Jort Kelder zegt dag: kantoorknuppel, het ga U goed!

13.227 postings, talloze affaires en een enkele flater later; uitgelezen moment om na tien jaar een punt achter ons geliefde 925 punt nl te zetten.  

Waarom? Och, ook goede werken hebben een houdbaarheidsdatum. Er is al genoeg verwarring en versnippering in tijden van nepnieuws, dus dragen we onze nooit helemaal volgroeide puber over aan het, zoals ze zichzelf typeren, ‘multimediale onderzoeksplatform Follow The Money’. Hun bereik mocht dan lang minder zijn dan dat van 925, FTM wordt gedreven door een missionaire bezieling, samengebald in het strenge credo ‘keeping them honest’. 

Enige notities hoe het zo kwam.

Ons blogje werd bestuurd volgens de wetten van het ‘Joegoslavische bestuursmodel’ en wordt nu opgeslokt dankzij de wetten van de internet-jungle
Op 1 juni 2008 ging ‘Nine to Five’ als ‘site voor de betere kantoorknuppel’ live. De voorbereiding was niet rimpelloos verlopen, al was het maar omdat ik nog wat bloederige privé-besognes benevens een rechtszaak tegen een maffiamaatje moest afwikkelen. Ook had een beoogd hoofdredacteur op een ongunstig moment en onder nog immer onopgehelderde omstandigheden het pand verlaten. Wat evenmin hielp: de timing van onze lancering. Voor een medium dat zou bestaan van advertentie-inkomsten had die niet knulliger gekund. De Amerikaanse bank Bear Stearns was al gevallen, Fortis sprokkelde z’n laatste miljarden bij elkaar om de gifpil ABN Amro te slikken en wij openbaarden ons met een primeur over het broze imperium van Dirk Scheringa: Dirk was technisch failliet en bleek bedelend om krediet langs de deuren te gaan bij rijke Nederlanders. Om onze scoop enige luister bij te zetten, plugden we ’m daags ervoor bij de ochtendbode van wakker Nederland. Helaas durfde de hoofdredactie het niet aan (of gunde ons start-upje z’n glorie niet, dat weet je nooit), zodat DSB’s doodsbericht pas vier maanden en heel wat gedupeerde spaarders later door Pieter Lakeman betekend werd. Dirks Werdegang bleek onze geboorte. De 925-fans clickten binnen.

Zo schoten we voortvarend uit de blokken. Ook meegenomen: ik had weer ’ns iets journalistieks te doen. Na zeventien jaar bij Quote op het Koningsplein, was het ‘bijtertje onder de zakenbladen’ voor een luttele €25 miljoen aan een vormeloze Franse uitgeefmoloch overgedaan. Ik was toe aan iets anders dan de dode bomenindustrie, die volgens bladendokters toen al met een terminale ziekte kampte. De overstap van papier naar televisie was voor mij zonder plaspauze verlopen. Het begon met Parla, een praatprogramma vanuit een christelijke tempel, waar ik het op zou nemen tegen louter goed gebekte mevrouwen. ‘Kelders Kippenhok’ was een betere benaming geweest, omdat de akoestiek ter kerke zelfs minder vergevingsgezind was dan de hoogst geëmancipeerde standpunten van mijn gasten. Al snel volgde Sony Internationals’ succesformat Dragons’ Den, waarna ik op verzoek van de Katholieke Radio Omroep Bij ons in de PC in elkaar knutselde. Hoewel dat een kijkcijferklapper bleek, maakte ik kennis met de keerzijde van een wijdverbreid misverstand over de publieke omroep: niet iedereen wordt betaald als Matthijs, Paul en Antoinette. Sowieso ruim onvoldoende om mijn exuberante interesses te financieren, dus trok ik met de keynote ‘Hoe haal je de Quote 500?’ langs de zalen. Mamma mia, welk een zegen; de Maserati van de zaak kon blijven ronken.

