Oekraïense verdringing in onze landbouw, verdrag bracht ons verder totaal niets [2/2]

Weet u het nog? Een verdrag met Oekraïne sluiten zou goed zijn voor ons land. Want we zijn een handelsland, zo makkelijk was dat volgens onze regering, tijdens het debat over het referendum. En handelslanden sluiten handelsverdragen en dan worden ze automatisch rijk. Nee dus, we told you so

Comparatieve voordelen
Bovengenoemde redering werd ons destijds bij Buitenhof voorgespiegeld, door een montere regeringsleider. Helaas zit de wereld niet zo simpel in elkaar. Op zich is handel een goed idee om comparatieve voordelen uit te baten, maar er is meer. De twee eeuwen oude literatuur over de vrije markt leest ten eerste niet echt lekker weg maar belangrijker is dat die geen rekening houdt met onder andere regelgeving. Toen waren er geen hinderwetvergunningen, klimaatafspraken en stikstofnormen, nu wel. Als Nederland diensten importeert uit een land met lagere lonen (bijvoorbeld de Poolse trucker), dan verhuist de baan naar het land met de laagste lonen. Dan is er eigenlijk geen sprake is van een vrije markt, omdat de ene overheid binnen de vrijhandelszone de markt reguleert met strenge regels (zoals minimumlonen), terwijl de andere (de Poolse) dat niet doet. Misschien moeten de minimumlonen door de EU heen maar naar een gemeenschappelijk niveau tillen maar dat zit er voorlopig nog niet in. 

Bij Oekraïne hadden we al vastgesteld dat toegenomen handel (het gevolg van het volledig afbouwen van alle handelsrestricties met dat land, inclusief kostprijsverhogende importheffingen op vlees) ons niets kán brengen. Het is een arm land, met een negatieve handelsbalans en probleemschulden, wat los staat van 'Putin'. Oekraïne hangt namelijk al sinds 2008 aan het infuus van het IMF. Daardoor is er simpelweg geen geld om Nederlandse spullen te kopen. 

Aan de andere kant hebben Nederlandse boeren te maken met strenge regels die voor een Oekraïense concurrent niet gelden: milieunormen, dierenwelzijn, minimumlonen, vennootschapsbelasting: allemaal zaken waar de Nederlandse overheid bakken met wetten voor maakt, die niet voor importproducten gelden. Dat is net zo goed oneerlijke concurrentie: geef beiden dezelfde normen, of allebei geen enkele norm maar niet de Nederlandse wel en de Oekraïense producent niet. Onze verwachting was destijds dat een verdrag met Oekraïne de relatie met Rusland wel nodeloos compliceert, zonder dat we daar iets voor terugkrijgen. 

Race to the bottom
Verder valt van import ook niets te verwachten, want het land heeft niet heel veel waar Nederland zelf waarde aan hecht. Naar maar waar, anders was het hier al te koop geweest. De enige kans voor Oekraïeners om in Nederland geld te verdienen, is door het juist op concurreren op regelgeving te gooien: de race to the bottom. Dat komt neer op het exporteren van voedsel dat hier zo niet gemaakt mag worden (de befaamde plofkip en legbatterij), maar waarvan het associatieverdrag bepaalt dat we het niet meer mogen weren. Wat zeggen de laatste handelsstatistieken daarover?

Zoals verwacht neemt de Nederlandse export niet toe. Deze zit hooguit op hetzelfde niveau als voor het verdrag, maar de trend lijkt eerder een dalende te zijn. Er komt wel wat meer export van Oekraïense producten naar Nederland, maar dat is dus niet heel gunstig voor de eigen economie. De grootste verandering in de samenstelling van Oekraïense importproducten zit inderdaad in landbouw. 

In 2013 was Rusland nog de grootste Europese afnemer van Oekraïens kippenvlees. Intussen heeft Nederland die rol overgenomen. 

Daarom, het was te verwachten: dat verdrag brengt ons niets goeds. Maar wie dat zegt was knettergek, heel rechts, een knecht van Putin. Welkom in het emotionele tijdperk, waarin simpele sommetjes mensen al tot razernij kunnen drijven.