'Opkoopbeleid ECB is praktisch mislukt, moreel problematisch maar eindigen kan niet'

Het Euro Evangelie in een notedop, maar anders verwoord. De toelichting van prof. Sylvester Eijfinger komt eigenlijk neer op de drie punten in de kop. Grappig genoeg is dat ongeveer wat we op deze site over de euro zeggen, zo'n vier jaar lang. 

Een mens is helemaal voor de euro, bij het religieuze af. En anders bent u onfatsoenlijk of gewoon ronduit gek. Een middenweg of een andere, genuanceerde mening bestaat kennelijk niet. 

Naarmate de tijd vordert zijn er toch steeds meer genuanceerde geluiden te horen. Ook grote voorstanders van Europese integratie zien dat de statistieken over de Europese economie een beetje tegenvallen. Wie dat erkent, kan er wat aan doen. Maar waarom is dat opkoopbeleid (quantitative easing, QE) mislukt en immoreel maar komen we er nooit meer vanaf?

1) Opkopen werkt niet
Om de economie te stimuleren, moet het bijgedrukte geld het echte bedrijfsleven ook daadwerkelijk bereiken. Daarmee bedoelen we de 'nonfinancial corporations' (NFC), van de slager om de hoek tot de raffinaderij in Pernis. Monetaire verruiming heeft alleen zin als ondernemers met vers krediet nieuwe investeringen kunnen doen, pas dan komt er groei. Het tegenstrijdige is dat de ECB graag wil dat banken meer uitlenen, terwijl overheden de leennormen juist strakker trekken (een logisch gevolg van de kredietcrisis, die werd veroorzaakt door te soepele kredietverlening). 

Daarom blijft het QE-geld hangen bij (centrale) banken. Een Nederlandse bank krijgt de extra liquiditeiten wel, maar als deze ze niet uit mag of durft te lenen, dan groeit de eigen balans alleen maar. Geld ter stimulatie van de economie gaat als een pingpongbal heen en weer maar doet verder niks. Sinds 2014 is de kredietverlening aan NFC alleen maar gedaald, waardoor er geen positief effect is op de reële economie. 

2) Moreel probleem
Als de ECB (of wel Europees instituut dan ook) de grenzen van haar mandaat opzoekt of overschrijdt, dan verpest deze de moraal van de financiële sector. Eigenlijk was dat de hele oorzaak van die kredietcrisis. Bij het lanceren van de euro was er een stabiliteitspact (SP), dat landen verbood om teveel schulden te maken. En voor banken was er een no-bailout clausule (NBC), die de hebberigheid in toom moest houden. 

Toen België, Griekenland en Italië de euro kregen zonder dat ze aan de eisen van het SP voldeden, was het wachten op het schenden van de NBC. De banken financierden daarom een kredietgedreven bubbel in Zuid-Europa, die ontaardde in de kredietcrisis. Daarom, een Europees instituut dat regels buigt of breekt creëert chaos.

3) Afbouwen is onmogelijk 
Op de reële economie heeft QE geen impact, maar je krijgt er wel een financieel waterhoofd van. De balans van de ECB is sinds 2014 met € 2 duizend miljard gegroeid. Door QE af te bouwen zou de rente weer stijgen en dalen de koersen van aandelen en obligaties. Dat treft alle partijen die deze effecten onder zich hebben, dus door te doen wat logisch is (een tijdelijke maatregel ooit beëindigen) zou de ECB zichzelf in de voet schieten.  

Van QE zijn we de komende decennia nog niet af. Maar werken doet het niet.