Maar toch, hoe plezant het bestaan van de BN’er ook kan zijn, ik miste de redactie, de reuring, de ruzies… Vandaar dat ik openstond voor het voorstel van Michiel Frackers om een nieuwssite te beginnen voor mannen in pakken. Frackers kende ik nog uit mijn dagen bij Quote Media. Hij werd daar als stagiair aangenomen om een voetbalblad te bedenken, maar sprak na een retourtje Californië de mythische woorden: ‘Dat internet kan wel wat worden.’ Zo bedachten hij en mijn patroon Maarten ‘Big’ van den Biggelaar een van de eerste opritten naar het wereldwijde web: Planet Internet. Al snel belde de natie in via een modem dat kraakte als een knekelhuis en traag bleek als een aan bed gekluisterde bejaarde. Omdat Quote te klein was om zo’n internet access provider te financieren, kwam er een samenwerking met de staatsposterijen. Die heetten inmiddels dan wel KPN, maar er bleken nog aardig wat ambtenaren te werken, waardoor ‘Big’ al snel moest afhaken en de advocatenbrieven inzake de break up fees binnenzoemden op de redactiefax. Niet getreurd, Michiel F. zou zich al snel storten op de site die u nu kent als Quotenet. Quotewát? Tsja. Onze redactie-stagiaire had de domeinnaam niet helemaal lekker ingeklopt. Er gebeurde wel meer klunzigs, wat ook kon komen omdat ‘de afdeling ict’ werd gerund door een labiele ex-heroïneverslaafde met behoud van uitkering. Toen we erachter kwamen dat we de verkeerde domeinnaam hadden, bleek een listig elektronicabedrijfje uit het oost’n van Nederland quote.nl reeds te hebben gekaapt. Luizenstreek. Maar hé, wie zei daar dat het kapitalisme fair is? 

Ronald van de Laar Pitpoes in Top Gear from 925 redactie on Vimeo.

Met 925 zou het, o ironie, precies zo gaan. Die domeinnaam lag bij een zilverhandelaar, zodat we in allerlei bestanden en registers nog steeds officieel ‘925 people’ heten. Uitzendkracht nodig? Bel ons NIET! 

De start van 925 kan in meer opzichten als case study in het Handboek voor Starters verschijnen. Zo wilden we een 925-magazine lanceren, waardoor op de groei een met designmeubels volgestouwde loft aan de gracht werd gehuurd. Hoogmoed. Wisten we ook wel, maar we hadden ergens gehoord dat een beetje ondernemer minstens één keer failliet moet gaan. En och, zolang de omzetcijfers niet ter tafel kwamen, bleven we lachen. Bij de eerste aandeelhoudersvergadering bleek het oprichtersduo ineens uitgebreid te worden tot een trio. Frackers had her en der onderhandse leningen uitstaan, en swapte aandelen met een zekere Ronald van de Laar. Dat kwam goed uit. Meneer stond pontificaal op de Quote 500. Fijn voor financieringsrondjes en gezien mijn beroepsmatige interesse in fout volk ook praktisch bij het afsluiten van aansprakelijksheidsverzekeringen. Van de Laar maakte zijn fortuin immers als polisverkoper de luxe, name van Lloyd’s en investeerder in onder veel meer woestijnplanten en bezorgdiensten. ’s Mans ondernemersinstinct zou ons nog van pas komen, want reken er op: iemand die zich eigenhandig de Quote 500 invecht, geeft de dubbeltjes nooit gratis weg. Wel opmerkelijk was hoe Van de Laars zakelijke bezigheden contrasteerden met zijn privéverzetjes: zo racete hij in dik bespoilerde Porsches over de circuits en zoefde op ultralichte racefietsen de colletjes af. Zijn frequente tête-à-têtes met de trauma-arts mogen pontificaal op zijn palmares: ‘Heeft enige krassen opgelopen’. 

John Wolbers I voor 925 from godfrieddevries on Vimeo.

Over krassen gesproken: hoe verging het ‘de site voor de betere kantoorknuppel’ in die eerste maanden? Aardig. Frackers had een schrandere blik op technologie en blogtalent, zodat al snel zwarte T-shirts als Alexander Klöpping en Bert Brussen de dagelijkse pleerol van 925 voltikten. We maakten humoristisch bedoelde video’s met Arjen Lubach en zijn comedycollectief Buro Renkema en kregen mot met mijn oude blad omdat we heel pesterig een rekentool met crisiscorrectie op de Quote 500 hadden losgelaten. Als een Watergate-reporter, wandelend door een parkeergarage en weggedoken in een regenjas, lanceerde ik de rubriek Off the Record op de krukken bij DWDD. Een beveiligd mailadres voor diepkelen, de anarchisten van Wikileaks zouden er nog furore mee maken. Best gelezen in die eerste tijd bleek​ ons feuilleton over Easy Life, het handeltje in levensverzekeringen waarvan een paar snelle Brabantse jongens hun Porsches en prostituees betaalden. Bij wijze van branded content testten we voor een nieuwe all business class airline uiterst betrokken de lijndienst London-Manhattan. Gelukkig was de vliegmaatschappij al gesneefd voor onze filmpjes online verschenen, anders had u kunnen zien hoe regisseur Frackers een toevallig achter ons gezeten topmodel verzocht uit beeld te blijven. ‘Sorry Doutzen, kun je even uit het shot? We proberen het er zo mooi mogelijk op te zetten….’ 

