Alchemie Mario Draghi kostte alleen ABP al € 22,5 miljard in drie jaar [4/4]

Iets beloven is niet zo moeilijk, het nakomen is hele andere koek. Westerse overheden hebben de nare neiging om op korte termijn in te spelen op electorale behoeftes. Door mensen een veilige oude dag in het vooruitzicht te stellen, blijven ze rustig. Alleen zijn die pensioenbeloftes helemaal niet haalbaar, horen we links en rechts. Deel vier in de reeks over pensioenen, maar die rekken we toch wat op. We gebruiken ABP als voorbeeld, het is immers de grootste. Vat het dus niet persoonlijk op. 

Korting bij winst
Terug naar vorig jaar. Het bestuur van het grootste pensioenfonds, ABP, gaf aan dat er een mogelijke korting op de uitkering aan zat te komen. Dit is November, nog voor het opmaken van de jaarrekening. Dat betekent dat ABP ongeveer kon inschatten hoe 2016 zou aflopen, maar dat er nog geen officiële cijfers voorhanden waren. Reden genoeg om een beetje vaag te zijn, niks mis mee. Nu hebben we het goedgekeurde jaarverslag van ABP wel op het bureau en wat valt daarin te lezen?

Volgens bestuursvoorzitter Corien Wortmann-Kool was het een 'uitdagend jaar'. De mogelijkheid van een korting van de uitkeringen werd zelfs besproken. Dan zullen de cijfers, verderop in het jaarverslag, vast wel verschrikkelijk zijn. 

Niet dus. De beleggingswinsten verdrievoudingen in een enkel jaar naar dik € 30 miljard, de totale baten groeien mee. Waarom kan er in hetzelfde topjaar dan gesproken worden over een korting? Omdat de winst op korte termijn (en de kaspositie) niet zoveel zegt over de betaalbaarheid van de pensioenen op langere termijn. 

Een pensioenfonds krijgt elk jaar premie binnen van huidige spaarders, terwijl de reeds gepensioneerden een uitkering ontvangen. Die posten lopen vrij gelijk op. Omdat ABP een balanstotaal heeft van dik € 400 miljard, kan het dat vermogen beleggen om rendement te genereren. Vorig jaar is er dus een beleggingsresultaat van bijna tien procent behaald. Wederom, wat is er dan zo slecht aan 2016?

Aannames
Er is nog een post: de voorziening voor pensioenuitkeringen. Om de miljoen aangeslotenen tot in lengte van jaren van een pensioen te voorzien, moet ABP feitelijk een schuld afsluiten. Een belofte tot betalen is immers een schuld, ook al is nu onbekend hoeveel huidige spaarders er straks nog leven en hoe hoog de pensioenleeftijd in bijvoorbeeld 2050 zal zijn. Daarom moeten er aannames worden gemaakt, het werk van actuarissen, en u weet wat ze van aannames zeggen. 

De kernvraag bij een pensioenfonds betreft de verhouding tussen het vermogen en de schuld. Is het vermogen wel hoog genoeg om tot in lengte van jaren rendement te genereren én Gijs Koekebier naar het Concertgebouw te sturen? Vervelend genoeg stijgt de uitgerekende schuld net zo hard mee met het vermogen van ABP. 

Dat is geen toeval. Als de ECB de rente verlaagt, wordt beleggen aantrekkelijker en stijgen de koersen en daarmee het vermogen van ABP. Tegelijkertijd stijgt ook de contante waarde van de verplichtingen die ABP is aangegaan (de pensioenbelofte). Over de afgelopen vier jaar zijn de mutaties van het vermogen (het indirecte beleggingsresultaat) en de schuld van ABP elkaars spiegelbeeld. 

Direct en indirect
Het is dus te hopen dat de huidige generatie genoeg overlaat voor de volgende. Dat is niet vanzelfsprekend. De uitkeringen stijgen op korte termijn harder dan de inkomsten, wat past bij een vergrijzende bevolking. Verder is er nog een interessante statistiek uit de cijfers te vissen. ABP neemt grote posities in in vastgoed, aandelen en vastrentende waarden. Deze kennen een direct resultaat, wat neerkomt op huurinkomsten, divendend en rente. Deze zijn van het ene jaar op het andere ongeveer gelijk. Maar de waarde van het onderliggende gebouw, aandeel of schuldpapier kan door de kunstmatige volatiteit wel flink schommelen. Dat verklaart waarom het indirecte resultaat zo grillig is, in vergelijking met het directe. 

Sinds 2014 is de schuld van ABP bij de eigen pensioenspaarders met € 22,5 miljard toegenomen, een gevolg van de lage rente. Maar de beleggingen zijn ook in waarde gestegen. Waarom is dit dan toch een zeer zorgwekkende ontwikkeling?