Waarom de Italiaanse economie gaat instorten in slechts vijf grafieken

Maar eerst een tweet van een euro-gelovige, wie kan dat beter zijn dan onze favoriet Guy Verhofstadt. 

Productiefactor
Ja, kijk maar naar de Grieken, daar gaat het ook zo lekker. Laten we eens eerlijk zijn: het is onmogelijk dat Italië op korte termijn uit de schuldenlast gaat groeien. De twee productiefactoren daartoe zijn kapitaal en arbeid en met beide gaat het niet zo goed. Om met arbeid te beginnen: laten we de jaarlijkse mutatie van de in Italië geboren bevolking eens bekijken. 

Er zijn veel statistieken beschikbaar om de demografische teruggang van Europa in kaart te brengen, dit is slechts een manier. Door verbeteringen in de medische wetenschap daalt het sterftecijfer al meer dan een eeuw. Maar vrouwen in Europa zijn gestopt met kinderen maken. Dat verschijnsel heeft meer effect op de omvang van de bevolking dat het teruggelopen sterftecijfer. Sinds het midden van de jaren '90 is Italië gaan krimpen, nu met bijna 200.000 zielen per jaar. De combinatie levert ook een sterk verouderde bevolking op. De Italiaanse beroepsbevolking is op zijn retour, een pijnlijke maar onvermijdelijke conclusie. Het is zelfs zo erg dat de krimp groter is dan tijdens de wereldoorlogen en een verbetering zit er de komende decennia niet in. 

Maar het ging economisch toch juist beter met Italië? Een statistiek die veel voorbijkomt op deze site, als het om de discussie over de euro gaat, is de handelsbalans. Die van Italië was altijd heel slecht maar was de afgelopen jaren toch zelfs positief, hoewel licht? 

Klopt. Rondom de introductie van de euro zien we het Griekse effect: illegale deelname aan de euro zorgt ervoor dat banken denken dat Italië ooit wel een bailout van de EU zal krijgen, al is dat illegaal. Alleen is de aanwezigheid van Italië in de muntunie dat ook, dus dat maakt niet uit. Er onstaat een orgie van consumptie op krediet, waardoor mensen ten onrechte denken dat de euro voor meer welvaart zorgt. In werkelijkheid groeit de schuld, niet daar nuttige investeringen maar door consumptieve bestedingen. Rond 2008 stopt dat feest, de bekende Kredietcrisis. 

Orgie op krediet
Maar die was toch over? Nee, natuurlijk niet. De handelsbalans van Italië is inderdaad niet meer zo slecht, maar dat komt omdat niemand het land nog geld durft uit te lenen. Ook aan een slechte kredietwaardigheid zit een einde. Daarom daalt de import en bij gelijkblijvende export daalt de handelsbalans. Dat is een goede score, maar om de verkeerde reden. Vergelijk het met een zeer verlieslatend bedrijf, dat kan aan het einde van het jaar mooi wel wat belasting terugvragen. Is dat een reden voor een feestje?

De enorme externe schuld (het resultaat van heel lang een handelstekort hebben) stijgt dus niet meer, maar dat betekent dat de schuld niet al ontzettend hoog is. Het is als de dronkelap die dertig bier opheeft, maar de laatste tien minuten wel een daling in zijn alcoholconsumptie heeft laten zien. 

Nu zit Italië in de vervelende situatie dat er afgelost moet worden op die schulden, terwijl investeringen om economische groei te realiseren nog meer schuld vergen. Dat is een vervelende spagaat. Het is een bekende mythe dat de ECB wel geld in de economie pompt om die te stimuleren.

Investeringen
We hebben hier wel eens eerder aangetoond dat dat extra geld de productieve sector (de non-financial corporations) van de eurozone nooit bereikt en dus ook nooit aan groei kan bijdragen. 

Die statistiek, specifiek voor Italië, is vrij dramatisch. In 2011 leenden alle banken samen € 926 miljard uit aan het Italiaanse bedrijfsleven en consumenten. Omdat banken zijn ingestort door al dat overmatige krediet uit het verleden, is er niet meer geld voorhanden om nieuwe investeringen te faciliteren. Banken dragen nu € 200 miljard minder bij aan de Italiaanse economie dan op de top.

Investeringen zijn een onderdeel van de nationale economie en zorgen voor nog meer inkomen in de toekomst. Om de economische activiteit van een land in de toekomst in te schatten, is het nuttig het verloop van die investeringen in de gaten te houden.

In vergelijking met andere landen doet Italië het ook hier slecht, dat kan bijna niet anders na het voorgaande. Zo erg als Griekenland is het niet, maar Italië is geen Nederland of Duitsland. De investeringen liggen 20 procent lager dan op het maximum van tien jaar geleden, net als de kredietverlening aan de productieve sector. Dat die twee elkaar volgen is natuurlijk geen toeval. 

Conclusie
Italië heeft een bedrijfsleven dat 20 procent minder kan lenen wegens overkreditering voor onzin uit het verleden en daardoor langdurig 20 procent minder investeert, bij een krimpende beroepsbevolking nog eens. Daarom kan het niet anders dan dat Italië een periode van langdurige economische krimp tegemoet gaat, met alle sociale gevolgen van dien. Kun je hervormen wat je wil, het is zoals het is. 

Nu is dit geen verhaal in de categorie 'weet u dat ook weer'. Onze Minister van Financiën Wopke Hoekstra is namelijk een bankenunie met zijn Europese collega's overeengekomen, waarbij we allemaal voor elkaars schulden in gaan staan. Goed idee, nietwaar? Lees verder bij Follow The Money.