Al die bravoure spoorde niet met de cijfers die onze boekhouder rapporteerde. We verbrandden zo’n 40 mille per maand, wat reuze 2000 klonk, maar voor ondergetekende, om maar iets te noemen, toch al snel vijftig keer keer tafelheren chez DWDD betekende. Van dat soort bleeders gaat op een dag ook je schmink lekken. In het najaar van 2008 schudde de grond onder ons bestaan. Lehman viel, ABN Amro kapseisde en wij brachten onze kosten… nauwelijks terug. Dat gebeurde pas in de loop van 2009, toen de company credit card gesmolten was en Frackers onze bv Mediamaatjes vaarwel zwaaide. 925 Verhuisde naar een souterrain onder het statige kantoor van onze huisadvocaat. Hoe handig voor deurwaarders. Klöpping was inmiddels een beroemdheid en Brussen zwenkte naar rechts richting GeenStijl en The Post Online. Een nieuwe generatie bloggers trad aan. Ook daar zaten interessante species tussen. Zo bijvoorbeeld Lucas Maillette de Buy Wenniger, een promoverende bioloog die hilarische parallellen trok tussen mannetjes aan de top en het dierenrijk. Of Léon Boerop, een ietwat bleue student economie die niet alleen over een smakelijk kokkerellende vaste verkering beschikte, maar zouteloze onderwerpen verteerbaar maakte met zijn kruidige pen (om die gave, je ziet het vaker in dit onderbetaalde beroep, even later te zien verdampen als employee van een grootbank). En wat te denken van 'De Nachtzuster', pseudoniem voor een co-assistent die zich ondanks onze haperingen vol overgave stortte op een seksrubriek. Mejuffrouws ‘Lesje Pijpen’ is nog steeds het op een na best gelezen stukje in al die jaren. Goede ‘how to’-artikelen, we zien het steeds weer, vinden altijd aftrek.

Niels G, Josephina F, Caroline K, Constantijn R, Harry V, Ruben M en al die andere ijverige 925’ers; U is bedankt, en we zullen niet kleinzerig doen over het bonnetje van driekwart miljoen euro die de barkeeper ons overhandigde toen het 925-feestje over was. Het ging ons nooit om de centen. Ons blog werd bestuurd volgens de wetten van het ‘Joegoslavische bestuursmodel’ (lees: arbeiderszelfbestuur) en wordt nu opgeslokt dankzij de wetten van de internetjungle. Het zij zo.

