepaald vlak veel te snel wordt geïntegreerd, waarna de te verwachten negatieve gevolgen niet uitblijven en dan zijn we massaal verbaasd. De vluchtelingenchaos lijkt erg op de eurocrisis en dat is geen toeval. Voor de duidelijkheid: dit is geen pleidooi voor ofwel een strenger, ofwel een soepeler asielbeleid. Het is simpelweg terecht om ons af te vragen waarom een collectief van industriële grootmachten, die technologisch zeer ontwikkeld zijn, er niet in slaagt om een humaner, effectiever en ordentelijker asielbeleid neer te zetten dan dit.

We spuiten mensen peper in de ogen spuiten als we ze niet willen of we laten ze bijna verdrinken als ze wel welkom zijn. Dit op een betere manier doen, is dat iets wat we niet willen of iets dat we niet kunnen? Het lijkt vooral het eerste te zijn. Dan moeten we even de geschiedenis in, leest u het Euro Evangelie maar voor de uitgebreide versie.

Gelijkwaardig op papier
Kort en goed mochten Oost-en West-Duitsland zich aan het einde van de Koude Oorlog herenigen. Frankrijk zou dan op de tweede plek komen en dat vond het land historisch gezien onacceptabel, wat eigenlijk best te begrijpen is. Het vroeg Duitsland om de sterke D-Mark op te geven, zodat het evenwicht op het continent hersteld was. De Benelux zouden ook mee moeten doen, de nieuwe muntunie moest zo groot mogelijk worden zodat de macht van Duitsland zoveel mogelijk verwaterde.

De Fransen hadden een Duits-Frans-Italiaans triumviraat voor ogen van gelijkwaardige economische grootmachten voor ogen, die de kar zouden trekken. Dat is waarom de ECB in Duitsland staat en de eerste Franse president ervan is opgevolgd door Italiaan. Drie gelijkwaardige landen, op papier dan. Duitsland en Nederland waren bang dat het een wankel geheel zou worden en stelden regels op. Frankrijk stond erop dat Italië er wel bij mocht, dat toen een hogere staatsschuld had dan Griekenland. Toen kon dat land, dat nu logischerwijs bezwijkt onder de vluchtelingen, ook niet geweigerd worden. Zo worden er links en rechts landen ingerommeld, zonder coherent plan want dat is er niet.

Als landen een muntunie aangaan, moeten ze immers bereid zijn veel zeggenschap over te dragen. Een gemeenschappelijke munt vergt een centraal ministerie van financiën, dat zelfstandig grote sommen kan herverdelen. Als een land in de nieuwe unie immers in een crisis zit, dan heeft het geen eigen munt, centrale bank of rente meer, dus dan moet de groep de zwakke broeder redden. Wil men dat wel? Voelt de Europeaan zich wel ‘Europeaan’?

Solidariteit
In een muntunie is het nodig dat er geen binnengrenzen zijn. Een Griekse werkloos moet immers snel naar Finland kunnen verhuizen, zodat landen elkaars klappen opvangen. Daarom staat de grens tussen Griekenland en Finland open, al zorgen taalverschillen ervoor dat dit mechanisme niet werkt. Van links tot rechts waarschuwden economen er in de jaren ’90 al voor dat taalbarrières een geslaagde muntunie onmogelijk zouden maken. Maar de Fransen wilden dit politieke project zo graag, dat er niet over praktische bezwaren werd nagedacht. Zo ging het vanaf het begin al mis.

Tot de praktische bezwaren kunnen we noodzaak tot een gemeenschappelijk asielbeleid, leger en politie ook rekenen. Als landen de binnengrenzen weghalen omdat ze (wellicht te snel) willen integreren, dan zijn het de landen aan de buitengrenzen die de klap mogen opvangen voor de hele club. Griekenland is bijvoorbeeld de poortwachter voor elke migrant uit het oosten, die naar eender welk EU-land wil verhuizen. Kan het land deze zware taak in zijn eentje aan?

In 1992 besloten de regeringen van de lidstaten dat er open grenzen en een muntunie moesten komen, met het Verdrag van Maastricht dat de euro regelde. Het iets oudere Verdrag van Schengen bevatte de open binnengrenzen. In de laatste tekst staat glashelder te lezen dat verdere integratie alleen maar mogelijk is, als we deze verregaande stap durven te nemen.

