Waarom ik 30 jaar na Black Monday m'n bretels aanhoud

Of ik nog weet waar ik was op 19 oktober 1987 rond de klok van half 4? Geen idee. Terwijl de beurs in New York zijn grootste daling uit de geschiedenis inzette - 22,6% op één handelsdag -, hing ik waarschijnlijk geeuwend in een collegebank, toerde langs ’s heerenwegen in mijn roestige Saab 99GL of tikte aan een vilein stukje voor het verenigingsblad van de jonge liberalen. Raar, van andere Momenten weet ik nog exact waar ik was. 9/11? Ik bestelde net een dubbele latte bij de Coffee Company in de Kalvertoren.

Iemand had het over ‘een sportvliegtuigje’ dat een Newyorkse flat zou zijn ingevlogen, maar binnenstappend ter redactie zag ik op een monitor live de tweede 757 oplossen in het WTC. De crash van 2008? Yours truly was aan het werk, als altijd. Dit keer op de klassieke regatta Les Voiles de Saint Tropez. Lehman was net gevallen en terwijl Wouter Bos nachtelijk beraad hield in Brussel om ABN Amro - naar wij nu weten voor miljarden te veel - vrij te kopen bij de Belgen, dobberde ik met de cameraploeg van ‘Bij ons in de PC’ aan boord van een zeilklassieker in de oude haven van Saint Trop. Vastgoedjongens kantelden magnums rosé, zich nog niet de magnitude van de naderende klap realiserend. Die momenten staan in mijn geheugen geëtst. Zoals mijn ouders zich herinneren waar ze waren toen John F. Kennedy de Grassy Knoll in Dallas opdraaide en mijn grootvader als jongetje het schot op Franz Ferdinand in Sarajevo moet hebben horen nagalmen. Black Monday is voor mij bizar genoeg een zwart gat. En da’s raar, want die dag heeft een veel grotere invloed op mijn leven gehad dan de schelmenstreken van Al Qaida of de credit crunch van 2008. Gelukkig (of helaas?) hebben we de foto’s nog, hoe wazig ook. Jawel, al met bretels. Niet de juiste (met hangers in plaats van knijpers), maar de inspiratie van Wall Street was daar. Van mijn oude (en veel wijzere) broer, die op dat moment bij een investment bank op Wall Street werkte, kreeg ik een roze sweatshirt opgestuurd met een woest crashende beursgrafiek en het opschrift ‘I survived Black Monday!’. Verwijzend naar mijn bretels voegde hij toe: ‘Dat dragen alleen de senior partners hier.’ U begrijpt: van die wereld wilde ik meer weten. En de bretels zijn nooit meer afgegaan. 

Ooggetuigen uit 1987 achtten het onwaarschijnlijk dat deze sjofel uitgedoste bretel drie decennia later zijn eigen JORT-label zou voeren. Een mirakel, wat u zegt.   

Waar komt het vandaan, die fascinatie voor foute mijnheren zoals gepersonifieerd door Gordon Gekko in de film WallStreet? Mijn hele loopbaantje krijg ik al de vraag of ik heimelijk mijmer ooit zelf nog eens een corporate raider te zijn? Of zoals Gekko zijn jonge protegé Bud Fox toevoegt over de doelstelling van een deal: ‘I'am talking about liquid. Rich enough not to waste time. Fifty, a hundred million dollars, buddy. A player. Or nothing.’ Tsja. Het zal niet onprettig zijn miljoenen te kunnen morsen, maar als geld mijn drijfveer was, zou ik wel een nóg verdorvener beroep dan de journalistiek en de tievie-business hebben gekozen, n’est pas? Mijn interesse voor Gordon Gekko en zijn psychopate neefje Patrick Bateman in American Psycho is vooral een kwestie van  antropologie. Ze zijn rovers zonder remmingen, verstrikt in de statussymbolen van hun tijd. 

'Je kan morgen zeggen, dan koop ik toch Shell even!' @jortkelder bij #Pauw pic.twitter.com/2WirhqlXo3

— Pauw (@pauwnl) October 17, 2017

Beide cultfilms en hun hoofdpersonages vormen de basis van de nieuwe JORT Collection die vandaag, exact 30 jaar na Black Monday, wereldwijd te koop is in alle Suitsupply winkels (klik hier voor mijn kakelverse jassen, pakken, shirts, broeken en nog zo wat). Landgenoten, u gelieve nu niet massaal met streepbretels en flamboyante shirts te gaan rondlopen, anders stuit ik aanstonds op copieën van mijzelf. Laten we die Gekko-look gunnen aan onze upwardly mobile vrinden in de Amerikaanse en Chinese filialen. Als ik u was zou ik gaan voor de Batemanlook: een transparante regenjas, uitermate geschikt voor de beroepsrisico’s van een serial killer. De speciale JORT-bijl is lastig leverbaar, al was het maar omdat onze leverantie is blijven steken bij de douane. Zonder scherts: samen met het design- en inkoopteam van Suitsupply hebben we weer een plezant stijlvol rekje bij elkaar geshopt. Veel flamboyance, passend bij de characters Bateman en Gekko. We voegen in de stijl van de eighties ook een nieuwe fit toe met bandplooi- broeken. Weer ‘ns wat anders dan ‘die ballenknijpers van jou die lijken op majootjes’, zoals een anglofiele maat mij eens toevoegde. Maar, beste mensen, het tofste aan de collectie is wat je niet ziet maar wél voelt: de stof. Nooit gewone katoen, maar boterzacht van de Nijloevers of de Sea Islands. Nooit gewone wolsoorten, altijd kasjmiers of mohair. Zelfs mijn fetisj, lange kasjmier sokken, heb ik tegen alle adviezen van de Afdeling Inkoop toch weer in het assortiment weten te wurmen. Want als iets een textiele missie is, dan is het wel de uitbanning van de korte (polyester) sok onder een pak. Eén windje tijdens de bordesfoto van Rutte III en we krijgen weer vol zicht op de harige Hollandse melkflessen die ons schip van staat besturen. Jakkiebah. Vandaar dat we vrijwel tegen kostprijs lange kousen in 75% kasjmier en 25% zijde leveren. Het is dat de Christunie nu in het kabinet zit, maar anders zou ik zeggen: wedden dat iedere vent die eenmaal over is naar kasjmier nooit meer anders wil.  

Enfin, genoeg reclame, terug naar de ernst van dit jubileum. Komt er weer een Krach à la Black Monday? Reken maar. Alle beursindices breken records, geld is gratis (want verwaarloosbare rente dankzij de monetaire alchemisten te Frankfurt, New York, Londen en Tokio) en de wereldwijde schuld bij overheden, bedrijven en burgers is inmiddels opgelopen tot 135 duizend miljard dollar. De nulletjes bespaar ik u, maar dat iemand hier pijn gaat lijden is duidelijk. Er komt dus een harde crash of tenminste een strenge correctie. Het interessante van die notie is dat men dat eigenlijk wel weet maar bijna niemand er naar handelt. Iedere generatie heeft recht op z’n eigen fouten, allemaal krijgen we een keer onze eigen Krach te verwerken. Tot dat moment blijft ons stoïcijnse motto: bretels aan en gaan!