Er rammelden de afgelopen jaren regelmatig vette investeerders aan de poort die geld in de site wilden stoppen. Laatst nog TMG, waarvan de topman daags na ons akkoord werd weggebonjourd, waardoor wij een plezante afkoop wegens wanprestatie mochten toucheren. We verkochten ook eenderde van de aandelen aan Vice Benelux, al is door een fout van de notaris die transactie onbekend bij de Kamer van Koophandel. Vice is een aandoenlijk hipsterbedrijf, gerund door vlotte meisjes en bebaarde jongens die de thermometer van de tijd vol in hun linksdraaiende glutenvrije wraps steken. Begonnen als skatersblog, zijn ze goed in rauwe video en embedded journalism, precies een métier dat wij voor de economische verslaggeverij in gedachten hadden. Alleen wreekt zich daar het kostemmodel van Vice, dat inmiddels een mediamerk is in handen van shrewd investeerders, en ons taalgebied: wie professioneel gemonteerde journalistieke reportages maakt voor enkele honderdduizenden bezoekers moet bereid zijn hard te bloeden. Het kan niet uit. En wie liever doorwrochte stukken over het European Stability Mechanism publiceert dan clickbait rond de ditjes en datjes van een BN’er, trekt in onze streken geen miljoenenpubliek. Gemiddeld bereikt 925 zo’n 130 duizend unieke bezoekers per maand, met uitschieters naar het dubbele. We zouden dat aantal eenvoudig kunnen verhogen, maar vinden het eigenlijk wel goed zo. Heel veel meer hoogopgeleide kantoorknuppels die in financiële stukken geïnteresseerd zijn, zal dit vlakke land niet herbergen. Alleen denkt de advertentiewereld in andere aantallen. Om van banners te kunnen bestaan en de bloggers acceptabel te kunnen honoreren, is minstens het tienvoudige bezoek nodig. En daar bedanken wij voor, ook al omdat we graag met een letterbak voor meer dan vierhonderd woorden blijven werken. Het advertentiemodel is, kortom, dood. Toen we begonnen, kon een business-site nog tientjes per duizend bereikte bezoekers rekenen. Met dank aan massa-platforms en slimme algoritmes is dat nu centenwerk. Wie toch iets aan adverteerders wil verdienen, opteert voor branded content, wat een sjieke benaming is voor sponsoring danwel smoezelige sluikreclame. Helaas, al zouden we willen: we zijn er niet geschikt voor. Het laatste merk dat zoiets met ons probeerde was Seiko, fabrikant van mediocre uurwerken. De uitverkoren reporter die het heil van Seiko moest bezingen, besloot in zijn krijtstreeppak de gracht in te duiken om het Japanse wonder op stijl en waterdichtheid te testen. Mevrouw de account executive van Seiko grijnsde als een geisha die net harakiri heeft gepleegd, trok de campagne terug en verzocht de reeds gestorte 20k ‘mediabudget’ te restitueren. Een hele opluchting, vooral voor ons. Maar bedrijfseconomisch doet zo’n baldadige houding wel een beroep op de spankracht. Dan maar verbreden en verplatten om een groter publiek te bereiken? Nee, dank u. Of een formule waarbij u, lezer, moet gaan betalen? Klinkt al beter. Als u benzine tankt of een biertje bestelt, bent u ook bereid te bloeden. Dus waarom wordt een journalist online wel geacht pro deo et patria te tikken?  

Een betaalmuur als heilige graal, what’s new? De Correspondent werd er de shamaan voor de Jesse Jeugd mee en Follow The Money doet vermetele pogingen lezers gratis te verleiden betalend lid te worden. Dat spaakwiel hoeven we dus niet meer uit te vinden en het is daarom dat wij 925 op een presenteerblad aanbieden aan… jawel, FTM. Zult u zeggen: ‘FTM, is dat niet die linkse klaagmuur die de VVD-sjef ten val bracht en overal complotten van het boze geld ontwaart?’ Nee, ja en mwah. FTM mag van mij ook wel wat angelsaksischer en hun motto ‘keeping them honest’ doet wat bijbels aan. Maar het is ook een heldhaftig initiatief van oprichters Eric Smit en Arne van der Wal, ooit mijn meesterknechten bij Quote. Waar traditionele media op hun retour zijn, rukt FTM op met stevige dossiers en klinkende primeurs, zoals de val van de eerdergenoemde VVD-doodgraver bewijst. Smit sleurde samen met FTM-collega Kim van Keken het predikaat ‘Journalist van het Jaar 2017’ binnen. Toch mooi voor zo’n journalistiek commando, aangevuurd vanaf een zolderkamer aan het park. Duid het ons niet euvel dat wij 925 en onze ster-redacteur Arno Wellens hier inkwartieren.

Los van allerlei voortreffelijke medewerkers, zit de kracht van FTM vooral in de persoon van z’n sjef, Eric Smit. Twee decennia geleden trapte hij de deuren in bij Quote, en hij heeft sindsdien niets aan journalistieke agressie ingeboet. Modieuze opvattingen negeert deze econoom, hij percipieert zichzelf als ‘radicaal onafhankelijk’. Prettige kwaliteit in ons polderland, waar men zich graag samen warmt aan het pluche en gericht is op wegkijken en meekwebbelen. Smit schuwt de confrontatie niet, al was het maar omdat deze gewezen top-squasher het adagium van vader Kennedy huldigt: second best is loser. Heeft hij een prooi in het vizier, dan raast hij als een hittezoekende raket door tot de vijand is uitgeschakeld. Dat radicalisme leverde memorabele ruzies op, zoals zijn biografie en daarna slepende vete met het fenomeen Nina Aka-Brink-Storms-Vleeschdrager. Ook begrafeniskoning Henry – Hennie voor intimi – Keizer weet inmiddels dat vetes met Smit roemloos eindigen in een doodlopende steeg.