Nucleaire afschrikking
In de eerste tekst lezen we ook dat de ondertekende staatshoofden ‘vastbesloten zijn’ als het gaat om het creëren van een stabiele munt. Hoe dat praktisch gezien vorm gaat krijgen, dat staat er niet bij. Dat is in de kern het falen van het hele Europese project. Ook is men ‘vastbesloten om tot een naar elkaar toegroeien van de economieën te komen’ wederom zonder enige praktische gevolgtrekking. En dat Europese landen ‘meer solidariteit’ ten opzichte van elkaar gaan voelen, dat is toch echt iets dat Beatrix en haar vrienden ‘wensen’. Wederom wel een ‘wat’, maar geen ‘hoe’.

Eigenlijk probeerden deze staatshoofden en regeringsleiders de VS na te doen. Daar zijn ook verschillende staten die wel arbeidsmobiliteit hebben, omdat iedereen Engels spreekt. En Amerikanen hebben wel een gemeenschappelijk nationaal besef, waardoor inwoners van de deelstaten bereid zijn om een substantiëel deel van hun inkomen aan de federale staat te geven, die dan een machtig leger kan opbouwen. Zo heeft de Amerikaanse marine de beschikking over nucleaire onderzeeërs, die dienen als afschrikking.

Elk land dat het waagt om een van de staten iets aan te doen, kan een salvo kernraketten van zo’n onzichtbare moordmachine tegemoet zien. Deze boten zijn van de Ohio-klasse, genoemd naar een staat die niet aan zee ligt. Inwoners ervan financieren zo banen in andere staten, maar hebben de beschikking over een afschrikkingswapen dat een van zee afgesloten staat nooit zelf zou hebben kunnen organiseren of financieren. Ziehier een voorbeeld van daadwerkelijke solidariteit. In Nederland kennen we Mark Rutte nog, die met de bekende slogan ‘geen cent meer naar Griekenland’ de verkiezingen in 2013 won.

Het geeft maar aan dat er in de EU een gebrek aan eenheidszin bestaat, die nodig is om een gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid uit te voeren: we willen er niet voor betalen, daar gaat het al mis. In de kern is de gemiddelde Europeaan niet bereid om macht en geld af te staan aan een centraal instituut in Brussel, dat gemeenschappelijke problemen oplost. Daarom komen die instituten (zoals een gemeenschappelijke stroppenpot en grenswacht) er niet en heeft ‘Europa’ geen enkel antwoord op een crisis, als die zich aandient. De EU is als een studentenhuis, waar iedereen wel in wil wonen, maar waar geen van de studenten bereid is om samen in goede sloten en brandblussers te investeren.

Doorstrompelen
Als er iets naars gebeurt, is er paniek en verder niets. Eigenlijk had het studentenhuis in die vorm dus nooit mogen bestaan. Anders gezegd: ‘Maastricht’ en ‘Schengen’ hadden zonder nadrukkelijk uitgesproken steun van de bevolkingen nooit gesloten mogen worden, want anders is het wachten op ongelukken. Interessant genoeg nam het Europees parlement in 2011 een motie van D66’er Sophie in ’t Veld aan, die opriep tot verdere Europese integratie, te bereiken door het opbouwen van meer gemeenschappelijke instituten. Dat is inderdaad een consistente keuze. In de tekst noemt ze dat de bedenkers van ‘Maastricht’ waarschijnlijk al prima wisten dat er een crisis aan zat te komen, iets wat nu gecorrigeerd moet worden.

Het is dus terecht om aan te nemen dat ‘Maastricht’ een gok van jewelste was, de enige mogelijk om de gewone Europeaan mee te nemen op de weg van Europese integratie die eigenlijk niemand wil. Het is een kwestie van vooruit strompelen: ‘de hoop uitspreken’ dat het allemaal wel gaat lukken, niet proactief een duit in het zakje willen doen om dat ook te laten gebeuren want dat wil niemand. Achteraf zitten we met de rommel en dan moet er wel een gemeenschappelijke oplossing komen. Wat dit met migratie te maken heeft?

Kort en goed is er een politieke kern van Europese enthousiastelingen, die graag alles centraal willen regelen. Dat laatste is ook nodig, anders gaat het fout. Dat weten de enthousiastelingen ook, dat blijkt uit alle openbare documentatie. Alleen hebben ze niet de ballen om dit ook kenbaar te maken aan ‘de gewone man’. Liever bedient met zich van eurosceptische retoriek (‘geen cent meer naar Griekenland!’) die haaks staat op het noodzakelijkheden om het Europese project te redden.

