Vindicat schedelknarser Wouter krijgt een dag cel wegens schedelknarsen

'Waarom knarsen, als we schedels ook kunnen meten', horen we enkelen onder u denken, afhankelijk van een zekere poltieke persuasie. Maar gelooft u ons, knarsen kan ook, als is het aan te raden om eerst te meten. De ratio oppervlakte/omtrek of volume/oppervlak is namelijk niet constant bij een veranderende vorm.

Sorry, waar gaat dit over? Vorig jaar kregen we dit app-bericht door. Is dit normaal? Bij de ontgroening van de RUG heeft iemand een schedelbasisfractuur opgelopen. Hoe dat kon gebeuren? Dát lezen we in de uitspraak die zojuist is gedaan, nadat de ontgroener is aangeklaagd voor zware mishandeling

Verdachte Wouter krijgt een celstraf van 31 dagen, waarvan 30 voorwaardelijk. Dankzij een paar uur voorarrest mag hij dus meteen naar buiten. Wel moet hij nog 240 uur schoffelen (en gedurende 30 de lichamelijke integriteit van de andere fouten niet al te zeer schenden). Dit is wat de rechter vindt. 

'De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn geschoeide voet op het hoofd van het slachtoffer heeft gezet, en vervolgens daarbij druk op dat hoofd heeft uitgeoefend. Ook acht de rechtbank het bewezen dat hij het slachtoffer daarmee zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Het slachtoffer lag op dat moment op zijn buik, met zijn rechterwang op de betonnen vloer. De rechtbank heeft in haar oordeel meegenomen dat verdachte door zijn handelen in forse mate inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit en de gezondheid van het slachtoffer. Verdachte heeft het slachtoffer niet alleen pijn toegebracht, maar ook vernederd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij binnen het ontgroeningsritueel misbruik heeft gemaakt van de machtspositie die hij ten opzichte van het slachtoffer innam. Het slachtoffer verklaart ook nu nog de gevolgen te ondervinden van het handelen van verdachte.'

'Uit de verklaring van verdachte en uit het dossier valt af te leiden dat fysiek contact tijdens bestraffingsmomenten in de ontgroeningsperiode gebruikelijk was. Dit is door verdachte en de verdediging min of meer naar voren gebracht als verzachtende omstandigheid. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met dat laatste door de verdediging miskend dat geweld in geen enkele setting door de maatschappij wordt geaccepteerd, zoals ook wel mag blijken uit de commotie die deze zaak in de maatschappij teweeg heeft gebracht. De rechtbank heeft in het vonnis nadrukkelijk meegenomen dat de strafzaak een meer dan gemiddelde aandacht in de pers en op sociale media heeft gehad, hetgeen op alle betrokkenen, waaronder ook verdachte, een enorme impact heeft gehad.'