Wie toch iets aan adverteerders wil verdienen, opteert voor branded content, wat een sjieke benaming is voor sponsoring danwel smoezelige sluikreclame. Helaas, we zijn er niet geschikt voor.
Deze Smit wens ik nu sterkte met het managen van onze chef de bureau, Arno Wellens. Dat wordt een ferme klus, want Wellens is allesbehalve een 9 tot 5-type. Er kan altijd een Tinderdate of een tripje naar een duikbestemming tussendoor komen, waarvoor uiteraard alle begrip. Wellens monsterde aan bij 925, nadat zijn contract bij Quote wegens subversief gedrag werd beëindigd. Voor 925 wilde hij zich gaan bezighouden met de euro en de onmogelijkheid van de monetaire unie. Zoals iedere tv-kenner kan beamen: noem Europa en de kijkers zappen weg. Voor 925 leek dat mij minder van belang, we hadden sowieso al geen valide businessmodel.. Zo werd het ‘Het Euro Evangelie’ geboren, Wellens’ 136 pagina’s dikke pamflet over het naïeve geloof in- en de beangstigende feiten rond de muntunie. Met zijn apocalyptische voorspellingen over de euro raakte Wellens een snaar, sprak in het parlement en trok langs de zaaltjes om zijn evangelie te verkondigen. 

Het pamflet prikt de politieke hypocrisie rond de fiscale transferunie door; met honderden miljarden in de ‘verliesverberger’ en duizenden miljarden op de balans van de ECB is die welvaartsoverdracht van noord naar zuid en oost al jaren gaande, hoezeer onze politici daar ook omheen redeneren. Met zijn feitenrijke activisme bouwde Arno Wellens aan een fanbasis. Niet alleen dankzij talloze verhalen over de euro. De man heeft meer aparte interesses. Zo worstelde hij zich door het honderden pagina’s dikke verdrag met Oekraïne en besloot dat een deal met dat land voor Porosjenko en zijn oligarchenvrienden iets te veel Sjakie in de Chocoladefabriek zou worden. In tijden van fakenieuws en bubbels betekent zo’n stellingname dat je onmiddellijk in een kamp wordt ingedeeld. Anti-associatieverdrag = pro-Poetin en meer van dat soort sneuneuzen logica..​

Critici die dat suggereren, waren er duidelijk niet bij, die 17e juli 2014. De 925-redactie was net aan de donderdagmiddagborrel toen de MH17 uit de lucht werd geschoten en Wellens met een verhit hoofd aan de bar verscheen en opende: ‘Dat is een Buk-raket geweest.’ Zijn fetisj voor militaria betaalde zich uit. Hij negeerde de internationale politiek, maar concentreerde zich meteen op de producent van het moordwapen: Rostec. Dit militaire industriële complex, fiscaal gevestigd op de Zuidas, bleek nota bene geld toe te krijgen van de Nederlandse belastingbetaler. Verliescompensatie en zo. De kop boven het best gelezen artikel uit de 925-historie was snel bedacht: ‘Dodelijke raket MH17: met de groeten van de Zuidas’. Het was het begin van Wellens’ campagne tegen de holle fiscale hulzen, culminerend in zijn ‘Kamerplanttour’, een guided tour langs plekken des fiscaal verderfs.

Toen ik ooit met mijn schrijfmaatje Yvo van Regteren Altena het weinig rekkelijke stijlbijbeltje Man & Pak schreef, besloot een recensent zijn stukje met: ‘Fanatisme een betere zaak waardig’. Zo’n conduitestaat zal Arno Wellens nooit krijgen. Hij schrijft liefst over zaken van enig belang (plagerijen van linksdraaiende, makrobiotiese​ glutenvrije meisjes daargelaten). Zijn bevlogenheid betreft niet alleen de euro, het Oekraïne-verdrag of de fiscaal statenlozen, maar strekt zich uit tot louche miljardairs in Portugal en Griekenland en sinistere bankiers in Letland en Moldavië. 

Wellens is een man met een missie. Volg die man en neem 'm alhierrrr op proef. Dan maken wij van 925 nog een ommetje, en doen het licht uit. Het ga U goed.  

Jort Kelder