Race to the bottom
Zo kan het bestaan dat er open binnengrenzen zijn zonder gemeenschappelijk fiscaal beleid, wat vervelende belastingconcurrentie mogelijk maakt; er is een lappendeken aan milieuregels, wat een race to the bottom mogelijk maakt, vaak ten koste van bravere landen als Nederland; er is een gemeenschappelijke markt voor diensten maar geen gemeenschappelijk minimumloon, waardoor truckers en bouwvakkers kapot worden geconcurreerd zonder dat Poolse werknemers er veel op vooruitgaan; en een gemeenschappelijke aanpak van economische problemen is er ook niet, want Europese integratie is prachtig maar het mag letterlijk ‘geen cent’ kosten.

Onder die omstandigheden is het goed te begrijpen dat de EU ook faalt in het opzetten van gemeenschappelijke grensbewaking en asielbeleid. Bij open grenzen is dat een noodzaak. Als het ene land een streng asielbeleid heeft en het andere niet en de grens wordt niet bewaakt, dan gaan mensen ‘asielshoppen’. Het land dat aan de rand van het collectief zit, moet de kosten op zich nemen voor het bewaken van de hele club.

In de EU mogen we constateren dat niemand bereid is om Griekenland echt bij te staan en de last van de asielstroom wil delen, door een grote groep asielzoekers over te nemen. We beloven het wel maar we doen het niet. Alleen is de enige reden dat Griekenland overspoelt met asielzoekers het feit dat dit land de poort tot Europa is. Daarom verdrinken er mensen in de territoriale wateren van een land waar niemand heen wil, een ironie die de zwakte van Europese eenwording in een zin blootlegt.

Geheim complot tot verwateren
Het is dus niet zo dat er ergens een geheim complot is van mensen die snode plannen uitvoeren om het Europese volk te vernietigen, door de import van andersgepigmenteerden. Net als in andere dossiers heeft de EU de lusten willen hebben van open grenzen (handig voor ondernemers) zonder de lasten onder ogen te zien (de noodzaak tot een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid). Het verkiezingsprogramma van de VVD bijvoorbeeld straalt die tegenstrijdigheid al uit. De liberalen spreken uit dat ze hopen dat er nooit meer een asielzoeker naar Nederland komt. Punt. Weer ‘hopen’.

Maar Europa moet wel open binnengrenzen hebben, dat is handig als een ondernemer spullen via Schiphol wil verkopen. De VVD onderkent het automatische gemeenschappelijke veiligheidsbeleid dat er dan moet zijn, tot daar gaat het nog goed. Alleen mag dat niks kosten: een Europees instituut mag geen belasting heffen. Daarmee blijft het een speelbal van de waan van de dag. Ofwel de EU krijgt een eigen grenswacht met centrale bekostiging, of we kunnen geen open binnengrenzen hebben. Het is kiezen of delen.

Om de toestroom van asielzoekers uit Turkije in te dammen, hebben we in 2015 feitelijk President Erdogan omgekocht. Als we zelf niet durven te regelen, bellen we een Turkse uitsmijter. Dat is verre van een mooie oplossing. Maar het geeft wederom aan dat Europa worstelt met de problemen die ze zonder meer over zichzelf heeft afgeroepen.

UNHCR verzamelt data over nieuwkomers uit de Middellandse Zee. In Oktober 2015 kwamen er meer mensen dan er waarschijnlijk in heel 2017 te verwachten zijn. Europa bestrijdt de problemen dus wel degelijk, dat mogen we wel zeggen. Er komt geen Syriër meer binnen, ook als ze misschien wel recht hadden op asiel. Nu vormen Bengalen, Ivorianen en Nigerianen de grootste groep nieuwkomers, al maken ze geen enkele kans op legaal verblijf.

Koe
Samengevat: de EU heeft een migratieprobleem, omdat we de binnengrenzen hebben weggehaald zonder na te denken over de noodzaak van een gemeenschappelijk buitenlandbeleid. Europese integratie is iets waar je heel emotioneel bij moet worden, zonder dat je na mag denken over praktische zaken. Dan ben je een naar mens. Het gevolg is dat we een reeks problemen mogen verwachten, waarbij we steeds de koe in de kont kijken. Met Syriërs is het niet anders.

En nu niet ineens de andersgepigmenteerde of andersbiddende de schuld geven, het waren roomblanke, Europese elitaire wensdenkers die doelbewust alle randvoorwaarden voor de huidige crises hebben geschapen. Het is een $%#-up, dat zegt ook deze immigratie-kritische meneer.

Wie een $%#-up onderkent, kan het oplossen. De EU is dom geweest, niet doelbewust slecht. Vooralsnog is debat in Nederland versmald tot dommige, populistische kreetjes, waarbij de kiezer geïmponeerd moet zijn door daadkrachtige personen die het allemaal toch maar even durven te zeggen. 

Alleen zeggen ze dan niks.